Zoon
Naast mij aan de toog zit een man die drinkt, maar niet dronken wordt. De man heeft een zoon die Roman heet en die hij niet meer ziet. Vroeger wilde hij schrijver worden, maar geen enkele uitgever wilde zijn eerste roman publiceren. Een tweede roman heeft hij niet geschreven want toen werd zijn zoon geboren en de muze houdt blijkbaar niet van kinderen. Nu wil hij niks meer worden. Hij zou wel nog dronken willen worden, maar daarover beslissen hogere machten.
Ik vraag hem of hij zijn zoon ook Roman zou hebben genoemd als zijn roman wel was gepubliceerd.
‘Nee,’ zegt hij, ‘dan zou ik mij meteen na de publicatie hebben opgehangen.’

