Het lid
‘Wandelclub De Vierkante Meter.’
‘Dag mevrouw. Eddy Snoeck. Ik had graag mijn lidgeld teruggekregen.’
‘Sinds wanneer bent u lid, meneer Snoeck?’
‘Sinds gisteren.’
‘Wat is uw lidnummer?’
‘Dat weet ik niet.’
‘Het staat op uw lidkaart.’
‘Ik heb mijn lidkaart opgegeten.’
‘Waarom heeft u dat gedaan?’
‘Als ik gefrustreerd ben eet ik alles op wat ik te pakken kan krijgen.’
‘Waarom bent u gefrustreerd, als ik vragen mag?’
‘Vanwege de wandeling met de wandelclub gisteren.’
‘Wat was er frustrerend aan die wandeling, meneer Snoeck?’
‘Vooral de afstand.’
‘Wandelt u dan niet graag?’
‘Jawel, juist wel.’
‘U bedoelt dat u de wandeling te kort vond?’
‘Het was een paar vierkante meter.’
‘De wandelclub heet dan ook De Vierkante Meter, meneer Snoeck.’
‘Ik dacht dat die naam om te lachen was.’
‘Hoort u mij lachen? What you see is what you get, meneer Snoeck. Wij zijn niet zo’n club die haar leden met een kluitje in het riet stuurt.’
‘Da’s heel vriendelijk. Maar over riet gesproken, ik had gehoopt dat de wandeling zou plaatsvinden in een natuurrijke omgeving.’
‘Er waren toch natuurelementen aanwezig?’
‘Tja, natuurelementen. Het was in een bloemenwinkel.’
‘Exact. Zo snuif je toch ook de natuur op?’
‘Ik snoof eerlijk gezegd vooral de uitbater van de bloemenwinkel op, die ook meewandelde.’
‘Ja, Antonio is het stichtend lid van de club. Hij wou een wandelclub oprichten voor mensen die weinig tijd hebben voor het clubgebeuren, en zijn winkel leek hem de beste locatie.’
‘Maar hij heeft toch wel tijd om meer dan een paar vierkante meter af te stappen? De wandeling vond plaats na sluitingstijd.’
‘Natuurlijk, anders wandelen zijn klanten in de weg. Bovendien beheren wij zijn agenda niet, we weten niet hoeveel tijd Antonio heeft.’
‘Hij gaf geen gehaaste indruk.’
‘Het blijft wel wandelen natuurlijk, het is geen hardlopen. Daar heeft Antonio trouwens de conditie niet meer voor. Zelfs wandelen begint al moeilijk te worden. Hij overweegt dan ook om zijn lidmaatschap op te zeggen.’
‘Dan kunt u meteen de club opdoeken: hij en ik waren de enige twee wandelaars.’
‘Er is nog een lid, mevrouw Van De Peereboom, maar die heeft nog maar één wandeling meegedaan.’
‘Hoe zou dat komen…’
‘Zij is van het snelwandeltype en op een gegeven moment ging zij zo snel dat ze uit de bocht is gevlogen, met ernstig letsel tot gevolg. Maar goed, meneer Snoeck, ik heb ondertussen uw lidnummer opgezocht in de computer. Uw lidnummer is 3.’
‘En wordt mijn lidgeld nu teruggestort op mijn bankre–’
‘Kunt u één ogenblikje wachten, meneer Snoeck? Ik heb een oproep op lijn 2.’

