Dit is de homepage van

Robert Rehm go-speler (5e dan)

22 april 2026

'De Minister van Defensie zou er goed aan doen bij de Nederlandse Strijdkrachten de exercitielessen te vervangen door onderricht in het Go-spel.'
Laatste stelling bij het proefschrift (1969) van prof. dr. B. B. van der Genugten. Prof. Van der Genugten is (emeritus) hoogleraar kansrekening en statistiek aan de Universiteit van Tilburg.

Go: denken met eigen hoofd

© Harry van der Krogt

Wat is go?

Go is de Japanse naam voor een denkspel dat zo'n 3 à 4000 jaar geleden is ontstaan in China. Waarschijnlijk in de 5e of 6e eeuw na Chr. is het via Korea naar Japan gekomen.

In Japan werd go eeuwenlang vooral gespeeld in kloosters, kastelen en kazernes. Pas in de twintigste eeuw is het een echte volkssport geworden, die door miljoenen wordt beoefend. Vooral via Japan heeft go zich in de twintigste eeuw over de hele wereld verspreid, maar de beste spelers komen nog altijd uit China, Korea en Japan. Nu, in de 21e eeuw, zijn er tientallen (prof)toernooien, nationaal en internationaal, die voornamelijk door grote bedrijven worden gesponsord.

In Korea heet het spel baduk. In China wei qi.

Behalve door mensen, wordt go tegenwoordig ook gespeeld door computers. En hoe! In maart 2016 verloor de Koreaanse wereld-topspeler Lee Sedol — volstrekt onverwacht — een match over vijf partijen van het programma AlphaGo, met 1 tegen 4. Inmiddels is zo'n beetje iedereen het ermee eens dat die ene partij die Lee Sedol nog heeft weten te winnen, waarschijnlijk de laatste partij ooit geweest is die door iemand van vlees en bloed van een computer is gewonnen.

Weinig go-spelers hadden zo'n uitslag verwacht en zeker niet nu al, in het begin van de eeuw. (Zelf had ik gewed dat Lee met 5 — 0 zou winnen. Niet dus.) Voor sommigen, met name voor Lee Sedol, was het waarschijnlijk even slikken, maar voor de meeste andere go-spelers bleek deze 'overwinning van de computer op de mens' een geschenk uit de hemel. Nooit eerder is er zo veel over go geschreven in kranten en tijdschriften en erover bericht op radio, tv en internet als na deze historische match in Seoul. Hieronder bij Computers kunnen het tegenwoordig ook meer over de relatie tussen go en kunstmatige intelligentie. Zal het go-spel ooit volledig worden opgelost?


Go is in essentie land veroveren. Land veroveren door omsingelen. De spelregels zijn simpel — ze zijn in een half uur te leren — maar góed go-spelen is moeilijk. Zo moeilijk, dat zelfs de sterkste professionals en — moet je er tegenwoordig bij zeggen — zelfs de sterkste AI's, lang niet altijd weten wat in een bepaalde situatie de beste zet is. Go is een spel waarop je nooit raakt uitgeleerd en dat nooit gaat vervelen.

Go-spelen is denken, in de ruimste betekenis van het woord. Dus niet alleen vooruitrekenen, maar ook logisch redeneren, hoofdzaken van bijzaken onderscheiden, op ideeën komen, voor- en nadelen tegen elkaar afwegen, risico's inschatten en, niet te vergeten, langetermijneffecten in beschouwing nemen. Kortzichtigheid is dodelijk bij go.

Over kortzichtigheid gesproken: bij go moet je niet alleen goed denken, maar ook vooral goed kijken. Kijken wat er dreigt. Kijken waar voordeel te behalen is. Kijken waar zwakke plekken zitten. Je kunt nog zulke fantastische ideeën hebben, maar als je niet goed uit je doppen kijkt, knal je zo tegen een boom!


Go is een denkspel. Dat waarnemen en denken, fantasie en creativiteit, inzicht, abstractie, beoordelingsvermogen en concentratie er een belangrijke rol bij spelen, zal niemand dan ook verbazen. Toch heb je voor go meer nodig dan alleen verstand. Zelfbeheersing en koelbloedigheid bijvoorbeeld. Gewoon, rustig blijven nadenken, ook als het hele bord in brand staat, is niet altijd even makkelijk, maar wie zich al te snel door zijn emoties mee laat slepen zal er niet veel van bakken.

En emoties zijn er bij go volop:

Om te beginnen is er de natuurlijke spanning van het spel zelf. Het besef dat je haast elke keer dat je aan zet bent (120 keer per partij gemiddeld) een fatale fout kunt maken. Niet direct een heftige emotie, maar wel een die steeds op de achtergrond aanwezig is. Net als het onbestemde gevoel dat je tegenstander, elk van de 120 keer dat díe aan zet is, een zet kan doen waar je niet op had gerekend. Een onverwacht goede, of juist een hele slechte. In beide gevallen is de kans groot dat je van schrik uit je evenwicht raakt en prompt een fout maakt — tenzij je over de nodige koelbloedigheid beschikt natuurlijk.

Naast de knagende spanning en onzekerheid die een zo verrassend spel als go automatisch met zich meebrengt, zijn er emoties als angst, hebzucht en ongeduld, maar ook opluchting en triomf, waar je mee om moet kunnen gaan. Bijna iedere go-speler laat zich door dit soort emoties wel eens verleiden tot zetten waarvan hij — of zij, go wordt ook veel gespeeld door vrouwen — weet dat ze eigenlijk niet goed zijn, maar die hij dan toch niet laten kan. Altijd weerstand kunnen bieden aan dit soort verleidingen vereist een mate van zelfbeheersing die maar weinigen gegeven is.

En tenslotte is er dan de tijdnood. Bij go is haast altijd sprake van een beperkte bedenktijd. Zelden is die langer dan anderhalf uur (per speler per partij) en soms zelfs niet meer dan tien minuten. En dan het hoofd koel blijven houden! Dat is de kunst. Met 'de vlag op vallen', in een uiterst complexe stelling, tóch nog goede zetten blijven doen — en soms lukt dat — is voor een go-speler de ultieme gelukservaring.


Go scherpt het verstand. Het leert je — tegelijkertijd — analytisch én strategisch denken. Go is ook dé manier om incasseringsvermogen te ontwikkelen, te leren presteren onder druk, faalangst te bestrijden en meer zelfvertrouwen op te bouwen (als je niet te veel verliest tenminste). Verder: niets is beter voor de vorming van een gezond, slecht karakter dan go. Je leert om altijd op je hoede te zijn, nooit iets voor zoete koek aan te nemen en om meedogenloos toe te slaan als je tegenstander een fout maakt. Go is pakken of gepakt worden! Eigen verantwoordelijkheid? Wie go speelt weet precies wat dat betekent: élke fout die je maakt heb je aan jezelf te wijten. Had je maar beter na moeten denken. Een toevalsfactor is er niet bij go en een partner die je de schuld kan geven evenmin.

Maar het beste nieuws is toch wel dit: go is het mooiste, het leukste en het meest fascinerende spel dat er bestaat. Het is fenomenaal! Om zelf te spelen, maar ook om naar te kijken. Een partij go is altijd spannend, de remisemarge is zo goed als nul, routinezetten bestaan niet (elke zet is een gebeurtenis op zich) en het ziet er nog mooi uit ook. Kijk maar eens op Wikipedia: in het Engels of in het Nederlands. Er is ook een echte go-wiki: Sensei's Library. Zo'n beetje alles wat een mens ooit over go zou willen weten is hier te vinden. Met name ook praktische informatie, bijvoorbeeld over de mogelijkheden die er zijn om go online te spelen. Nederlandse go-spelers kunnen ook eens een kijkje nemen op de site van de Nederlandse Go Bond.

Go is weliswaar een denkspel, maar heeft toch ook fysieke aspecten. Een daarvan is de manier waarop de stenen op het bord worden gezet: geklemd tussen wijs- en middelvinger, met de middelvinger boven, en dan heel zachtjes (of juist keihard): tak! Je kan het natuurlijk ook 'gewoon' doen, met duim en wijsvinger, maar dat wordt als uiterst onelegant beschouwd. Op het onbeleefde af.

De deelnemers aan het tweede 'internationaal Go-tournooi' in 1973 in Amsterdam (gehouden in de kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae op het Rokin en het Roothaanhuis op de Rozengracht) waren het wat dit betreft in ieder geval roerend met elkaar eens:

© Eric van Grieken

Zie ook: Tien tips over wat je als go-speler wel moet doen en wat juist niet.


Computers kunnen het tegenwoordig ook

Het is nog niet zo lang geleden dat ik ervan overtuigd was dat computers níet konden go-spelen en het nooit zouden leren ook. Maar in 2016 en '17 is overtuigend aangetoond dat ik er helemaal naast zat.

Het begon in januari 2016 toen er berichten kwamen dat een programma met de naam AlphaGo een match tegen drievoudig Europees kampioen Fan Hui met 5 — 0 had gewonnen. Daar was ik al behoorlijk van onder de indruk, maar toen een paar maanden later hetzelfde programma met 4 — 1 won van de Koreaanse (wereld)topspeler Lee Sedol was er geen twijfel meer over mogelijk: de computer had de mens geëvenaard zo niet al overtroffen.

Een klein jaar later, in januari 2017, bleek er op enkele Chinese en Koreaanse go servers een onbekende speler te zijn opgedoken, onder de wat praatjesmakerige naam: Master. Maar deze 'praatjesmaker' won wel zestig partijen achter elkaar. En dan niet tegen de eersten de besten, maar tegen de sterkste profs! Al gauw bleek het — inderdaad — te gaan om de nieuwste versie van AlphaGo.

En de ontwikkeling ging verder. De go-gemeenschap was nog niet van de schrik bekomen toen DeepMind — het bedrijf dat AlphaGo ontwikkeld had — in oktober 2017 kwam met het programma AlphaGo Zero. Een programma dat niet alleen nóg sterker speelde dan zijn voorgangers, maar het spel ook geheel op eigen kracht geleerd had: het beschikte over geen andere voorkennis dan alleen de spelregels van go en leerde de tactiek en de strategie uitsluitend door (miljoenen) partijen tegen zichzelf te spelen.

En nóg was het niet voorbij. In december van datzelfde jaar, 2017, kwam DeepMind met weer een nieuw programma: AlphaZero — zonder 'Go' in de naam deze keer. En dat was niet zonder betekenis, want AlphaZero was geen programma dat alleen go speelde, maar ook — in minder dan een dag — zichzelf schaak en shogi (Japans schaak) had geleerd. Allemaal met uitsluitend als input de spelregels van de diverse spelen en verder niets. En al die spellen speelde AlphaZero op nog nooit eerder vertoond niveau. Alstublieft: de toekomst is begonnen!

Inmiddels is er natuurlijk niemand meer die eraan twijfelt dat de strijd om het wereldkampioenschap go van nu af aan gevoerd zal gaan worden tussen computerprogramma's en niet meer tussen mensen.

Iets om rouwig om te zijn? Lijkt mij niet. Integendeel. Het is juist ongelooflijk interessant om te zien hoe een spel dat al honderden jaren professioneel beoefend wordt — en dan ook op extreem hoog niveau wordt gespeeld — nóg beter gespeeld kan worden. Ik zie dan ook watertandend uit naar de volgende matches van AlphaGo (en zijn opvolgers en concurrenten).

Een van de mooie dingen van go is dat het spel ook heel goed met voorgift kan worden gespeeld. De partij begint dan niet met een geheel leeg bord, maar met twee of meer zogenaamde 'voorgiftstenen', die de zwakkere speler (die bij een voorgiftpartij altijd zwart heeft) voordat wit zijn eerste zet doet, op het bord mag zetten. Op die manier kan zelfs een groot verschil in speelsterkte worden overbrugd, zonder dat het karakter van het spel wezenlijk wordt aangetast.

Het is inmiddels duidelijk geworden dat zelfs de sterkste menselijke go-spelers nu al tenminste twee stenen voorgift nodig hebben om een kans te maken tegen de computer. En dat zouden er in de toekomst wel eens vier of misschien zelfs vijf kunnen worden. Zes? Ik heb ergens gelezen dat er een professional is die zijn leven op het spel durft te zetten in een weddenschap dat dát niet gaat gebeuren. Maar ja, wie kan er nog in de toekomst kijken tegenwoordig?

Hoe snel de ontwikkeling van go-spelende computerprogramma's in de afgelopen jaren is gegaan, moge — ter leering ende vermaeck — blijken uit de onderstaande paragrafen. Ik schreef ze in 2008 — en dat is lang geleden.


In september 2008 verschenen er berichten in de pers waaruit de vluchtige lezer zou kunnen opmaken dat het go-spel inmiddels, net als het schaakspel een jaar of tien geleden, door de computer is gekraakt. 'Rekenwonder Huygens is steengoed in Go', kopt de Volkskrant op 6 september en in Het Parool heet het: 'Computer verslaat bordspel go'.

Aanleiding was een persbericht over een partij go van het programma MoGo, draaiend op de nieuwe nationale supercomputer Huygens, tegen de Koreaanse professional Kim Myungwan (8e dan). Deze partij werd, tegen alle verwachtingen in, door de computer (met anderhalve punt) gewonnen.

Maar gekraakt is go nog allerminst, want het ging hier niet om een gelijkwaardige match, maar om een voorgiftpartij. De computer kreeg negen stenen voor: voordat Kim zijn eerste zet kon doen, had de computer al negen belangrijke strategische punten op het bord kunnen bezetten. In schaaktermen is dat (op dit niveau) een handicap van ongeveer een paard.

Go is dus nog niet gekraakt, maar het valt niet te ontkennen dat er in een paar jaar tijd grote vooruitgang is geboekt bij het programmeren van go. Kon ik in 2007 nog zonder enige overdrijving stellen dat 'zelfs de beste programma's nauwelijks sterker zijn dan een enigszins getalenteerde beginner die het spel nog maar een maand speelt', nú zou dat onzin zijn. De speelsterkte van MoGo/Huygens wordt geschat op 2e, misschien zelfs 3e dan amateur, en dat ligt toch duidelijk boven het niveau van de gemiddelde clubspeler.

AI-expert Jaap van den Herik verwacht dat de computer vóór 2020 echt het niveau van de sterkste menselijke go-spelers zal hebben bereikt. Maar de meeste go-spelers — waaronder ikzelf — geloven dat niet zo. Hoe sterker je bent, hoe moeilijker het is om nóg sterker te worden. Dat geldt voor mensen en het geldt ongetwijfeld ook voor computers. Hoe de 'curve' precies loopt weet niemand, maar dat deze bij een spel dat 10130 keer zoveel verschillende bordposities kent als het schaakspel (10170 versus 1040) eerder scherp afbuigt dan de enthousiaste programmeur zal hopen, lijkt waarschijnlijk. Een kwestie van simpel extrapoleren is het in ieder geval niet.


Maar Van den Herik heeft dus toch gelijk gekregen!


De vraag die zich opdringt is: wat kunnen we nog meer verwachten van de kunstmatige intelligentie in de nabije toekomst? Zelfrijdende auto's? Zonder enige twijfel. Miniscule robotjes die kankercellen kunnen opsporen en direct onschadelijk maken? Vast wel. Computerprogramma's die voor alle mogelijke ziektes die een mens kan hebben een medicijn kunnen uitdokteren dat die specifieke ziekte bij die specifieke patiënt geneest, met bijbehorende robotjes die het medicijn ter plekke synthetiseren en precies op de juiste plek in het lichaam afleveren? Zou me niets verbazen. Een computerprogramma dat nóg weer sterker is dan AlphaZero — al dan niet van DeepMind? Kan haast niet uitblijven.

Maar of er ooit een computerprogramma komt dat het go-spel echt 'oplost', in de zin dat het de perfecte partij speelt? Dát lijkt me onmogelijk. Het aantal mogelijke bordposities bij go ligt in de orde van 10170. Dat is niet alleen maar 'meer dan het aantal atomen in het universum' (geschat op 1080) zoals wel wordt gezegd — — het is tienmiljard keer meer dan het kwadraat daarvan!

Maar ik kan er natuurlijk best weer eens helemaal naast zitten.


Het aantal mogelijke bordposities bij go is overigens precies bekend inmiddels. Het is berekend door de Nederlandse go-speler/schaker/informaticus John Tromp. Het is: 208168199381979984699478633344862770286522453884530548425639456820927419612738015378525648451698519643907259916015628128546089888314427129715319317557736620397247064840935. Zie Johns homepage voor alles over de gebruikte telmethode en nog een heleboel meer interessants.


Behalve de toch altijd een beetje fragmentarische informatie op internet, zijn er gelukkig ook nog boeken. Op twee daarvan, verschenen in respectievelijk 2017 en 2019, vestig ik hier graag de aandacht. Het betreft 'Invisible — The Games of AlphaGo' en 'Game Changer — AlphaZero's Groundbreaking Chess Stategies and the Promise of AI'.

Het eerste, Invisible (niet toevallig een titel die heel veel lijkt op die van een ander iconisch go-boek: Invincible; zie de bespreking hieronder) bevat behalve veel achtergrondinformatie, ruim 75 partijen van AlphaGo, waaronder die van de match uit maart 2016 tegen Lee Sedol en de zestig internetpartijen van 'Master' (zie boven). Alle partijen zijn voorzien van commentaar en Invisible kan daardoor ook heel goed dienen als eerste wat verder gaande kennismaking met het go-spel voor wie zich de allereerste beginselen al enigszins heeft eigen gemaakt.

Het tweede boek, Game Changer, is vooral interessant voor schakers, maar is ook voor go-spelers beslist een aanrader. Zeker voor die go-spelers (90% schat ik) wier eerste liefde voor denksport het schaakspel betrof. Het bevat uitgebreide achtergrondinformatie over de werking van AlphaZero en de AI-technieken die erin worden gebruikt, een inleiding van Kasparov, interviews met diverse leden van het team dat AlphaZero (en AlphaGo) heeft ontwikkeld en een heleboel interessants over schaken, wat mij er zelfs toe gebracht heeft mijn schaakbord (ja, dat heb ik nog) weer eens onder het stof vandaan te halen en een paar partijen uit het boek na te spelen. Toch best een mooi spel ook, dat schaken!

Beide boeken zijn wat mij betreft absolute aanraders voor iedereen die ook maar enigszins is geïnteresseerd in denksport en AI.


Go als passie

In 1964, ik was veertien, hoorde ik voor het eerst van go. Van een vriend, die het van zijn broer had, die het weer gezien had bij een kennis. Die vriend kocht een spel en aan de hand van de 'Spelregels' die daarbij zaten, leerden we ons zelf min of meer de regels. We speelden wat partijtjes, maar al gauw verdween 'Het spel der Wijzen' ergens achterin een kast. De concurrentie van allerlei andere spellen was te groot. Wel kan ik me nog goed herinneren dat ik op een gegeven moment ontdekte dat je sneller gebied kon maken als je af en toe een sprongetje maakte in plaats van al je stenen naast elkaar te zetten. En dat dit mij prompt een winstpartij opleverde!

In 1965 bleek ik opeens een klasgenoot te hebben die ook kon go-spelen. Maar dan echt! Toen we eens een spelletje speelden, was al gauw duidelijk dat ik volstrekt geen partij voor hem was. Ik deed geen zet goed en áls ik al een levende steen op het bord hield, was dat puur toeval. Toch (of misschien wel juist daardoor) werd ik op de een of andere manier gegrepen door het spel en, na dat eerste spelletje, volgden er meer. Mijn klasgenoot — zijn naam was: Robert van Zanten — bleek een uitstekende leermeester te zijn en ik ging dan ook snel vooruit. Hij leerde me van alles. Over ogen, ko, seki, vrijheden en nog een heleboel meer. Binnen de kortste keren was ik zo geboeid door het spel, dat ik in het toenmalige schaakcafé op het Leidseplein, waar ik tot dan toe altijd schaakte, van de ene dag op de andere alleen nog maar go speelde. En ik werd natuurlijk ook meteen lid van de Amsterdamse Go Club.

Ik had een goede leermeester, maar ook talent. Dat bleek al gauw. Het duurde niet veel langer dan een jaar, voordat ik aansluiting had bij het selecte groepje dan-spelers dat Amsterdam in die tijd onveilig maakte, al kon ik nog niet echt van ze winnen. Al helemaal niet van meervoudig Nederlands Kampioen Max Rebattu, die toen al 4e dan was en al in diverse Europese Kampioenschappen had gespeeld. Het zou tot 1977 duren voordat ook Rebattu geen onverslaanbare tegenstander meer voor mij zou blijken.

Ondertussen braken in Amsterdam de jaren zestig los. Provo's, hippies, hasjiesj, Paradiso, LSD. En de Rolling Stones, niet te vergeten. Ik werd er zo door opgeslokt, dat zelfs het go-spelen er een tijdje aan moest geloven. Pas toen ik in 1969, na ongeveer een jaar in hoger sferen te hebben vertoefd, ging studeren (psychologie), vond mijn passie voor het go-spel het zo langzamerhand welletjes en kwam — nu heviger dan ooit — weer aan de oppervlakte. Ik kocht alle Engelstalige go-literatuur die er was en begon die grondig te bestuderen. Ik nam een abonnement op het Japanse maandblad Kido en ging later, om het ook echt te kunnen lezen, als bijvak zelfs Japans studeren.

In 1970 ging ik voor het eerst naar een toernooi. In Hannover. Het toernooi won ik niet, maar wel won ik een partij van een 2e dan. Ik was daar heel tevreden mee. In 1971 ging ik voor het eerst naar een Europees Go Congres. In Bristol. Ik mocht hier niet meedoen aan het Europees Kampioenschap, daar was ik nog niet sterk genoeg voor, maar wel aan het zogenaamde 'meestertoernooi'. De naam 'meestertoernooi' was een beetje pretentieus, want zo sterk waren ze niet, de deelnemers hieraan. Ik deed mee als 2e dan, won acht partijen op een rij en daarmee het toernooi. Ik werd gepromoveerd naar 3e dan. Natuurlijk wilde ik nu ook 4e dan worden. Maar dat bleek nog niet zo eenvoudig. Het lukte uiteindelijk in 1974 op het Go Congres in Zagreb.

Begin 1977 werd ik Nederlands Kampioen door Max Rebattu in een driekamp te verslaan. Tot ieders verbazing. Niemand had dat verwacht van een hasjiesj rokende halve hippie, ik zelf al helemaal niet. Later in datzelfde jaar was ik enkele weken in Japan om daar, als vertegenwoordiger van de Nederlandse Go Bond, het Seminar for Overseas Teachers of Go bij te wonen. Een cursus, georganiseerd door de Japanse bond voor profs, de Nihon Kiin, voor Europese spelers die ook lesgaven. Dat laatste deed ik zo ongeveer vanaf het moment dat ik het spel zelf kende en ik kwam dan ook in aanmerking. De deelnemers die in de tien dagen die de cursus duurde, voldoende sashimi, sukiyaki en (warme) sake genuttigd hadden, kregen het diploma Teacher of Go. Ik dus ook. Het eten in Japan is goddelijk. In 1991 werd ook door de Nederlandse Go Bond het instituut 'gediplomeerd go-leraar' ingesteld en kreeg ik — zonder sake te hoeven nuttigen deze keer — het certificaat Go Trainer uitgereikt.

In 1978 verloor ik mijn kampioenstitel aan de opkomende Ronald Schlemper. In 1979 had ik weer succes: ik werd 3e in het Europees Kampioenschap in het Duitse Königswinter. In 1981 herhaalde ik dit kunstje nog eens op het EK in Linz (de pijlsnel sterk geworden Rob van Zeijst werd daar overigens, als eerste Nederlander, Europees Kampioen) en in 1982 was ik zelfs 2e op het EK in Kopenhagen. Achter Ronald Schlemper. (Rob van Zeijst was inmiddels verhuisd naar Japan.)

In diezelfde periode, begin jaren tachtig, won ik twee keer achter elkaar het toernooi in Hamburg en werd ik Open Engels Kampioen door de London Open te winnen. Ik was inmiddels gepromoveerd naar 5e dan. In 1987 werd ik nog gedeeld eerste in het toernooi van Parijs en in 2007 deed ik — als klap op de vuurpijl — hetzelfde nog eens in het Amsterdams Toernooi.

Halverwege de jaren tachtig kreeg ik in de gaten dat de groei er toch een beetje uit was. Ik werd niet meer echt sterker en mijn successen gingen zich beperken tot het winnen van af en toe een kleiner toernooi. Ik ging me wat meer bezighouden met lesgeven — vooral aan kinderen — en schreef een go-spelend computerprogramma. Samen met collega go-speler Rob Sprey. Mijn interesse voor computer-go was al gewekt toen ik eind jaren zeventig werkte aan mijn doctoraalwerkstuk. Dit ging over denkprocessen bij menselijke go-spelers, maar ook 'denkende' computers kwamen er al bij ter sprake. Na het doctoraal psychologie had ik nog een paar jaar wiskunde gestudeerd en een beetje leren programmeren en computer-go leek mij een mooie manier om al mijn kennis en kunde bij elkaar te brengen. Én om miljonair mee te worden. Het programma is er gekomen (en werd in 1993 zelfs Europees Kampioen). De miljoenen niet. Computer-go bleek geen big business.

Hoewel ik de status van jong talent, die ik ooit had, inmiddels heb moeten verruilen voor die van vergane glorie, duurt mijn passie voor go nog altijd onverminderd voort. Er gaat vrijwel geen dag voorbij dat ik het niet speel, bestudeer, les geef, erover schrijf of er tenminste over nadenk. En ik moet me sterk vergissen, wil dit niet tot het einde der tijden ook zo blijven. Go is een boeiend spel.


Boeken

Boeken voor beginners

Nederlandstalige go-boeken voor beginners bestaan, maar er zijn maar weinig boekhandels die ze ook in voorraad hebben. Een van de betere is Go voor beginners van Kaoru Iwamoto (vertaald uit het Engels). Dit al een oud boek, maar nog steeds de moeite waard en gewoon online te koop. Aanbevolen.

Het boek GO, stap voor stap, van Frank Janssen, de 'officiële leermethode van de Nederlandse Go Bond', schijnt ook nog verkrijgbaar te zijn, maar ik kan het niet aanbevelen. Ik denk namelijk dat de NGoB met deze 'officiële leermethode' een historische vergissing maakt. In deze methode wordt gebruik gemaakt van wat 'een inleidend spel' genoemd wordt, het zogenaamde 'slag-go', om het slaan van stenen te oefenen.

Het probleem met slag-go is, dat het een spel(letje) is dat op go lijkt, maar met het cruciale verschil dat bij slag-go het slaan van stenen uitdrukkelijk het doel van het spel is, terwijl bij go het maken van gebied het doel van het spel is. En om dat doel — gebied maken — te bereiken, is het slaan van stenen minstens zo vaak fout als dat het goed is. Als je mensen hun go-carrière laat beginnen met een spelletje slag-go — al is het maar tien minuten — versterk je de neiging die de meeste mensen toch al hebben, om rücksichtlos steentjes na te jagen zonder zich ook maar een moment af te vragen of dat nu wel verstandig is. Mijn pedagogisch-didactische intuïtie zegt me, dat dit wel zo'n beetje het laatste is wat je moet doen als je mensen serieus wilt leren go-spelen.

Het idee achter slag-go is, dat het de drempel om echt go te leren zou verlagen. Op korte termijn mag dat zo wezen, maar op langere termijn vrees ik het ergste. Mijn methode is het in ieder geval niet en ik hoop dan ook dat de slag-go hype spoedig weer tot het verleden zal behoren. (De discussie over 'capture-go' wordt ook internationaal gevoerd. Voor wie zich erin wil mengen, zie AtariGoAsATeachingMethod.)

Engelstalige go-boeken voor beginners zijn er in groten getale. En goeie ook. Een van de betere is Learn to Play Go, A Master's Guide to the Ultimate Game, van Janice Kim en Jeong Soo-hyun. Maar er zijn ook andere. Ik verwijs naar The Annotated Bibliography of English-language Go Books voor (bijna) alles wat hierover te vertellen valt.

Boeken voor beginners en gevorderden

Wie meer wil weten over go dan alleen de allereerste beginselen (en geen Chinees, Japans of Koreaans leest) is min of meer aangewezen op het Engels. Maar dan kun je ook even voort. Engelstalige go-boeken zijn er tegenwoordig in overvloed en over het algemeen gewoon in Nederland te koop bij Het Paard. Niet alles is van even goede kwaliteit, maar veel is goed tot zeer goed. Hieronder bespreek ik een aantal Engelstalige publicaties van zeer hoge kwaliteit, die ook voor (enigszins) ambitieuze beginners interessant zijn. (Zie ook de hierboven al genoemde site van David Carlton.)

Invincible

Om te beginnen Invincible — The Games of Shusaku, samengesteld door John Power en uitgegeven door The Kiseido Publishing Company. Shusaku (1829 — 1862) is de Bach van het go-spel. Invincible is een boek met zo'n 151 partijen van Shusaku, waarvan tachtig met uitgebreid commentaar van een groot aantal hedendaagse topspelers. Een daarvan is de al even legendarische Go Seigen, de 20e eeuwse tegenhanger van Shusaku.

De partijen zijn uiteraard bedoeld om na te spelen. Dat naspelen doe je met bord en stenen en alleen om die reden al is Invincible geen boek voor op het nachtkastje. Het naspelen van partijen van spelers die zó goed zijn, dat je ervan moet uitgaan dat hun spel de perfectie benadert, is fascinerend. Inderdaad: te vergelijken met luisteren naar Bach. Fascinerend én leerzaam. Ook voor beginners. Ook al begrijp je nauwelijks wat er allemaal gebeurt, het naspelen van zo'n partij brengt je altijd op ideeën en — vooral — zet je aan het denken. Het commentaar bij de partij bestuderen is daarvoor niet eens nodig. Ook dat is leuk en nuttig, zeker, maar gewoon de partij naspelen en je bij elke zet afvragen waarom juist dáár gespeeld is en niet op bijvoorbeeld het punt dat je zelf in gedachten had, is een van de beste leerervaringen die je jezelf aan de hand van een boek kunt verschaffen.

Het commentaar bij de partijen in Invincible is niet geschreven voor beginners, maar hoeft toch voor beginners niet altijd volkomen onbegrijpelijke abracadabra te zijn. Commentaar bij go-partijen bestaat niet alleen maar uit een opsomming van allerlei ingewikkelde varianten, maar ook uit meer algemene — strategische — opmerkingen over wat er in grote lijnen in een partij gebeurt. Dit soort commentaar kan ook voor beginners verhelderend zijn. Ook commentaar waarin wordt aangegeven waarom de ene variant beter is dan de andere, kan voor beginners interessant zijn. Al was het maar omdat het je iets leert over waar je allemaal op moet letten bij het beoordelen van zetten en hoe belangrijk het is de stelling op het hele bord bij dit oordeel te betrekken.

Invincible is een van de beste go-boeken die er überhaupt zijn. Door de kwaliteit van de partijen en het commentaar natuurlijk, maar ook door de begeleidende teksten die de partijen in hun historische context plaatsen. Verder zijn de biografie van Shusaku en de beschrijving van het go in het oude Japan, waar het boek mee begint, al bijna net zo spannend als de partijen zelf. Het verhaal bijvoorbeeld, hoe Shusaku als zesjarige hummel wordt uitgenodigd op het kasteel van de daimyo en bij dat bezoek zoveel indruk maakt op de krijgsheer, dat hij levenslang diens beschermeling zal blijven. En zeker ook dat over de Honinbo's en de andere go-huizen, de intriges en ontwikkelingen die de rivaliteit tussen die huizen met zich meebracht, en de jaarlijkse ceremoniële matches in het kasteel van de shogun.

Ook qua vormgeving is Invincible een schitterend boek. Een speler als Shusaku waardig.

The Go Player's Almanac 2001

Het tweede boek dat ik onder de aandacht wil brengen, The Go Player's Almanac 2001, is eveneens een uitgave van de Kiseido Publishing Company en is al even schitterend vormgegeven als Invincible. Het is, in tegenstelling tot Invincible, geen leerboek, maar een combinatie van leesboek, woordenboek, encyclopedie, handboek, kunstboek en koffietafelboek. Ongeveer alles wat je ooit over go zou willen weten, behalve de techniek van het spel, staat er in. Oorsprong en geschiedenis. Hoe traditionele borden, stenen en potten worden gemaakt. Wat de kwaliteit ervan bepaalt. Hoe je je stenen onderhoudt (een voor een poetsen). Go en kunst. Go en computers. Hoe je professional kunt worden. Je kunt het zo gek niet bedenken of je vindt het in de Almanac. Tot een cursus Japans aan toe. Géén boek waar je direct sterker van wordt, maar toch zeer de moeite waard.

Go World

Een derde (helaas: voormalige) uitgave van, alweer, de Kiseido Publishing Company die hier niet ongenoemd mag blijven, is het tijdschrift Go World. Eigenlijk een vakblad voor go-spelers met de uitslagen van alle nationale en internationale proftoernooien, een of twee go-technische artikelen en verder voornamelijk profpartijen met commentaar. Heerlijk. En, zoals ik boven al heb betoogd, ook voor beginners interessant. Maar de reden dat ik Go World hier uitdrukkelijk noem is vooral ook de omslag. Elke keer anders, maar altijd even mooi. Alleen door mijn jarenlange abonnement op Go World heb ik inmiddels een uitgebreide collectie kleurige Japanse prenten met go-spelende courtisanes, elkaar met go-borden te lijf gaande samurai en andere al dan niet gewelddadige scènes met een go-bord in de hoofdrol. Als tijdschrift is Go World weliswaar ter ziele (het laatste nummer verscheen begin 2013), maar de complete collectie is verkrijgbaar op dvd en — voor de liefhebber van papier — ongetwijfeld ook nog antiquarisch te verkrijgen. Zeer aanbevolen.

Graded Go Problems for Beginners

Een serie van vier boeken met nauwelijks tekst en een heleboel problemen — honderden — is Graded Go Problems for Beginners van de Japanse 9e dan Kano Yoshinori. De problemen in het begin zijn extreem simpel. Zo simpel, dat je het nauwelijks nog problemen kunt noemen. Zelfs iemand die — letterlijk — nog nooit een go-steen op een go-bord heeft gezet, kan ze oplossen. De latere zijn wat moeilijker, maar zelfs die uit deel 4 zijn nog niet zo moeilijk dat een dan-speler de oplossing niet in hooguit een paar seconden kan vinden. Deel 1 is ideaal voor wie net de regels heeft geleerd en, voordat hij zich in het diepe stort, zich toch een klein beetje techniek wil eigen maken. De delen 2, 3 en 4 zijn, behalve voor beginners, ook heel geschikt voor kyu-spelers die zijn blijven steken op een bepaald niveau en toch wel wat sterker zouden willen worden. Het oplossen van een flinke portie eenvoudige tactische problemen, zoals die in Graded Go Problems te vinden zijn, is de meest doeltreffende manier om dat te bewerkstelligen. Prima boeken.

Whole Board Thinking in Joseki

De laatste twee boeken waar ik een paar woorden aan wil wijden, zijn de delen 1 en 2 van Whole Board Thinking in Joseki. Ik aarzel niet om dit de beste go-boeken te noemen die ik ken. Ook dit zijn boeken met problemen, maar dan problemen van een heel andere orde dan de eenvoudige, tactische problemen uit Graded Go Problems. De problemen in Whole Board Thinking zijn strategisch en allesbehalve eenvoudig. De vraag die wordt gesteld — en beantwoord — is niet zozeer hóe je moet vechten, maar wáár je moet vechten. En wanneer. Relevant voor beginners? Ja. In ieder geval voor beginners die niet altijd beginner willen blijven. Begrijpelijk voor beginners? Tot op zekere hoogte. Je hoeft geen dan-speler te zijn om te begrijpen dat het versterken van een stelling die al sterk is, niet erg efficiënt is. Of om te snappen dat een invasie in vijandelijk gebied riskant is, als je op weinig steun van buitenaf kunt rekenen. Je moet wel al een tamelijk sterke speler zijn om aan dit soort wijsheden in de alledaagse speelpraktijk werkelijk iets te hebben. Wie met het oplossen van de elementaire tactische probleempjes uit de Graded Go Problems nog moeite heeft, kan nóg zo goed begrijpen dat 'verdeel en heers' een belangrijk strategisch principe is, maar zal bij het spelen van zijn partijen heel weinig aan dit inzicht hebben. Toch raad ik ook beginners aan om de twee delen Whole Board Thinking in Joseki aan te schaffen. Al was het alleen maar om te voorkomen dat ze er later, als de boeken inmiddels zijn uitverkocht, spijt van krijgen dat ze dat niet gedaan hebben.

Whole Board Thinking in Joseki (twee delen) is uitgegeven door de Fourth Line Press. De auteurs zijn Yi-Lun Yang, 7e dan prof, en Phil Straus. De eerste is verantwoordelijk voor de go-technische inhoud, de tweede voor het Engels. Beide delen Whole Board Thinking zijn van uitzonderlijke kwaliteit. Ik ken geen enkel boek dat op zo'n overtuigende en doordringende manier laat zien hoezeer de stelling op het hele bord bepalend is voor het beoordelen van het resultaat van een lokaal gevecht. De keuze van de problemen, de begeleidende teksten en de lay-out werken perfect samen om dit inzicht over te brengen op de lezer. En dan ziet het er ook allemaal nog eens prachtig uit. Het is buitengewoon jammer dat de Fourth Line Press inmiddels de geest alweer gegeven heeft.


Spelmateriaal — waarop letten bij aanschaf?

Go-spellen zijn er in alle soorten en maten. De mooiste komen uit Japan en kosten vele duizenden euro's. De stenen kunnen meer dan een centimeter dik zijn. De witte zijn van schelp, de zwarte van leisteen. De typisch Japanse borden zijn zo'n dertig centimeter dik en staan op pootjes. Ze zijn erg mooi, maar bedoeld om op de grond te zetten en dus voor westerlingen, die gewend zijn aan tafels en stoelen, niet erg handig. Er zijn ook Japanse borden van een centimeter of vijf die je gewoon op tafel kunt leggen. Ook deze zijn erg mooi en ook voor westerlingen goed te gebruiken. Wie het kan betalen kope vooral Japans materiaal. Mooier spul bestaat niet.

Lelijker spul wel. Als het om go-spellen gaat kun je het zo lelijk niet bedenken of het is wel ergens te koop. Berucht wat dit betreft zijn de zogenaamde 'Ing-stenen'. Goedkope, pretentieuze, maar kitscherige rotzooi uit Taiwan met plastic aan de buitenkant en iets zwaars van binnen, waarschijnlijk chemisch afval. Het zijn stenen, die niet alleen ongelooflijk lelijk zijn, maar ook nog eens de neiging hebben uit je handen te schieten als je ze op het bord wilt zetten. Zeer geschikt om cadeau te geven aan iemand aan wie je een ontzettende hekel hebt.

De gewone, Europese spellen- en speelgoedfabrikanten hebben ook vaak een go-spel in het assortiment. Meestal in een kartonnen doos met een kartonnen vouwbord en met steentjes van plastic. Ze zijn niet slecht en ook niet overdreven duur, maar kleiner dan gebruikelijk en eigenlijk alleen geschikt als cadeautje voor neefje of nichtje als alternatief voor nog weer een schietspelletje.

Beste koop op het gebied van go-spellen is een spel dat is samengesteld uit een set stenen van Koreaanse of Japanse makelij, gemaakt van (zwart en wit) glas, met een diameter van 22 mm (desnoods 21,5 mm, maar zeker niet kleiner) gecompleteerd met een — niet glimmend gelakt, let daar op — houten bord. Bij Het Paard in Amsterdam koop je voor voor zo'n € 80 een spel waar je de rest van je leven plezier van hebt en waar je je niet voor hoeft te schamen als je een keer een dan-speler op visite krijgt. Ook kun je zo'n spel met een gerust hart cadeau doen aan iemand van wie je heel veel houdt.

Sommige mensen die een go-bord zien denken: dat maak ik zelf! Mijn advies: niet doen. In de afgelopen vijftig jaar heb ik regelmatig zelfgemaakte go-borden onder ogen gehad, maar nog nooit heb ik er een gezien die ook maar in de verste verte voldeed aan de eisen die je eraan mag stellen. Of het is vierkant (en dat moet niet: een go-bord moet vierkant lijken, maar mag het niet zijn), of het heeft de verkeerde kleur, of het is met de verkeerde lak behandeld, of de lijnen zijn uitgelopen, of … enzovoort, enzovoort, enzovoort. Nooit aan beginnen dus.


Go in Amsterdam

Wie in Amsterdam woont en wel eens een go-speler in levenden lijve wil zien, kan eens — vrijblijvend — een kijkje komen nemen op de Amsterdamse Go Club. De Amsterdamse Go Club speelt op verschillende locaties. Hoofdlocatie is café 2 Klaveren, De Clerqstraat 136 in Amsterdam. Elke dinsdag wordt hier vanaf ongeveer half negen (competitie) gespeeld. Op vrijdag wordt, ook vanaf ongeveer half negen, gespeeld in het clubgebouw van speeltuinvereniging Ons Genoegen, Elandsstraat 101. Midden in de Jordaan. Op de vrijdag worden vooral vrije partijen en lespartijen gespeeld. De vrijdag is eigenlijk een soort 'open' avond: iedereen die belangstelling heeft voor go kan langskomen om een spelletje te spelen, te kijken naar partijen van anderen of zich het een en ander (de regels bijvoorbeeld) te laten uitleggen. Kom eens langs! (Meer info? Bel: 020-3200284.)

De sfeer op de Amsterdamse Go Club is gemoedelijk en informeel en de leden zijn over het algemeen gaarne bereid hun kennis van het spel met anderen te delen. Het niveau van de leden loopt uiteen van beginner tot 7e dan. Lid worden van de Amsterdamse Go Club kost € 73 per jaar (inclusief het lidmaatschap van de Nederlandse Go Bond).

Bij boekhandel Scheltema (Rokin 9 in Amsterdam, vlak bij de Dam) staat op de 3e verdieping een go-spel dat door iedereen die dat wil vrijelijk kan worden gebruikt.


Een stukje geschiedenis

Twee mensen hebben bij de introductie van go in Nederland een grote rol gespeeld: uitgever/journalist Léon Vié en wiskundeleraar A.P.H. (Ab) Schilp.

Het was Schilp die op zijn school, het Hervormd Lyceum Zuid in Amsterdam, in 1959 heeft gedaan wat eigenlijk elke wiskundeleraar zou moeten doen: een school-go-club oprichten.

De contributie, zo vermeldt schoolkrant 'De Piepstem' in datzelfde jaar, bedroeg 'f. 0.75 per jaar'. Nog een heel bedrag: je kon er in die tijd in de snoepwinkel wel 150 dubbelzoutjes voor kopen!

Twee oud-leerlingen van Schilp, Henk de Vries en Marcel de Bruin, zijn ook nu (2026) nog bekende namen in de Nederlandse go-wereld.

Thuis bij Ab Schilp, 1960 (rechts vooraan: Henk de Vries)

Schilp heeft later ook een grote rol gespeeld in de verdere ontwikkeling van go, in binnen- en buitenland. Als erkenning hiervoor is hem in Japan zelfs een officieel '1e dan' diploma uitgereikt.

Toen zijn schoolclubje eenmaal liep ging Schilp al gauw op jacht naar groter wild: een echte club waar iedereen lid van zou kunnen worden. Een Amsterdamse Go Club dus. Maar dat idee in de praktijk brengen was, zelfs in de jaren zestig toen het woord 'toerist' nog moest worden uitgevonden, nog niet zo makkelijk.

Een speellocatie van goede kwaliteit is voor een denksportclub van het allergrootste belang.  Als díe er eenmaal is komen de leden vanzelf.   Het aantal leden van de Amsterdamse Go Club is, zo leert de geschiedenis, recht evenredig met de kwaliteit van de speellocatie.

Hieronder een lijst van alle locaties waar de Amsterdamse Go Club ooit gespeeld heeft en direct daaronder een, iets kortere, van café’s en andere plekken in en om Amsterdam waar regelmatig go-spelers te vinden waren.

Nadat eerst een tijdje afwisselend bij de leden thuis gespeeld was, begon het echte werk in een café in Amsterdam Zuid:

  1. Café Neutraal, Sophialaan 55 (hoek Amstelveenseweg) – begin jaren zestig

Marcel de Bruin (een van de eerste ‘slachtoffers’ van wiskundeleraar Schilp) hierover: ‘ . . . een restaurant dat overdag gebruikt werd voor theorie-examens voor het rijbewijs.’

Max Rebattu (meester op zo’n beetje álle wapens die de denksport kent, maar vooral bekend als bridger en go-speler): ‘Dat cafe-restaurant aan de Amstelveenseweg herinner ik me goed ik heb er mijn rijbewijs gehaald.’

Ook Allard Köster, die jaren later lange tijd voorzitter van de club zou worden, zette hier zijn eerste stapjes op het go-bord.

  1. First National City Bank, Herengracht 545 – 1964/1967

De plek waar ik mijn carrière als go-speler, in het najaar van 1965, ben begonnen. De Amsterdamse Go Club had hier de beschikking over een prima zaaltje, met ruimte voor een kleine dertig spelers, bovenin het pand. Er was zelfs een echte koffiejuffrouw, die behalve koffie en thee ook kleine versnaperingen in de aanbieding had!

Het waren vooral degenen die het spel (veelal op school) geleerd hadden van Ab Schilp, waarvan Henk de Vries (4e dan) en de boven al genoemde Marcel de Bruin de meest prominente waren, die hier bijeenkwamen. Maar ook veel van de mensen die het spel in het schaakcafé op het Leidseplein via Léon Vié had leren kennen, onder wie Max Rebattu (inmiddels 4e dan), gaven hier elke donderdag acte de présence.

Andere go-spelers/clubleden, naast de boven al genoemde, die ik me nog kan herinneren uit die tijd, zijn Karel Altena (door iedereen ‘Altie’ genoemd, maar voor mij, als broekie van zestien natuurlijk gewoon ‘meneer Altena’), Mats Goemans (2e dan in 1965), Lutz Flechsig, Robert van Zanten, een oudere broer van Robert van Zanten, Peter van der Mark, René Nijssen (was in het dagelijks leven beeldhouwer), Gerard Kool, de heer Van het Riet (gepensioneerd wiskundeleraar) en, niet te vergeten, Jan van Frankenhuysen.

De laatste zou zich in de decennia daarna ontpoppen tot initiatiefnemer van zo’n beetje alles wat zich in Nederland (en vaak ook daarbuiten) op go-gebied zou gaan afspelen. Naast het deponeren van go-spellen in een hele serie Amsterdamse café’s (met name de zogenaamde P-café’s als Pels, Prins en nog een heleboel andere) organiseerde Van Frankenhuysen het eerste Amsterdams Internationaal Toernooi in 1971 in kunstenaarssociëteit  Arti et Amicitiae op het Rokin in Amsterdam (inclusief een tocht met de rondvaartboot voor alle deelnemers), hielp met het oprichten van diverse go-clubs buiten Amsterdam en was – jaren later – nauw betrokken bij de pogingen om het door de Japanse 9e dan professional Iwamoto gesponsorde Europees Go en Cultureel Centrum, het EGCC, naar Nederland te krijgen.

Henk de Vries in een voor hem kenmerkende pose.

Er waren overigens ook go-spelers die in de jaren zestig/begin zeventig al actief waren die bij mijn weten nooit op de Amsterdamse Go Club zijn geweest, maar zich vooral ophielden in het Amsterdamse schaakcafé op het Leidseplein. Ik herinner mij Willem Boegem (sterke speler, was ooit uitdager van veelvoudig Nederlands kampioen Max Rebattu), Eric Schuttelaar, Peter Groen, Ad Fraanje en, niet te vergeten, schaakmeester Rob Hartoch en bridger Kees Tammens.

De paradijselijke omstandigheden van het zaaltje bij de Bank bleken echter niet voor de eeuwigheid, want de club is later nog vele malen – noodgedwongen – verhuisd. Zie onder.

Zie ook: https://rrehm.home.xs4all.nl/schaakcafé.html

  1. Meisjesinternaat Willemsparkweg – zomer 1967

De eerste van een hele serie gedwongen verhuizingen was naar een meisjesinternaat aan de Willemsparkweg. Dat klinkt natuurlijk aantrekkelijk, een meisjesinternaat, maar meisjes hebben we hier nooit gezien. Het was midden in de zomervakantie. Meer dan een paar weken heeft de club hier ook niet gebivakkeerd.

  1. Kosterij Oranjekerk, Van Ostadestraat – 1967/1968

Ook een locatie waar de club maar kortstondig gebruik van heeft gemaakt. Waarom?  Niemand die het nog weet.

  1. Kantine scheikundestudenten, Plantage Muidergracht – 1968

De derde, op zich prima, locatie op rij, waar de club maar kortstondig heeft gespeeld.

  1. Kantine Ignatius College, Hobbemakade 51 – winter 1968/1969

Ik herinner me dit als zo’n beetje de saaiste plek waar de club ooit gespeeld heeft.  Een groot, hol en donker schoolgebouw, waar een bestuurslid van de go-club de sleutel van had gekregen (dat soort dingen kon nog in die tijd) en waar dan in de kantine kon worden gespeeld.  De club moest wel zelf voor drankjes en versnaperingen zorgen. En dat deed de club dan ook. Men regelde een kratje met wat drankjes en hapjes waar de aanwezige leden, tegen betaling – te deponeren op het schoteltje – iets van konden nemen.  Er lag een briefje bij: ‘Geld op het schoteltje leggen, aub’.  Ik ging zelf in die tijd dan ook maar liever naar Paradiso op de donderdagavond.

  1. Okshoofd, Herengracht 114 – 1969/1971

Een hele verbetering ten opzichte van de kantine van het Ignatius College.  Vooral ook omdat in hetzelfde pand vanaf 24 u. een disco plaatsvond waar de leden van de go-club gratis toegang toe hadden! Ook, omdat de discozaal aanzienlijk gezelliger was dan het officieel aan de go-club toebedeelde zaaltje, maakten Max Rebattu en ik er al gauw een gewoonte van om hier in het begin van de avond, als de disco nog niet begonnen was, go te gaan spelen. (Max had dat misschien beter niet kunnen doen, want ik heb hier zoveel van geleerd dat ik hem, zeven jaar later, dat wel, van zijn ‘eeuwige’ titel als Nederlands Kampioen heb kunnen beroven.)

De deelnemers aan het kandidatentoernooi van 1970. Van links naar rechts: Jan Berkhout, Marcel de Bruin, Henk de Vries, Mats Goemans, Karel Altena, Robert Rehm en Ger Hungerink.

Een citaat uit het Tijdschrift van de Nederlandse Go Bond, 7e jaargang, nummer 2, januari 1970, maakt duidelijk dat ik niet de enige was die het zeer naar zijn zin had in 't Okshoofd :

‘Amsterdam

De club maakt een welvarende tijd door. Na vijf verhuizingen binnen twee jaar [van Herengracht 545 naar de Willemsparkweg, vandaar naar de Van Ostadestraat, naar de Plantage  Muidergracht, naar de Hobbemakade en tenslotte naar Herengracht 114 – dat zijn er dus inderdaad vijf R.R.] is een prima zaal gevonden in ‘t Okshoofd, Herengracht 114.  De club heeft zich aangesloten bij de Universitaire Sportvereniging, maar ook niet-studenten kunnen gewoon lid zijn.  Een Go-cursus voor beginners die duurt van september tot Kerstmis bracht vele (20) nieuwe Go-enthousiasten naar ‘t Okshoofd, waardoor het aantal clubleden de 40 al is gepasseerd. Leermeester Henk de Vries voert geduldig zijn leerlingen, die veelal voor het eerst met het Go-spel kennismaakten, via twee ogen om te leven, bijltje, klavertje vier, flipback, ko, atari, snijden en verbinden, naar het moeilijke en gevarieerde middenspel.’

Om mij onbekende redenen is de Amsterdamse Go Club al na korte tijd weer uit 't Okshoofd vertrokken. Maar dit keer werden we er niet slechter van! Verhuizen van het ene schitterende grachtenpand naar het andere, zo'n honderd meter verderop op dezelfde gracht, waar we de beschikking kregen over een prima ruimte met uitzicht op de gracht, kun je rustig een cadeautje noemen.
  1. H88, Herengracht 88 – 1971/1973 en 1976/1988

Acht van de negen Amsterdamse go-spelers die, op uitnodiging van de Arbeitsgemeinschaft für Sport und Körperkultur in Österreich in 1972, naar Wenen gingen om deel te nemen aan een toernooi ter viering van het tachtigjarig jubileum van de ASKÖ. Van links naar rechts: Rob Sprey, Sibbe Relleke, Robert van Zanten, Dick van Vliet, Rein Kaales, Leo Solleveld, Robert Rehm en Ad Fraanje. Nummer negen, Eric van Grieken, maakte de foto. Alle kosten werden vergoed en de deelnemers kregen nog zakgeld op de koop toe.

De verhuizing naar H88, eind 1971, bleek een schot in de roos.  Er werd door diverse zeikerds weliswaar regelmatig geklaagd over de etensluchtjes van de mensa die van dezelfde zaal gebruik maakte (heb ik overigens nooit last van gehad, maar waarschijnlijk kwam dat omdat ik er zelf ook altijd at), maar een betere locatie dan H88 heeft de Amsterdamse Go Club nooit gehad: groot, goede tafels en stoelen, gelegenheid tot buiten spelen bij mooi weer en midden in het centrum van Amsterdam.  Wat wil je nog meer?  En ik geloof dat we daar nog gratis zaten ook!

Maar, helaas, ook daar kwam een eind aan.  Weliswaar pas na een jaar of vijftien, maar toch. Het was ergens eind jaren tachtig, het begin van de commercialisering waar Amsterdam ook nu nog steeds de ‘vruchten’ van plukt.  Sinds die tijd is de club wel twintig keer van hot naar her verhuisd, maar beter is het er nooit op geworden.

Van de tijd dat de club als hoofdlocatie H88 had – van laatste kwartaal 1971 tot juli 1988, met een relatief korte onderbreking in de jaren zeventig, zie onder bij 9. en 10. – kun je rustig zeggen dat het de bloeitijd van de Amsterdamse Go Club was.  Er waren op een gegeven moment niet minder dan drie clubavonden in de week.  Op maandag en donderdag in H88, op dinsdag in De Weesper. En elk van die avonden werd beter bezocht dan zelfs de ‘officiële’ clubavond van tegenwoordig. Ook die in De Weesper. Op het hoogtepunt waren er zo'n 60 leden.

In het voorjaar van 1973 vond ook de tweede editie plaats van het (weer door Jan van Frankenhuysen georganiseerde) Amsterdams Toernooi in het chique gebouw van Arti et Amicitiae op het Rokin in Amsterdam. Dat waren nog eens tijden!

A’dam International Go Tournament 1973. Ontwerp en foto: Eric van Grieken

  1. NVSH, Blauwburgwal 7 -1973/74

Een zaaltje in het pand van de Amsterdamse afdeling van de NVSH. De go-club kon hier terecht door bemiddeling van de toenmalige penningmeester van de club, Karel Winninghof, die toevallig ook penningmeester was van de NVSH. (Winninghof had in die tijd trouwens nóg een penningmeesterschap: dat van de Nederlandse Go Bond. Het aantal leden van de Bond verviervoudigde tijdens zijn bewind: van 200 naar 800!).

Allard Köster schreef: ‘Een aardige anekdote is dat Karel Winninghof op een speelavond in de NVSH vertelde dat hij Engelstalige go-boeken uit Japan had geïmporteerd. Hij had daar vanuit de bond een budget van 200 gulden voor, zodat ieder geïnteresseerd bondslid een boek kon kopen. Echter de boeken waren allemaal diezelfde avond verkocht. Dit voorval heeft geleid tot de oprichting van een fonds van duizend gulden om go boeken in te kopen en te verkopen. Ook was het mogelijk om borden en go-stenen te kopen. Dit fonds werd jarenlang door Leo Solleveld beheerd tot de oprichting van de Schaak en Go winkel van Eric en Annebelle Bousquet.’

Na precies een jaar verhuisde de club naar de mensa in de Damstraat. De NVSH was op zich een prima plek, maar eigenlijk te klein.  Gezellig, maar hutje-mutje.

  1. Mensa (later ‘De Happetap’ genoemd), Damstraat 3 – 1974/1976

Een ruime, maar wat lawaaiige zaal in de grootste mensa van Amsterdam, vlakbij de Dam. Niet de ideale ruimte voor een denksportclub, maar acceptabel. In september 1976 verhuisde de go-club weer terug naar H88. Het hoe en waarom van al deze verhuizingen is onduidelijk.

Cas Muller (4e dan) moet oppassen tegen deze jonge bezoeker uit Taiwan! (1978). Foto: Eric van Grieken

  1. De Snelbinder, Tuinstraat 237 – 1981/1983

In 1981 komt er een geheel nieuwe locatie beschikbaar: ‘De Snelbinder’, in de Tuinstraat. Het betreft een door go-speler en bestuurslid van de Amsterdamse Go Club, Meng Ing Chu, opgericht denksportcentrum annex discotheek (of discotheek annex denksportcentrum, dat is niet helemaal duidelijk). Er kan in ieder geval worden gespeeld op tijden dat er geen functionerende discotheek is.  Tot een uur of twaalf ‘s avonds dus. De Snelbinder wordt verheven tot nevenlocatie van de club. Hoofdlocatie blijft vooralsnog H88. In De Snelbinder wordt door de club gespeeld op de dinsdagavond, maar in het weekend vinden er ook vaak andere go-activiteiten plaats, zoals trainingen en kampioenschappen. Ook Jan Timman is wel eens in De Snelbinder gesignaleerd.  Maar niet om go te spelen.

Maar helaas, De Snelbinder heeft niet meer dan een paar jaar kunnen bestaan.  In november 1983 wordt De Snelbinder in ‘go’ het tijdschrift van de Nederlandse Go Bond, nog als nevenlocatie van de Amsterdamse Go Club genoemd, maar in januari 1984 is het de De Weesper die die rol heeft overgenomen. Het voortijdig einde van De Snelbinder is, naar het schijnt, mede een gevolg van klachten over nachtelijk lawaai van buurtbewoners.  Jammer, want de combinatie denksportruimte vóór middernacht en discotheek erna was, zoals ‘t Okshoofd al bewezen had, geen slechte combinatie.

  1. Mensa ‘De Weesper’, Weesperstraat 5 – 1983/1992

Een nieuwe nevenlocatie was overigens snel gevonden: de mensa in studentenflat ‘De Weesper’ in de Weesperstraat.  ‘Moderne’ architectuur van de jaren zestig, en dan weet je het wel: mooi is anders. Maar van binnen viel het wel mee, behalve dan dat het er tochtig en rumoerig was. Maar voor veel go-spelers was het toch beter dan niets.

En erger nog, in 1988 kwam er definitief een eind aan H88.  Het pand werd verkocht.  Ongetwijfeld aan de hoogste bieder.

Vluggertjestoernooi voor het Bimhuis op de Oude Schans in 1988. Foto Eric van Grieken
  1. Mensa ‘Agora’, Roetersstraat 11 – 1992

In februari 1992 verhuist de club naar weer een andere Mensa: ‘Agora’ in de Roetersstraat.  Leuke buurt. Vlakbij Artis.  Maar lang heeft dit niet geduurd.

  1. US Sporthal, Van Musschenbroekstraat – 1993

In 1993 is een tijdje in de US Sporthal in de Van Musschenbroekstraat gespeeld.  Dat is een straat vlak achter de Wibautstraat. Geografisch niet ver van de Roetersstraat, misschien vijf minuten lopen, maar qua buurt een wereld van verschil!  Ook over de accomodatie zelf waren weinig mensen enthousiast. De zaal ging strikt om 12 uur dicht.

  1. Wijnhuis Petrus, Houtkopersdwarsstraat – 1994

In april 1994 was er nog weer een nieuwe, extra, speellocatie (voor de vrijdagavond): Wijnhuis Petrus in de Houtkopersdwarsstraat, om de hoek van het Waterlooplein.  Maar ook dit was niet echt een succes. De club schijnt hier zelfs, in december 1994, ‘in onmin’ te zijn weggegaan.

  1. Grand-café Go-centrum De Loge, Waterlooplein 73 – 1995

Eind december 1994 is er sprake van een geheel nieuwe locatie: ‘Grand-café Go-centrum De Loge’, Waterlooplein 73.  In een artikel van Peter Dijkema in het tijdschrift van de Nederlandse Go Bond wordt uitvoerig ingegaan op wat de Amsterdamse go-spelers van dit nieuwe initiatief van Meng Ing Chu (die begin jaren tachtig ook al oprichter/initiatiefnemer was van De Snelbinder; zie boven) kunnen verwachten. In ieder geval wordt besloten dat de Amsterdamse Go Club weggaat bij zowel de sporthal van US in de Van Musschenbroekstraat als het Wijnhuis en volledig zijn intrek neemt in De Loge.

Helaas: In april 1996 schrijft Hans Hoekstra in een artikel in het tijdschrift van de Bond (jrg. 33 nr. 2): ‘Sinds de club in 1988 gedwongen werd tot de verhuizing uit H88, een mensa aan de Herengracht, heeft men niet meer een geschikte locatie kunnen vinden. De recentelijke verhuizing naar Grand café-go centrum De Loge leek uitkomst te bieden, maar ook hier doken al spoedig problemen op.  Met name de muziek en de vele niet-spelende cafébezoekers schrikken trouwe clubleden af. Hier heeft men nu verandering in gebracht.  De muziek wordt pas ‘s avonds laat aangezet en de avonden zijn besloten geworden.’

Desalniettemin gaat de club toch weer verhuizen.

  1. Denksportcafé 2 Klaveren, De Clercqstraat 136 – 1997/2023

Hoewel in de 2 Klaveren al vanaf het begin van het bestaan van het café go gespeeld wordt – 2 Klaveren was in zekere zin tenslotte de opvolger van het oude Schaakcafé op het Leidseplein – is het aanvankelijk nooit een officiële locatie geweest van de Amsterdamse Go Club.  Ook niet als nevenlocatie.  In de winter van ’96/’97 komt daar verandering in. De Amsterdamse Go Club gaat er spelen in de kelderzaal, die als denksportzaal is ingericht. Gratis. In de periode daarna, dus van 1997 tot heden, is de 2 Klaveren dan weer wel en dan weer niet de officiële locatie van de Amsterdamse Go Club. Inmiddels fungeert de 2 Klaveren alweer jaren als clublocatie. Er wordt gespeeld op de dinsdagavond vanaf 20:30 u. In het café zelf (dus niet in de kelderzaal). Wie, gewoon uit nieuwsgierigheid, eens wil komen kijken: iedereen is welkom!

  1. Ons Genoegen, Elandsstraat 101 – 2001/2023

Omdat niet iedereen echt tevreden was met de locatie 2 Klaveren, ging men op zoek naar een alternatieve plek.  Die werd al gauw gevonden bij speeltuinvereniging Ons Genoegen in de Elandsstraat 101. Hier kon de club terecht op de donderdagavond.  Nadat hier door een groeiend clubje go-spelers een aantal jaren naar genoegen was gespeeld, verschijnen er plotseling donkere wolken aan de hemel in de vorm van een zangclub, die zich ook een plaatsje wil verschaffen onder de hemel van Ons Genoegen. Niet in dezelfde zaal als waar de go-club speelde, maar wel op dezelfde avond.  De go-club gaat, met enig gemor, accoord met een ‘proef’, maar al gauw blijkt dat een zangkoor en een go-club in één gebouw niet werkt. Het koor zorgt voor dermate veel ‘achtergrondgeluid’, dat het beoefenen van serieuze denksport in datzelfde gebouw niet goed meer mogelijk is.

Omdat het zangkoor door het bestuur van Ons Genoegen al min of meer beloofd was dat ze op de donderdag konden blijven zingen, dreigde er een heel vervelende situatie te ontstaan.  Maar een ‘oplossing’ diende zich aan. In diezelfde tijd, ergens rond 2010, is er sprake van dat het gebouw van Ons Genoegen gesloopt gaat worden en vervangen gaat worden door een nieuw gebouw.  Als tijdelijk onderkomen voor Ons Genoegen (niet alleen voor de go-club, maar voor de hele reutemeteut) gaat een gebouw recht tegenover het bestaande gebouw dienen. Dit gebouw is per direct beschikbaar en besloten wordt dat de go-club (bij Ons Genoegen ‘GoOG’, afkorting van ‘Go bij Ons Genoegen’, genoemd), samen met de klaverjasclub van Ons Genoegen, alvast verhuist naar de overkant, Elandsstraat 44.

Dit geschiedde op 8 januari 2010.  Dat was een vrijdag en sindsdien is de vrijdag ook de vaste speelavond van GoOG.  De zangclub blijft vooralsnog gewoon zijn Amsterdamse liederen zingen in het ‘oude’ gebouw op nummer 101. Op donderdag. Ergens in 2013 is de nieuwbouw van Elandsstraat 101 gereed en verhuist Ons Genoegen in zijn totaliteit weer naar de overkant.  Tot op de dag van  vandaag (21 april 2026) is dit de ‘nevenlocatie’ (hoofdlocatie is de 2 Klaveren) van de Amsterdamse Go Club. Elke vrijdag vanaf 20:30 u. kan hier worden gespeeld.

Net als voor locatie 2 Klaveren op dinsdag, geldt voor locatie Ons Genoegen op vrijdag: iedereen die nieuwsgierig is naar wat dat geheimzinnige spel go eigenlijk behelst is welkom om eens te komen kijken.  Vooraf aankondigen is niet nodig, het kost niets en er is altijd wel iemand bereid om niewsgierigen het een en ander uit te leggen. 

  1. Ons Genoegen, Elandsstraat 44 – 2010/2013

Het gebouw Elandsstraat 44, waar Ons Genoegen, en dus ook de go-club van Ons Genoegen, tijdens de nieuwbouw van het oude gebouw op nummer 101, tijdelijk zijn activiteiten ontplooide, was oud (merkwaardig genoeg ouder, misschien wel een eeuw ouder, dan het ‘oude’ gebouw op huisnummer 101; ja, het leven is soms ingewikkeld!) maar sfeervol.  (Er waren zelfs  muizen.)

De go-spelers speelden hier in dezelfde zaal als de klaverjassers. Dat was geen probleem, en eigenlijk ook best gezellig, want de zaal was groot genoeg en go-spelers maken – tijdens het spelen van informele partijen in ieder geval – minstens zoveel lawaai als de meest fanatieke klaverjassers.

Na zo’n drie jaar te zijn verbannen naar de overkant, verhuist Ons Genoegen, inclusief GoOG, weer naar het nu ‘nieuwe gebouw’ op nummer 101. Daar speelt GoOG, tot op de dag van vandaag, elke week op de vrijdagavond, vanaf 20:30 u.  Iedereen is welkom!

  1. Sportcentrum De Pijp, Lizzy Ansinghstraat 88 – 2010

Ergens rond 2010 was er voor de leden van de Amsterdamse Go Club nog een plek waar ze zich konden uitleven met hun dropjes en pepermuntjes: het denksportzaaltje van Sportcentrum De Pijp in de Lizzy Ansinghstraat in Amsterdam Zuid.  Op zich was dit een prima zaaltje, maar om de een of andere reden heeft het toch maar korte tijd als speellocatie voor de Amsterdamse Go Club gefunctioneerd. Niemand weet meer waarom.

  1. Café Batavia 1920, Prins Hendrikkade 85 – 2013/2019

Omdat men, om de een of andere reden, vond dat de 2 Klaveren niet meer als speellocatie voldeed, is de ‘hoofdlocatie’ van de Amsterdamse Go Club in 2013 verplaatst naar een zaaltje achterin ‘Café Batavia 1920’ aan de Prins Hendrikkade. Verandering doet eten, zullen we maar zeggen, want een opvallende verbetering ten opzichte van de 2 Klaveren was het in de ogen van velen niet.

Hoe dan ook, in 2019 werd de go-club te verstaan gegeven dat zij weer diende op te hoepelen. En dat gebeurde ook.  Gelukkig kon de Amsterdamse Go Club opnieuw terecht bij de 2 Klaveren (De Clercqstraat 136), waar tot op heden (elke dinsdagavond) competitie wordt gespeeld (en elke zes weken een vluggertjestoernooi wordt gehouden).

  1. Crea café, Nieuwe Achtergracht 170 en Studio K, Timorplein 62 2018 tot heden

Ergens in 2018 kreeg de Amsterdamse Go Club een nieuwe impuls via een Engelstalige 'concurrrent'.

Inmiddels wordt de huidige locatie van deze concurrent, Timorplein 62, door iedereen beschouwd als officiële speellocatie van de Amsterdamse Go Club. Er wordt elke zondag vanaf 11 uur gespeeld. En ook voor deze locatie geldt: iedereen is welkom. Officieel is de voertaal hier Engels, maar ook met alleen Nederlands kun je hier prima terecht. Zonder enige verdere verplichting.

Go-spelen in Amsterdam hoeft niet per se in clubverband.  Er zijn, en waren sinds de jaren vijftig, tal van andere plekken waar go gespeeld werd (en soms nog wordt).  Hieronder een overzicht.

  1. Schaakcafé ‘De Oude Schouwburg’, Leidseplein 22.

Het schaakcafé op het Leidseplein, het échte schaakcafé, heeft bestaan van ver voor de jaartelling, tot medio 1972.

Schaker/columnist Tim Krabbé heeft in het AD eens een stukje geschreven over een befaamde match tussen go-spelers uit het schaakcafé en spelers van de Amsterdamse Go Club, begin jaren zestig: match schaakcafe en Amsterdamse go club.

Ikzelf (R.R.) kwam zelfs in de (echte) Paradisotijd (eind jaren zestig), nog regelmatig bij het schaakcafé over de vloer. Zie : https://rrehm.home.xs4all.nl/schaakcafé.html

 

  1. Bijlmermeer

In de Bijlmermeer heeft van 1972 tot medio 1996 een go-club bestaan in de collectieve ruimte van het appartementencomplex Gouden Leeuw. Leden waren onder andere de 4e dans Henk de Vries en Jos Vermaseren. De faciliteiten waren er goed. Zo goed - een prima speelzaal, uitstekende catering en dat alles nog betaalbaar ook - dat er in de jaren tachtig niet alleen elk jaar het Nederlands Kampioenschap werd georganiseerd, maar er ook regelmatig trainingen plaatsvonden. Meestal onder leiding van de in die tijd sterkste Nederlandse go-speler (en veelvoudig Nederlands kampioen) Ronald Schlemper.

 

  1. Het Hok, Lange Leidsedwarsstraat 134

Was aanvankelijk, vanaf 1972, de nieuwe locatie van het oude schaakcafé op het Leidseplein, maar is in de loop der jaren geëvolueerd tot alles behalve een denksportcafé. Tegenwoordig lijkt het vooral te fungeren als restaurant c.q. toeristenfuik.

In de begintijd van het bestaan heeft Het Hok overigens wel een aantal go-spelers opgeleverd die later van zich hebben doen spreken: wij noemen Cas Muller, Nico Spruit en Misha Mengelberg (vooral omdat de laatste ook aardig piano kon spelen). Ook Nico Lijsen, vertaler/go-speler, en Kees Tammens, bridger/go-speler, behoorden tot de vaste gasten van Het Hok.

 

  1. Cleyndertweg

Begin jaren zeventig werd ook in de gemeenschappelijke ruimte van de studentenflat aan de Cleyndertweg in Amsterdam Noord go gespeeld. Eén van degenen die het spel daar geleerd hebben, Marianne Diederen, was later (mede)eigenaar/oprichter van Schaak en Gowinkel het Paard .

 

  1. Tesuji

Een tweede Amsterdamse club, Tesuji, werd opgericht medio 1974, door Robert van Zanten en Henk Hagen.  ‘Adres: Pieter Lastmankade, hoek Valeriusplein, speelavond woensdag van 8 tot 12 uur.’  Tesuji wordt in het tijdschrift van de Nederlandse Go Bond van december 1975 nog vermeld. Daarna niet meer. De club werd opgericht uit onvrede met het beleid van  de bestaande Amsterdamse club, maar had waarschijnlijk meer te maken met persoonlijke grieven, c.q. de paranoia van Van Zanten, dan met de werkelijke gang van zaken.

 

  1. Gambiet

In de jaren tachtig was er ook nog een echt schaakcafé op de Bloemgracht: Gambiet.  Ook hier werd af en toe go gespeeld.  Toen de eigenaar overleed is het café door zijn erfgenamen verkocht. Helaas, want het was misschien wel het leukste café in Amsterdam!

 

  1. TABA

In het tijdschrift van de Nederlandse Go Bond van april 1993 wordt vermeld dat er in Amsterdam op de woensdagavond ook gespeeld kan worden in de kantine van voetbalvereniging TABA, Fizeaustraat 10 achter het Amstelstation, waar dan ook de schakers spelen. Er is maar met een beperkt aantal spelers en niet lang op deze locatie gespeeld. Dit was in ieder geval geen officiële speellocatie van de Amsterdamse club.

 

  1. Café De Laurierboom, Laurierstraat 76

Spellletjescafé De Laurierboom bestaat nog steeds, maar lijkt toch te zijn uitgegroeid tot een ‘gewoon’ café.

 

  1. Eetcafé De Oerknal, Science Park 306

Heeft een tijd een aantal enthousiaste spelers gehad. Bord en stenen zijn nog altijd aanwezig, klaar voor gebruik!

 

  1. Europees Go en Cultureel Centrum (EGCC)

Van 1992 tot 2019 was in Amstelveen het EGCC gevestigd.  Het was eigenlijk de bedoeling dat het in Amsterdam zelf zou komen, op de kop van de Zeedijk (Olofspoort), maar daar werd – gezien de Amsterdamse drugsproblematiek uit die tijd en de gevolgen daarvan voor de ‘leefbaarheid’ op de Zeedijk – vanaf gezien.  Achteraf gezien jammer, want deze zelfde plek wordt nu gezien als toplocatie (zie ook: ondergang Zeedijk ).

Het EGCC was als denksportcentrum op zich niet slecht, het was ruim bemeten en de speelomstandigheden waren uitstekend, maar de locatie – in een buitenwijk van een buitenwijk van de Amsterdamse buitenwijk Buitenveldert – was verre van ideaal. De aanloop van toevallig langskomend publiek, was, zoals te verwachten, zeer beperkt.

Wel was het EGCC de thuisbasis van de Amstelveense go-club De Twee Ogen en van een hele serie andere denksportclubs. Maar ja, met alleen maar clubs die één keer in de week een avond spelen, houd je geen denksportcentrum in de lucht. Een denksportcentrum hoort, ik zeg het nog maar eens, thuis in het centrum van Amsterdam. Niet in een buitenwijk!

In 2019 werd het EGCC opgeheven.

 


Lessen en cursussen

Lessen op uurbasis

Ik geef — op aanvraag — les aan beginners en gevorderden. Groepsgewijs of individueel. Aan kinderen en volwassenen. Op scholen, bedrijven en instituten. Belangstelling? Vraag een offerte!

Vorm en inhoud van een les of cursus hangen in eerste instantie af van de speelsterkte van de leerlingen/cursisten, maar kunnen in overleg nader worden bepaald. In een beginnerscursus komen uiteraard de regels van het spel uitgebreid aan bod, maar zeker ook de beginselen van tactiek en strategie. Lessen voor gevorderden zullen veelal bestaan uit het bespreken van door hen zelf gespeelde partijen. Het laten analyseren van eigen partijen door een sterke speler is verreweg de beste manier om het spelpeil te verhogen. Maar een les in de vorm van een simultaan, een bespreking van een profpartij of een uiteenzetting over een bepaald onderwerp, is ook mogelijk.

Locatie, duur enz. van lessen en cursussen is in overleg te bepalen.

Rondetafelgo

Een nieuwe lesvorm voor kleine groepen waar ik sinds enige tijd mee experimenteer, en die goed in de smaak lijkt te vallen, is wat ik ben gaan noemen: 'rondetafelgo'. Centraal hierbij staat een bij voorkeur rechthoekige tafel met daarop een go-spel, waar zowel de deelnemers als ikzelf omheen zitten. We beginnen met een leeg bord en gaan dan met z'n allen een partij spelen. Ik begin zelf met het doen van een zet met zwart. Dan doet degeen die naast mij zit een zet met wit. De volgende in de kring doet weer een zet met zwart, enzovoort.

Tijdens het spelen van zo'n 'rondetafelpartij' stel ik vragen, leg ik dingen uit, denk ik (hardop) mee met degeen die aan de beurt is, vestig ik de aandacht op belangrijke kenmerken van de stelling, klaag ik soms dat ik het zelf ook niet meer weet, geef ik complimentjes, schop ik onder tafel, geef ik technische en psychologische adviezen, beantwoord ik vragen, vertel ik anecdotes en probeer ik er in de tussentijd voor te zorgen dat de stelling die op het bord komt zowel go-technisch als didactisch verantwoord blijft.

Een van de leuke dingen van dit rondetafelgo, is dat de deelnemers heel erg betrokken raken bij wat er op het bord gebeurt. Ze hebben er immers allemaal hun steentje aan bijgedragen, hebben meegedacht en meegediscussieerd, en de partij die zich langzaam maar zeker op het bord ontwikkelt is daarmee helemaal hun éigen partij geworden.

En ondertussen leren ze van alles. Geen boekjeswijsheden over allerlei theoretische mogelijkheden, maar wel hoe een sterke speler (in mijn geval: een 5e dan) in de praktijk tegen een partij aankijkt. Hoe hij denkt. Waar hij allemaal op let. Welke overwegingen een rol spelen. Waarom hij sommige zetten al bij voorbaat afkeurt en andere juist onmiddellijk aanmerkt als plausibel. En hoe hij zich (als het goed is) niet laat verblinden door de (vaak in het oog springende) vóórdelen van een zet, maar vooral ook let op de nádelen.

Een groot voordeel van rondetafelgo is, dat de interactie heel intenstief is en de sfeer daardoor juist informeel. Dat maakt het voor de leerlingen makkelijker om vragen te stéllen en voor de leraar makkelijker om ze te beantwoorden: hij kan rekening houden met het niveau van de vragensteller en er tegelijkertijd voor zorgen dat ook de andere deelnemers er iets van opsteken.

Bij rondetafelgo is het geen enkel probleem als het niveau van de deelnemers sterk uiteenloopt. Integendeel. Het geeft je als leraar juist heel interessante didactische mogelijkheden. Zo kun je een vraag van een 20e kyu bijvoorbeeld eerst eens laten beantwoorden door een andere, wat sterkere, deelnemer en dáár dan als leraar commentaar op geven. Hierdoor leert niet alleen de oorspronkelijke vragensteller aanzienlijk meer dan als zijn vraag direct zou zijn beantwoord, maar leren de andere deelnemers ook zo het een en ander.

De optimale duur van een rondetafelsessie is een uur of drie. Dat lijkt misschien lang, maar dat valt erg mee, want de tijd vliegt tijdens zo'n intensieve training. In een sessie van enkele uren is de partij meestal gevorderd tot een flink stuk in het middenspel en kan deze — moeilijke — fase van het spel dan ook uitgebreid aan bod komen.

Níet via internet

Voor de goede orde: ik geef geen les via internet. Wie go-les wil via internet verwijs ik naar Guo Juan's Internet Go School.


Contact

Ik ben te bereiken per e-mail of per telefoon: 020 – 32 00 284.


© 2005 - 2026 Robert Rehm