Sportles en het mooiste nieuws van het weekend

Duizenden mensen met een stevige allergie kwamen gisteren in Madrid de straat op om de slotetappe van de Vuelta in de war te sturen. Het waren stuk voor stuk mensen die zwaar allergisch zijn aan het soort hypocrisie in de trant van “Rusland mag niet meer meespelen, want die zijn Oekraïne binnengevallen, maar Israël mag nog lekker meedoen ook al nemen ze Gaza in en plegen ze een genocide in het volle daglicht, want dat zijn nu eenmaal onze (rijke) vriendjes”.

Hun actie had succes: de finale moest afgelast worden.

Laat mij hier even de (degelijke, onafhankelijke) Spaanse krant El Diario citeren (vertaling door Google translate):

Protesten tegen de genocide in Gaza leggen de Vuelta in Madrid plat.
Demonstranten overmeesterden de veiligheidstroepen op verschillende punten langs het parcours, waardoor de laatste etappe van de wedstrijd werd afgelast.

Het politiekorps dat voor de slotetappe van de Vuelta a España in Madrid was opgesteld, kon de duizenden demonstranten niet tegenhouden die er zondag op verschillende punten langs het parcours in slaagden het wielerkampioenschap te verstoren. De protesten die de wedstrijd sinds de oprichting kenmerken, waren gericht op de uitzetting van het Premier Tech-team, opgericht door een zionistische zakenman. “Palestina wint deze Vuelta”, scandeerden duizenden mensen in het centrum van de hoofdstad nadat ze hadden vernomen dat de organisatoren de etappe hadden afgelast.

De VRT is in sommige artikels een pak minder neutraal dan je van journalisten zou verwachten, en zegt dat er een ‘dieptepunt’ bereikt werd. De Standaard doet ook een duit in het zakje en stelt dat het ‘Vuelta-feest vergald’ werd en dat de Vuelta eindigt in ‘mineur‘.

Ja, ik weet het wel, die arme renners die zich zo lang op de Vuelta hebben voorbereid. Maar ik kan daar geen medelijden mee hebben als ik denk aan de 708 (!) Palestijnse atleten die de afgelopen twee jaar vermoord werden door Israël. Israël vernielde bovendien, gedeeltelijk of volledig, “273 sportfaciliteiten, waaronder stadions, sportscholen en clubfaciliteiten”.

Iedereen die het normaal vindt dat Israël nog mag deelnemen aan eender welk soort internationale competitie, laat zich zand in de ogen strooien of is omgekocht. Zo eenvoudig is het. Bij een bakker die in zijn kelder kleine kinderen vermoordt, ga je ook geen brood kopen, en je laat hem al helemaal niet meedoen aan de jaarlijkse bake off.

Dus ik vond het prachtig nieuws, dat het burgerprotest al die rijke organisatoren een dikke f*ck you in het gezicht smeet. Het geeft me nog een beetje hoop voor de toekomst.

En nu allemaal volle bak lobbyen om België uit het Songfestival te krijgen.

‘Cause if we tolerate this, our children will be next.

Dank u.

Wake Me Up When September Ends

Ik lees bij vrienden uit Frankrijk dat ze deze laatste dagen van augustus met weemoed beleven: het einde van een mooie zomer, dat vervelende ‘weer-naar-school’-gevoel, de koude dagen in het verschiet.

Hier in het nog diepere zuiden beleef ik het einde van de zomer helemaal anders: ik ben blij dat het bijna voorbij is. Na drie maanden van dag en nacht onafgebroken in het zweet lopen en niet buiten kunnen komen tussen 9:00 en 20:00 kan ik niet wachten tot het schooljaar weer begint en de temperaturen zakken tot menselijke niveaus. De afgelopen weken heb ik er op de koop toe een stel migraines bovenop gekregen, waardoor de gedachte ‘ik heb de zomer overleefd’ spontaan een ‘niet te vroeg juichen’ oproept. Want eerst moet er dus nog een migraine-golf afgeschud worden en moeten we door de fiestas de Rafelbunyol heengeraken. Die werden gisterenavond officieel op gang getrokken: om 02:00 ’s nachts werd ik uit mijn slaap gehaald door de loeiharde muziek van een discomóvil aan de andere kant van het dorp. Jawel, de andere kant van het dorp. En toch kon ik verstaan wat de DJ zei. “Jij woont in een dorp, lekker rustig,” zeggen de mensen me wel eens. Lekker niet dus.

Maar soit, op 8 september begint de school weer en op 9 september is het de laatste feestdag in het dorp. Die overlap, daar ligt niemand wakker van, om de eenvoudige reden dat er hier tijdens de feesten ’s nachts toch bijna niemand slaapt – en al helemaal niet de schoolgaande jeugd.

Ja mannekes.

’t Is nog efkes doorbijten.

Apache

De journalisten van Apache doen wat er gedaan moet worden wanneer er een genocide aan de gang is: ze focussen deze week volledig op Palestina en Israël.

Het is tegelijk een verademing en diepe hartzeer om hun website te bezoeken: je kunt er lezen over Israëlisch pronatalisme, over de banden tussen de N-VA en de kolonisten, en over hoe Israël Gaza gebruikt als een testcentrum voor hun wapenindustrie. Bovendien kun je er nagaan welke Vlaamse politiezones Israëlische spyware gebruiken.

Ik weet het, een mens wordt er niet vrolijker van. Maar ons gaan ze over 20 jaar niet horen zeggen: ‘Wir haben es nicht gewusst.”

Blote buik

Ik ben een grote fan van de Gen Z-generatie. Ze groeien op in zo’n turbulente wereld, vol technologie en klimaatverandering, met ADHD-ouders en een onderwijssysteem dat hen probeert voor te bereiden op de samenleving en de arbeidsmarkt van twintig jaar geleden, terwijl de wereld aan het overhellen is naar een nieuwe orde waarvan niemand weet wat ze gaat zijn. Maar ze laten het niet aan hun hart komen: als boomscheuten schieten ze omhoog. Ze zijn tien keer wijzer dan wij waren op die leeftijd, en gaan honderd keer beter gekleed. (En oké, dat is een sterke veralgemening die vast niet voor iedereen opgaat, maar jonge mensen hebben recht op een mooie ode.)

Dat de tieners van vandaag – althans die in mijn directe omgeving – beter gekleed gaan, heeft vast veel te maken met sociale media. Gen Z verzuipt immers onder de influencer-invloeden op TikTok en Instagram terwijl wij het moesten stellen met wat we in de laatste Britney Spears video hadden gezien. Bovendien is dit een generatie die zichzelf elke dag filmt. Stel je dat even voor! In de jaren ’90 kon je rustig de hele dag rondlopen in een Greenpeace T-shirt zonder dat daar achteraf enig visueel bewijs van was, terwijl de tieners van vandaag constant in de spotlights leven. Ik begrijp dus wel dat je dan ’s morgens wat meer tijd besteedt aan je haar, je make up en je kleren.

Wat kleding betreft gaat de focus van mijn dochter trouwens een richting uit die ik niet verwacht had: de mode van de jaren ’90 en 2000. Tegenwoordig trekt zij met het doorzettingsvermogen van een Lara Croft langs tweedehandsmarkten op zoek naar low rise jeans en topjes met kanten boordjes. Want zo cool als wij indertijd de mode uit de sixties en seventies vonden, zo vindt de jonge generatie nu de kleren die wij als tieners en twintigers droegen súper guay. Waarom heb ik mijn oude garderobe niet bewaard? krijg ik van een verwijtende dochter te horen. Mijn antwoorden variëren van “ik droeg alles af”, “ik had van die boeddhistische vlagen van onthechting waarin ik de helft van mijn bezittingen weggaf”, tot “geen idee”. Al is het juiste antwoord wellicht: ik had het niet zien aankomen. Ik had me nooit voorgesteld dat ik op een dag een veertienjarige dochter zou hebben, en nog minder dat die mijn low rise jeans met wijde pijpen begerenswaardig zou vinden.

En één van de redenen waarom ik me dat niet kon voorstellen, was dat ik zelf helemaal niet van low rise jeans hield. Ik werd er gek van dat je in die jaren niets anders kon vinden. Ik heb altijd een beetje een buikje gehad, en dan is zo’n low rise echt wel het laatste wat je aan wilt trekken, maar als je toch een jeansbroek wilde, dan had je eigenlijk geen keus. Of het moest zijn dat ik steevast in de verkeerde winkels zocht, maar als ik het mij goed herinner, kwamen jeansbroeken die je navel op een behoorlijke manier bedekten pas jaren later op de markt.

Wat een opluchting was dat trouwens, die high rise jeans! Eindelijk een gewoon T-shirt kunnen dragen, en niet steeds op zoek moeten naar een extra lang exemplaar. Dochterlief toonde me ook video’s van Gen Z influencers die in verschillende outfits de nineties-stijl toonden, waarvan laagjes kennelijk een aantrekkelijk kenmerk was, en ik dacht: natuurlijk droegen we laagjes. Je broek kwam veel te laag, dus moest je wel een extra lang T-shirt eroverheen dragen, en alles wat je daarboven droeg, was veel korter dan je T-shirt. Het was dat, of met een permanent blote buik over straat lopen. En dat is best te doen in Spanje tussen maart en november, maar in België kun je daar maar twee weken per jaar comfortabel mee weg komen tenzij je er niet mee inzit dat je eierstokken bevriezen. Nu ik erover nadenk: het was een gouden tijd voor navelpiercings, dat wel, maar dat die trend de millenniumovergang niet heeft overleefd, zal ook wel zijn redenen hebben.

Lieve hemel.

Ik hoop maar dat ze straks niet om een navelpiercing vraagt.

Boten vol hoop

Aan de oostkust van Spanje aan het strand staan is een heel andere ervaring geworden sinds oktober 2023. Je kijkt uit over de zee, en je weet dat er aan de andere kant van het water twee miljoen mensen in gruwelijke omstandigheden proberen te overleven. Je zit op een terrasje aan de kust forel met salade en patatas fritas te eten, en de beelden van de uitgehongerde kinderen aan de overkant doemen op voor je geestesoog.

Uiteraard is het geen toeval of een soort van pech dat de bevolking van Gaza aan het verhongeren is: Israël heeft Gaza afgesneden van de buitenwereld en houdt het voedsel buiten. Israël en de VS hebben de verdeling van voedsel volledig gemonopoliseerd: de UNRWA mag Gaza niet meer in en de voedseldistributies gebeuren door de zogenaamde Gaza Humanitarian Foundation – de meest cynische naam sinds George Orwell’s Ministry of Plenty. Wanneer uitgehongerde Palestijnen naar de verdeelpunten van het GHF trekken, lopen ze de kans door Israëlische soldaten en Amerikaanse huurlingen te worden neergeschoten. Volgens de VN zijn al meer dan 800 Palestijnen op die manier vermoord – ook kinderen.

Nu is die wurggreep om Gaza’s nek niet nieuw. Activisten en mensenrechtenorganisaties roepen al decennialang over de kolonisatie van Palestina door Israël, en in het verleden waren er al heel wat pogingen om bijvoorbeeld de maritieme blokkade te doorbreken. Zo is de Gaza Freedom Flotilla een initiatief van activisten die al sinds 2010 op Gaza varen. Toen de vloot van 2010 door het Israëlische leger werd aangevallen, kwamen negen activisten om het leven, maar dat weerhield hun kameraden er niet van om het in de daaropvolgende jaren opnieuw te proberen.

Nu de nood hoger is dan ooit, worden er voorbereidingen getroffen voor een actie die alle voorgaande overtreft, of zoals de organisatoren het zelf noemen: “een mijlpaal in het internationale burgerverzet“. Vier organisaties met activisten en supporters uit wel 44 landen (ook België) hebben de handen in elkaar geslagen om een vloot van tientallen kleine en middelgrote schepen samen te stellen die eind augustus met hulpgoederen naar Gaza zullen varen.

Deze hartverwarmende maritieme actie draagt de naam ‘Global Sumud Flotilla‘. Sumud is een Arabisch woord dat ‘standvastigheid’ of ‘vastberadenheid’ betekent – een woord met een zeer emotionele lading voor de Palestijnen.

Als je de activisten van de Global Sumud Flotilla wilt steunen, kan dat via hun website: globalsumudflotilla.org.

Hier laat ik hen nog even zelf aan het woord (en ja, die met de bril, dat is Susan Sarandon):

F*ck Hotmail (*)

Hotmail wil mij niet meer.

Niet dat ik erdoor van slag ben, want dat gevoel is wederzijds.

Wel had ik niet verwacht dat ik zo bruusk aan de deur gezet zou worden: van de ene dag op de andere raak ik hotmail niet meer binnen. Al wat ik gedaan heb om dat te verdienen, was een paar keer weigeren om me via gezichtsherkenning te identificeren, en nu krijg ik al dagenlang steevast de boodschap: we can’t sign you in right now, please try again later.

Gelukkig was ik al een tijdje voorzien op naderend onheil, en had ik me in de marge een adres bij mailfence aangemaakt, wat ik nu dus als voornaamste mailbox gebruik (ik heb ook een gmail, maar enkel omdat ik die voor het vertaalwerk nodig heb).

Dat hotmail trouwens echt out is en eigenlijk maar beter achterwege wordt gelaten, werd deze week nog eens bevestigd door een artikel in El Diario. Blijkt namelijk dat Microsoft vrolijk meewerkt aan het bespioneren van Palestijnen door de Israëlische overheid. Je weet wel, die staat die samen met de Verenigde Staten kinderen neerschiet die om voedsel staan te bedelen omdat ze door diezelfde twee staten uitgehongerd worden.

Een interessant neveneffect van het buitengesloten worden door hotmail, is dat ik nu ook niet meer aan mijn account van de supermarkt geraak. Trouwe lezers met een heel goed geheugen herinneren zich misschien nog dat ik jarenlang de klantenkaart van de supermarkt heb weten af te wimpelen, tot ik een paar jaar geleden dan toch zwichtte. Ik liet me verleiden door de maandelijkse kortingscheque van Consum, en installeerde zelfs de supermarkt-app op mijn gsm.

Gisteren wilde ik die app openen om te kijken hoeveel mijn cheque van de maand bedraagt, maar ik raakte de app niet in. “Er werd een beveiligingscode naar je mailadres gestuurd,” stond er. Mijn hotmail dus. Waar ik niet in geraak.

Ik vermoed dat er mij de komende maanden nog wel een paar van dat soort situaties te wachten staan, en dat sommige daarvan erg vervelend en onpraktisch zullen zijn, maar in dit geval dacht ik: good riddance. Als ik nu ook nog consequent met cash geld betaal, weten ze bij Consum helemaal niet meer wanneer ik mijn regels heb.

Enfin, om maar te zeggen: hotmail en de supermarkt-app kunnen van mij allebei de boom in.

Want we hebben allemaal recht op privacy.

Ook de Palestijnen.

(*) Titel niet te interpreteren als “fuck a hot male”. Dat zou een heel ander soort blogpost zijn.

Broodroof en orgasmes

In de Signal-groep van mijn schrijfcollega’s passeerde onlangs een nieuwsbericht dat ons nekhaar overeind deed komen. Een onderzoek van de VRT-nieuwsdienst had aan het licht gebracht dat van alle artikels die het magazine Elle afgelopen jaar op haar website had gepost, de helft (!) geschreven was door AI. De Elle-journalist die de artikels zogezegd geschreven had (want er werd niet aangegeven dat het om een AI-artikel ging), was een fictief personage. Ook Psychologies, Marie Claire en Forbes hadden zich aan dat soort oplichterij schuldig gemaakt. De fake foto’s van de fake journalisten waren niet van echte foto’s te onderscheiden. Toen de VRT om tekst en uitleg vroeg, kregen ze van Ventures Media (het bedrijf achter Elle en Psychologies) te horen dat het om een “beperkte test van het tech team” ging. Wat in mensentaal betekent: een test om te zien of ze ermee weg konden komen.

Oplichting en broodroof dus, want artikels die je door AI laat schrijven, daar hoef je geen journalist voor te betalen. En het zijn niet enkel journalisten die nerveus dienen te worden. De laatste tijd zie ik op YouTube regelmatig advertenties passeren voor online taallessen waarbij de leerkrachten die goedmoedig en geduldig je fouten corrigeren AI-personages zijn: ze hebben een perfecte huid en hun haar zit altijd goed.

Slecht nieuws ook voor schrijvers van fictie, want op hun terrein is uitgeverij Pelckmans (foei, Pelckmans) de paaltjes aan het verzetten. In december brengen ze daar het boek Cypercity uit, een dystopische roman waarvan op Pelckmans’ website uitdrukkelijk aangeven wordt dat die NIET door AI geschreven is (een zinnetje dat daar waarschijnlijk geplaatst is na alle heisa die het boek teweegbracht), hoewel de auteur een fictief personage is, en de zogenaamd échte auteur helemaal geen auteur is. De uiteindelijke uitleg is dat het boek geschreven is door een ghostwriter die wat AI gebruikt heeft om de boel op poten te zetten en nadien op te schonen. Jaja. Paaltjes verzetten dus.

Is dat waar we naartoe gaan? Knappe auteursfoto’s van AI-personages op de websites, terwijl wij mensen van vlees en bloed gereduceerd worden tot spookschrijvers die achter de schermen aan een generische tekst zitten te frutselen? Ik werd er een beetje moedeloos van.

Maar toen had ik een namiddag vrijaf en het huis voor mij alleen, en besloot ik een film te kijken die al even op mijn lijstje stond: Happy Ending van de jonge, Nederlandse, vrouwelijke regisseur Joosje Duk. De film gaat over een jong stelletje, waarvan het meisje haar orgasmes faket omdat ze niet weet hoe ze met haar vriendje over seks kan praten. Het was een film zoals films horen te zijn: met een script dat goed in elkaar zat, acteurs die blonken als pareltjes, en realistische, respectvolle seksscènes die mee het verhaal droegen. Een speelse, kwetsbare film waar de liefde van af droop. Het hoofdpersonage was een introvert meisje van eind de twintig met een gezichtje zo open en onschuldig dat je haar onder een glazen stolp zou plaatsen. En dan zie je op dat gezichtje liefde, verwarring, opwinding, teleurstelling, verliefdheid, verdriet en nog zoveel andere emoties, in een verhaal dat duidelijk vanuit de buik geschreven was.

En ik dacht: kijk, er is nog hoop. Want er is alvast één ding dat AI niet kan, en nooit zal kunnen: ons echt ontroeren. Je kunt geen emoties overbrengen als je ze niet eerst zelf gevoeld hebt. Daarom kan AI geen kunst maken. En daarom gaan we altijd elkaar nodig hebben, net zoals dat meisje uit Happy Ending wel klaar kon komen met een vibrator, maar toch vooral tot extase wilde komen met de jongen waar ze van hield.

Want mensen zijn weliswaar een hoop gedoe, maar als het lukt, dan is er werkelijk niets mooiers.

Kinderen op kastelen

Afgelopen zaterdag ging ik naar een internationaal poëziefestival hier in de buurt, dat internationaal was in de zin dat er heel veel Valenciaanse dichters waren, naast een Argentijnse, een Italiaanse, en als pakkende afsluiter: de Palestijn.

Tussen de gedichten door toonden lokale zangers en dansers hun kunsten, en er was ook een groep castellers (*). Dat zijn mensen die, enkel en alleen met hun lichamen, castells bouwen, wat Catalaans en Valenciaans is voor kastelen. Ik had al wel gehoord over deze folkloristische kunst, die typisch is voor Catalonië en Valencia, maar afgezien van een paar foto’s en een paar scènes in Ocho apellidos catalanes had ik er nog niet veel van gezien. En toen stonden ze daar opeens voor mijn neus, op een podium: een stuk of twintig castellers, waarvan de meesten vrouwen. Er waren ook vier kinderen bij, de jongste vast niet ouder dan een jaar of drie.

Ik zag dat kind van drie op de schouders van een vrouw klimmen. De vrouw hield zijn voeten stevig vast, het kind ging rechtop staan en strekte zijn armen. Mijn mond viel open. En dat was nog maar het begin.

De volwassen castellers gingen in een vierkante formatie staan, grepen elkaars armen, ondersteunden elkaars bekken. Een vrouw hief zich bovenop dit menselijke vierkant, haar voeten op de sterke schouders van haar kompanen, en zodra ze rechtop stond, klom een meisje van een jaar of zes via al die lichamen helemaal naar boven. Op de schouders van de vrouw. Ook dit meisje ging rechtop staan, en wierp het publiek kushandjes toe. Ze stond zo hoog dat ze makkelijk de rails van de verlichting kon aanraken. Mijn mond zakte nog verder open. Hier zou je in België nooit toestemming voor krijgen, dacht ik onwillekeurig.

Maar terwijl het ene kasteel ontbonden werd en het andere opgebouwd, viel mij iets op. Naast en achter de mensen die de basis van de structuur vormden, stonden er steeds anderen met hun handen in de lucht. Klaar om de kleinere klimmers op te vangen, moesten ze uitschuiven. En ik dacht: wat mooi. Wat een metafoor. Wat een prachtige manier om je kinderen zonder woorden de boodschap mee te geven dat je hen als groep hogerop wilt stuwen, maar dat iedereen klaarstaat om hen op te vangen als het misgaat. Ik kon me voorstellen dat heel wat mensen deze kunst als kindermishandeling zien, maar ik vermoedde dat casteller-kinderen letterlijk en figuurlijk beter in evenwicht zijn dan kinderen die nooit op de schouders van hun ouders hebben gestaan, of die nooit het gevoel hebben gehad dat er behalve hun ouders nog een hele gemeenschap klaarstaat om hen op te vangen.

En daarmee begreep ik meteen ook waarom kasteelkunstenaars thuishoren op poëziefestivals.

(*) de dubbele l spreek je uit als een j. Dus ‘kastejers’, met elke e scherp, en de klemtoon op de laatste lettergreep.

Bijna een nieuw boek. Bijna.

Onlangs werd met gezamenlijke instemming ons gratis online magazine en literaire speeltuintje Au Parleur opgedoekt. Want zoals dat gaat met vrijwilligerswerk, moet de drive echt hoog zitten om je elke week volledig te kunnen geven, naast al het betaalde en onbetaalde werk van elke dag. (En wat vooral Hans en Jeroen daar achter de schermen allemaal aan werk hebben verzet, dat is niet te onderschatten.)

Mij komt het ook wel goed uit dat we na twee jaar op de schop gaan, want mijn eigen bijdrage, de Atlas der alledaagse dingen, was eigenlijk zo goed als afgerond. “Als ik die stukjes nu eens zou bundelen,” zei ik bij mezelf, “zou daar dan geen boek van te maken zijn?”

De uitgever was meteen enthousiast, en dus ging ik aan het werk: herlezen, herschrijven, nog een paar extra stukjes schrijven, aan de volgorde puzzelen. En toen was het af. Maar het voelde niet af.

Ik kwam er maar niet toe de laatste versie naar de uitgever te mailen. Ik weet mijn procrastinatie aan de eerste hittegolf van het jaar, aan PMS, aan ADHD, aan het vertaalwerk dat mijn aandacht opslorpte (artikels vertalen over vijf types stoelgang, dat leidt nogal af). Tot ik plots besefte: ik ben dit aan het uitstellen omdat er iets aan dat boek mankeert. Maar wat?

Gewapend met een blad papier en een stel kleurstiften probeerde ik het boek schematisch voor te stellen. Wat was de rode lijn? Alledaagse dingen. Elk hoofdstuk had immers als titel een alledaags voorwerp. Dus tekende ik een rode lijn en schreef: alledaagse dingen. So far so good. Nu de thema’s, en voor elk thema een andere lijn, telkens in een andere kleur. Ik kwam aan zes thema’s die zich rondom die eerste rode lijn vervlochten: ouderschap, verlies, nostalgie, neurodiversiteit, liefde, migratie.

Het resultaat zag er heel kleurrijk en erg ADHD uit.

Ah, gij wilt een rode lijn? Wacht, ik geef u er zeven! Allemaal in een andere kleur!

Dat was dus het probleem: het ging alle kanten op. Als ik er een behapbaar boek van wilde maken, moest ik tot de essentie komen. Maar wat was die essentie?

Bovendien had ik moeite met het feit dat ik pure non-fictie had geschreven. Het waren honderd procent persoonlijke verhalen, maar fictie is net uitgevonden omdat honderd procent persoonlijke verhalen minstens 35 procent saai zijn. Het was goed materiaal, maar het was basismateriaal. Welk verhaal zat er in die bundel verscholen?

Zoals dat wel vaker gaat met inspiratie, kwam het antwoord totaal onverwacht uit de lucht vallen. Ik zat op dat moment net in een Hugh Grant fase (ik heb om de vijf jaar een Hugh Grant fase) en ik weet niet meer of het was tijdens het bekijken van About a Boy, of Music and Lyrics, maar plots zag ik waar het met dat boek naartoe moest. “Dank u, Hugh Grant,” zei ik, en ging aan het schrijven.

Dus ja, er komt een tweede boek…

Ik hou jullie op de hoogte!

De man die nee zei tegen Trump

Dus Trump (die ondertussen op eigen houtje Iran aan het bombarderen is) zei dat alle NAVO-landen hun militair budget moeten optrekken naar 5 % van het BBP.

“Oei, tja, dan moeten we wel,” zei Bart De Wever.

En Pedro Sánchez, onze Spaanse socialistische eerste minister, zei: “Nee, dat gaan we niet doen.”

En zo geschiedde.

Ik was al zo fier op deze regering toen ze vorig jaar Palestina als staat erkende, en kennelijk blijven ze op koers.

Twee maanden geleden liet onze vice-president Yolanda Díaz trouwens weten dat wapencontracten met Israel geannuleerd worden.

Om maar te zeggen: het kan dus wel.