nut
Uiterlijk
- nut
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | nut | |
| verkleinwoord |
1. baat, voordeel
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | nut | nutter | nutst |
| verbogen | nutte | nuttere | nutste |
| partitief | nuts | nutters | - |
nut [6]
- voordeel opleverend, nut afwerpend
| vervoeging van |
|---|
| nutten |
nut
- Het woord nut staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "nut" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[7] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "nut" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ nut op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| nut | nuts |
nut
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 3
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 3
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Plantkunde in het Engels
- Werktuigbouwkunde in het Engels