Naar inhoud springen

debuggen

Uit WikiWoordenboek
  • de·bug·gen
  • uit het Engels [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
debuggen
debugde
gedebugd
zwak -d volledig

debuggen

  1. (informatica) overgankelijk de fouten ('bugs') uit een computerprogramma halen
    • de programmeertaal die ik gebruik heeft zeer uitgebreide mogelijkheden voor het debuggen (en dat is maar goed ook) 
53 %van de Nederlanders;
59 %van de Vlamingen.[2]