bread
Uiterlijk
- Geluid: bread (VS) (hulp, bestand)
- IPA: /brɛd/
- erfwoord van West-Germaans *braud. Verwant met o.a. Oudnoords brauð, Deens brød, Oudfries brad, Duits Brot, Nederlands brood.[1]
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| bread | breads |
bread
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to bread |
| he/she/it | breads |
| verleden tijd | breaded |
| voltooid deelwoord |
breaded |
| onvoltooid deelwoord |
breading |
| gebiedende wijs | bread |
bread
- overgankelijk bestrooien met broodkruimels
| vervoeging van |
|---|
| brear |
bread
- gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van brear
Categorieën:
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 5
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Erfwoord in het Engels
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Voeding in het Engels
- Informeel in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Overgankelijk werkwoord in het Engels
- Woorden in het Spaans
- Woorden in het Spaans van lengte 5
- Werkwoordsvorm in het Spaans