Declinatie (taalkunde)
In de taalkunde is declinatie of verbuiging het veranderen van de vorm van een woord, behalve een werkwoord, om de grammaticale functie van dat woord in het zinsverband aan te duiden. (Het veranderen van een werkwoord heet vervoeging of conjugatie.) Declinatie is een vorm van flexie. De term declinatie wordt verder ook gebezigd voor het veranderen van de vorm van een naamwoord.
Prominente talen die een declinatie bezitten, zijn bijvoorbeeld het Duits, Latijn, Grieks, Pools en Russisch.
De grammaticale vormen die een woord kan aannemen worden naamvallen genoemd. Naamvallen worden vaak in kolommen ofwel woordparadigmata, rijtjes, weergegeven, waaraan menig taalstudent al dan niet goede herinneringen overhoudt.
Verschillende talen
[bewerken | brontekst bewerken]Nederlands
[bewerken | brontekst bewerken]Zelfstandige naamwoorden worden in het Nederlands alleen nog naar het verschil tussen enkel- en meervoud verbogen. Het gebruik van naamvallen voor persoonlijke voornaamwoorden is afgezien van datzelfde verschil verloren gegaan. Het verschil tussen het persoonlijke en het bezittelijke voornaamwoord bestaat wel nog steeds.
Latijn
[bewerken | brontekst bewerken]De declinatie in het Latijn wordt door middel van een suffix aangegeven. Er zijn zeven naamvallen: nominatief, genitief, datief, accusatief, vocatief, ablatief en de weinig voorkomende locatief en vijf declinaties, te weten met naamwoorden:
- op -a, zoals rosa
- op -us, -um en -e, zoals dominus, templum
- op -is in de genitivus, zoals caesar, gen. caesaris
- op -us met genitivus -us, zoals fructus en
- op -es, zoals res, dat zaak betekent.
Hongaars
[bewerken | brontekst bewerken]| naamval, uitgang of suffix |
standaard- vorm |
na een verlagende stam |
na klinker van niet-verlagende stam | |
|---|---|---|---|---|
| ablatief | -tól,-től | |||
| accusatief | -ot,-et,-öt | -at,-et | -t | |
| adessief | -nál,-nél | |||
| allatief | -hoz,-hez,-höz | |||
| associatief, sociatief |
-ostul, -estül, -östül |
-astul, -estül |
-stul,-stül | |
| causalis- finalis | -ért | |||
| datief | -nak,-nek | |||
| delatief | -ról,-ről | |||
| distributief | -onként, -enként, -önként |
-anként, -enként |
-nként | |
| -onkint, -enkint, -önkint |
-ankint, -enkint |
-nkint | ||
| distributief- temporalis |
-onta,-ente,-önte | -nta,-nte | ||
| elatief | -ból,-ből | |||
| essief-modalis | -ul,-ül | -l | ||
| formalis | -ként | |||
| -képp | ||||
| -képpen | ||||
| illatief | -ba,-be | |||
| inessief | -ban,-ben | |||
| instrumentalis, sociatief |
-val,-vel¹ | |||
| multiplicatief | -szor,-szer,-ször | |||
| nominatief | ø | |||
| sublatief | -ra,-re | |||
| superessief | -on,-en,-ön | -n | ||
| temporalis | -kor | |||
| terminatief | -ig | |||
| translatief | -vá,-vé¹ | |||
| ø | -ság,-ség | |||
| ø | -szerű | |||
|
¹: de begin-v van van de suffix past zich aan aan de stam-eindklinker | ||||
Het Hongaars is de grootste van de Fins-Oegrische talen en behoort tot de Oegrische tak. In het Hongaars worden de verbuigingsuitgangen (ruim 20) geplaatst achter naamwoorden, zoals zelfstandige naamwoorden, zelfstandig gebruikte naamwoorden en telwoorden. Er zijn uitgangen voor de naamvallen en onder andere voor aanduiding van plaats, richting, modaliteit en tijd.[1]
De uitgangen[2] worden gebruikt in het geval van
- syntactische naamvallen (nominatief, datief en accusatief)
- lokaalsuffixen: uitgangen voor plaats en richting (ablatief, adessief, allatief, delatief, elatief, illatief, inessief, sublatief en superessief)
- uitgangen voor modaliteit, weer onderverdeeld in twee subgroepen en een restgroep:
- instrument, doel en resultaat (associatief, causalis-finalis en instrumentalis)
- tijdssuffix (temporalis, terminatief en distributief-temporalis)
- restgroep
De uitgangen volgen de regels van de klinkerharmonie in het Hongaars. In verschillende gevallen heeft de stam van het woord weer invloed op de vorm van de uitgangen .