Eindeloos eieren
Mijn leven is een optelsom van negatieve breuken, steeds gebroken in min, verder in min. Ik kan mijn ervaringen blijven optellen, maar de som ervan zakt alleen maar dieper, dieper de troebele holte in. Op de bodem van de droge waterput, aan de oostzijde van de boomgaard, ligt een gevallen ei. Meer schaal dan slijm. Al die moeite voor niks, zeg ik zichtbaar aangedaan, tegen niemand want ik loop al maanden alleen. Onder iedere dooier ligt een nieuw lijk. Een mens hoeft hiervoor niets bijzonders te ondernemen, een mens hoeft alleen maar te wachten tot wanneer de barst zichtbaar wordt.
Er rest mij geen leven meer tussen de mensen, maar wel nabij de hoge struiken en kleine dieren. Wie aan de verleiding kan weerstaan om te concluderen, wordt behalve onuitstaanbaar voor haar omgeving, ook ongrijpbaar voor een ander. Naast de waterput van het gevallen ei, sta ik te kijken, gedompeld in een sfeer die het best omschreven wordt als nostalgie voor een wereld waarin er een voorspelbaarheid kon verschijnen. Dat was, achteraf, mijn paradijs. Maar een paradijs is alleen in retrospectief bereikbaar. Ooit kreeg ik een richting, en nu is alles verloren, en daarmee ook overzichtelijk geworden.
Doorstaan, doorgaan, ik… ik moet het leven zien door te komen. Door te benoemen, door gebeurtenissen tot woorden te maken, proberen we aan ons lijden vorm te geven. Met als gevolg dat sommige woordgebruikers hun pijn makkelijker kunnen verdragen. Dit is slechts schijn. En toch, deze schijn kan men naar eigen voorkeur ophouden, want zij verleent ons afleiding van de willekeur of de verslagenheid die ons overvalt, zomaar, zonder aanleiding, en zonder toestemming. Er rest mij geen leven meer tussen de mensen.
Elk gebeuren kenmerkt zich door een variatie op sterven. De helderheid van rouw leidt tot het zien van het verval. Mensen verhouden zich tot de dood, zoals boeken begraafplaatsen voor woorden blijken. De koude schouder van de achterblijvers, het verlangen naar houvast, te vinden in eigengemaakte verhalen, in overtuigingen die zich richten op hoop, of op beter, in allerlei ficties van zingeving, tastend naar controle of een ander narratief, overal daarvan bevestiging vindend, zowel in de woorden die we gebruiken, … De woorden, ja de woorden, zij bezorgen ons de gunst van het niet stil te hoeven staan bij het absurde, dat zich toch niet laat uitspreken, hoeveel woorden je er ook tegenaan wil gooien: dat we de wereld niet kunnen kennen, of temmen, in een bepaalde volgorde, met of zonder wijsheid achteraf. En eieren, eindeloos veel eieren. Klaar om te rijpen, of om in een lege waterput te vallen.


Meer Nick Cave?
Knuff xMau