Schuld
Het werk kwam me niet van de vingers.
Ik dacht dat het misschien de maanstand – ik dacht dat het misschien weerspannige sterren, zag alle planeten treiterig op een rijtje aan de hemel staan
Het werk kwam me niet van de vingers.
Ik vervloekte de lange, dorstige jaren van minstens een fles wijn per dag, troostte me met de gedachte dat juist de afgelopen vijf jaar van droogte de druppel kon zijn
Het werk kwam me maar niet van de vingers en ik weet het –
aan een gebrek aan tijd en ruimte, of meer nog aan een gebrek in de ruimtetijd, gezien de uren die ongezien verdwenen in dagen die verdwenen in weken die oplosten in maanden – en dat al járen, ik wist niet waar ze bleven, geen idee waar ze waren
Het werk kwam me niet –
Terwijl ik zag en voelde hoe alles langzaam onbetaalbaar, een eigen huis onhaalbaar, consumeren onverteerbaar en toch de heilige markt nog steeds ongenaakbaar – ik wilde wel staken maar daar was mijn hongerloon niet naar, de lansen die we braken voor wat kansen voor de armsten – braken we machteloos op muren van achteloos verzet
Het werk.
Misschien dat het domweg en terecht betekenis verloor, toen voor de zoveelste keer in mijn leven mensen, kinderen, baby’s werden verminkt, vermoord – de bloedige neerslag van zelfopgelegde ideeën van wetteloze mannen in smetteloze pakken, hoe uit principe meer oorlogen waren gestart dan beëindigd, hoe goede bedoelingen al sneuvelden in de gore loopgraven van gezond volksgevoel vóór ze het slagveld konden bereiken – elke belofte weer even plechtig, elke poging tot gerechtigheid als altijd amechtig. Ik loop langzaam richting de zestig, ik zie de hoop vervliegen en bange vermoedens steeds vaker bevestigd –
Dus soms komt het werk me niet van de vingers.
Ik wacht op de juiste maanstand, perfecte constellatie, de definitieve carambole van planeten – ik wacht op een broodnuchtere dronkemansmoed. Ik bouw een tijdmachine van oude dromen om de jaren terug te halen, ik wacht op de dag dat we ons niet bij de minste weelde al goden wanen. Ik wacht op de dag dat we de woorden vinden om van monsters weer mensen te maken – dat zij die maar wat lulden voor de kost, dat de schuld die ze bij ons maakten eindelijk wordt ingelost.



