13. Functionele dinges
Pauze. Met z’n vijven zaten we rond de tafel en keken elkaar om de beurt in de ogen. Het was net een Mexican Standoff, maar dan zonder cowboyhoeden, geweren, een reële inzet, bloedvergieten en gekke broeken.
“Wat gaan jullie volgend jaar nu doen?”
Nog twee lessen hadden we te gaan. En toen stelde één van de zussen de vraag.
Met vijf waren we nog. Vijftien hadden ingeschreven, vijf gingen de eindmeet hoogstwaarschijnlijk halen: mezelf, de Hollander, De Zwangere, De Kinesiste en Zus 3.
Zus 3 deed iets in de IT. Toen ik aan Zus 2 kinesistenhulp vroeg, had dat een bijzonder gesprek opgeleverd. Een week later hoopte ik bij Zus 3 op iets gelijkaardigs.
“En wat doe je dan juist in de IT?”
“Ik ben functioneel analist.”
“Ah, waar ben je dan mee bezig?”
Ik was oprecht geïnteresseerd. In een groezelig verleden had ik nog intens met IT’ers samengewerkt. Het klinkt ongeloofwaardig maar ik kan me werkelijk iets voorstellen bij wat een ‘functioneel analist’ doet. En ik was dus benieuwd.
“Wel euh, we zijn momenteel bezig met een nieuw ding te maken voor een klant die met een paar dingen zit.”
Ik dacht dat de zus per ongeluk vaag was en vroeg door?
“Ah, waarmee dan?”
“Gohja, wat dingen die opgelost moeten worden, zodat ze daar geen last van hebben. Iets voor de overheid.”
Meer kreeg ik er niet uit. Ze geneerde zich, dat was duidelijk. En daarom bleef Zus 3 gewoon Zus 3 heten. En niet De Functioneel Analist, bijvoorbeeld. Of De Functionele Dinges. ‘t Is niet omdat ze van niets weten, dat ik ermee ga lachen.
Terug naar onze Mexican standoff. Een week eerder had De Hollander het ook gevraagd: wat gaan jullie volgend jaar doen? Iedereen had zich wat op de vlakte gehouden en ik maakte een mislukte mop.
Maar nu vroeg Zus 2 het opnieuw en viel er een gekke stilte over de groep.
“Wat ga jij volgend jaar doen?” Ik kaatste snedig de vraag terug.
“Jij eerst,” zei ze.
Wat was dit? Een telefoongesprek tussen geliefden die elk niet wilden inhaken ? No, you go first!
Vooruit dan maar. Ik legde mijn kaarten op tafel. Ik had geen idee welk spel hier werd gespeeld. Maar bij nader inzien gold dat eigenlijk voor alle gesprekken die ik met m’n klasgenoten had. En voor houtbewerking in het algemeen. En misschien ook voor mijn leven.
“Ik ga plaatmateriaal doen.”
Voila, het was eruit. Dat zou ik doen. In de houtbewerking is Plaatmateriaal geen bandnaam voor een Nederlandstalig kleinkunstcollectief, maar gewoon een afstudeerrichting.
“Ik doe buitenschrijnwerk,” zei de Hollander.
Ik knikte. De Hollander leek me altijd al meer een buitentype.
“Ik wil deuren en trappen doen,” vulde De Zwangere aan.
Verbouwingen, check.
“En ik ga een jaar naar Australië.”
De kinesiste had kleur bekend. Ze ging helemaal geen les meer volgen. Ze ging naar Australië. Gaan masseren.
Het verbaasde me allemaal al lang niet meer. Een van de drie andere kinesisten was halverwege het schooljaar ook naar Nieuw-Zeeland getrokken. Hoeveel heeft een mens er voor over om niet meer herinnerd te worden aan het droeve labeur van onze houtles? Makkelijk 16.000 kilometer, zo blijkt. Is een beurtenkaart bij de psycholoog dan niet goedkoper? Loze vragen.
Er ontspon zich een lang gesprek over wonen en werken in het buitenland, maar ik lette niet op. Ik liet mijn blik glijden langs mijn disgenoten.
Buitenschrijnwerk, trappen en deuren, plaatmateriaal, Australië. We gingen allemaal onze eigen weg. The Breaking of the Fellowship. Ik wist alleen niet goed of ik Frodo, Aragorn, Legolas of Pippin was. Sowieso geen dwerg, want die konden effectief overweg met hamers en beitels. Een ork was misschien het eerlijkst. Zo’n schriele ork die zijn uitrusting wat bij elkaar had getimmerd , met vettig haar.
Het gesprek viel stil. Een kuch.
“Ik ga ook plaatmateriaal doen.” Zus 3 haar boterham met pindakaas was op.
We waren haar allemaal een beetje vergeten. Ik zou toch niet alleen zijn volgend jaar. De reis ging verder. Ik wou er iets over zeggen, maar het ging al opnieuw over de Hollander die een half jaar in Guadeloupe had lopen niksen.
Ik was geen ork. Ik was Frodo. En zij was Sam. Schoon.
“Wat vind jij Ruben?”
Ik schrok opnieuw op uit m’n gedachten. Niemand keek naar mij. God ja, leraar Ruben, die zat hier ook nog.
“Euh, ik was eigenlijk al vijf minuten niet meer aan het luisteren.”
Zo zei hij het letterlijk. Echt waar. Het was voor die man ook einde schooljaar. Leraar Ruben was mijn Gandalf. Maar dan zonder de “you shall not pass.”
Ik schoot in de lach en ging verder schuren aan mijn melkkruk. Da’s een kruk die zo belachelijk laag is dat je er alleen een koe mee kan melken.
Ik schuurde tot de kruk zo glad was dat je er een schaatspiste voor krekels op kon uitbaten. De volgende ochtend stond ik op om kwart voor zeven, refreshte zeventien keer de inschrijfpagina en schreef me in voor een tweede jaar. Plaatmateriaal. Jahoe!
Nog één les, en dan zit het erop.
