08.10.25
Vergroeien met Brussel, of misschien vooral met de jonge mensen van hier (zelden van hier) met wie ik nu dagelijks in contact ben. /// Boeken uitkiezen voor in de koffer. /// Frans van der Staak: Er gaat en grote groep mensen door mij heen, scenario Lidy van Marissing, deel van de retrospective van Cinemathèque. Hoe toneelmatig de film is, hoe toneelmatig de poëzie is van Van Marissing, die hier doorbreekt: flarden tekst, niet op elkaar aangesloten, uiteengevallen kun je zeggen. ‘De groep in het individu en de groep in het individu’: een lezing a.d.h.v. Sartres serialiteit Critique…. is vast mogelijk, maar wacht op uitwerking. Van Marissing legt zich hier toe op de vergruizing van het beeld in de informatiemaatschappij, werkt na het hoogtij van de Öffentliche Meinung. Het mes wordt niet langer in het beeld gezet, want het beeld is al in stukken. Twee beelden roepen deze toestand op: een kale vlakte met uitgedroogde ruiten van rode aarde waartussen diepe groeven lopen, met op de achtergrond flatgebouwen (de gebouwde vervreemding, gepland isolement); en een ketting van mensen die hand in hand lopen en in kringetjes ronddraait in een afgelegen huis, een situatie die geen vergruizing oproept, maar juist het in zichzelf vastlopen van de kritiek op de vergruizing, die van nergens naar nergens gaat. Scènes geschoten in een lege kerk (Saenredam?). Hoe Nederlands de sfeer is die deze film ademt, en wat ook opvalt: de lichte accenten van de acteurs, sommige tonen al aan het uitsterven. /// Abdellah Taïa in de bus van en naar: Un pays pour mourir. Monologen tussen seksen en klassen, tussen Parijs, Marokko en Indochina (1954), tussen vertrekken en aankomen.

