Het publiek moet in het middelpunt van de journalistiek komen te staan. In De Nieuwe Lezer leg ik uit hoe iedereen op een redactie hier aan bij kan dragen.
“Fundamentally, people will use media that help them be who they want to be, do what they want to do, and showcase a version of who they are and of what they do that they like. “
- Rasmus Kleis Nielsen
Heb je vragen, opmerkingen of aanvullingen over of op deze nieuwsbrief? Mail!
Voor we naar de reguliere programmering gaan eerst een oproep: ik zoek een klus!
Vanaf mei ben ik 1 à 2 dagen beschikbaar voor redacties of mediaorganisaties die publieksgerichter, veerkrachtiger en relevanter willen worden. Denk aan strategie rond audience engagement, workshops, begeleiding bij innovatietrajecten of sparren over de rol van journalistiek in het informatiesysteem. Weet je wat? Ik hoor het graag!
Misschien komt het door mijn voorliefde voor distopische fictie (1984, Prophet Song, The Handmaid’s Tale), de hoeveelheid fantasy-films over verzet tegen repressieve regimes of andersoortige slechteriken (Star Wars, The Lord of The Rings, Harry Potter (boeken zijn natuurlijk beter), The Avengers) of mijn talent om de zaken wat zwartgalliger in te zien, maar ik maak me zorgen. Als ik het nieuws volg of op sociale media de interpretaties van het nieuws voorbij zie komen, heb ik het idee dat we in de proloog van een van die boeken of films zitten. Het moment waarop het nog niet mis is, maar wel echt bijna.
Sommigen van jullie merkten op dat de afgelopen edities wat scherper zijn dan anders, dit is dus waarom. Natuurlijk heb ik het dan over een Amerikaanse president die oorlogje speelt op twee continenten, mensen oppakt vanwege de kleur van hun huid en verkiezingen beïnvloedt. Dichterbij huis zien we een liberale partij die extreemrechts beleid uitvoert op het gebied van migratie en sociale voorzieningen, waardoor de kloof tussen arm en rijk groeit. En dan heb ik de macht van Big Tech en de mannen die daar aan het roer staan nog niet eens genoemd.
Onwil om te normeren
Ook in de journalistieke gelederen zie ik gekke dingen gebeuren. Op de website van het AD konden mensen discussiëren over de vraag ‘moeten vrouwen naar hun man luisteren?’. De uitleg van de hoofdredacteur was dat ze de discussie niet uit de weg gaan. Zo wordt misogynie genormaliseerd en het gelijkheidsbeginsel uit het eerste artikel van onze grondwet genegeerd door een van de grootste kranten van het land. Het onderwerp moet inderdaad niet genegeerd worden, maar besteed er in godsnaam aandacht aan op een manier die het niet legitimeert.
Niet veel later las ik in een interview dat de hoofdredacteur van de Telegraaf vindt dat we het eerst bij Trump moeten checken of zijn video waarin de Obama’s als apen worden weergegeven racistisch bedoeld was, voor we het racistisch kunnen noemen. Of de video racistisch te benoemen viel, dat was maar een mening.
Wat we hier zien is een onwil om te normeren. Vorige maand omschreef Alyt Damstra, senior onderzoeker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en hoogleraar Kennis en Strategisch Beleidsadvies aan de Universiteit van Amsterdam, in De Rode Hoed het handelen van politici (of het gebrek daaraan) tegen big tech als een houding waaruit spreekt dat er een onwil in om normerend te zijn.
“Volgens mij ligt daar nog iets onder. Je hebt politieke moed en een visie voor een positief activerend verhaal, in plaats van een defensief verhaal. Wat we nu zien, is een onwil om normerend te zijn en om te staan met hart en ziel voor wat een democratische rechtsstaat te bieden heeft. (…) We noemen het een markt, maar het is geen markt. Het is een vitale publieke infrastructuur.”
Niet meer meebewegen
Onwil om te normeren. Als je het eenmaal gehoord hebt, ga je het overal zien, zoals de aanval van de VS op Iran die wordt gelegitimeerd (premier Jetten die zegt: ja, buiten het internationaal recht, maar we snappen het wel) tot het AD en De Telegraaf. Door maar te blijven meebewegen met extreme uitspraken en daden van anti-democratische krachten worden die stapje voor stapje genormaliseerd. Het is natuurlijk zo dat je je niet overal over kunt blijven verbazen, maar als we bepaalde democratische waarden uit het zicht verliezen, is het heel lastig om ze weer terug te brengen.
Daarom moet de journalistiek hier de handschoen oppakken. Deze nieuwsbrief gaat in principe over hoe de journalistiek het publiek centraal moet stellen. Dat heeft op zich niet veel zin als je dat niet combineert met handelen vanuit democratische waarden en je uitspreken als anderen die verslonzen. Democratie heeft journalistiek nodig, maar andersom kan de journalistiek niet zonder de open communicatiecultuur die ingebed is in de democratie, dus we moeten dat koesteren en bewaken.
Journalistiek is altijd normerend, of je het wilt of niet. De vraag is alleen in welke richting. Ik hoorde dit laatst ergens zeggen: de meeste informatie die we consumeren, hebben we uit tweede hand, en meestal via media. Wat betreft het normeren zit het verschil in hoe je omgaat met anti-democratische uitingen: beweeg je mee, of stel je daar iets tegenover?
Nalatenschap
In de Rode Hoed gingen Daan Roovers (Eerste Kamerlid, voormalig Denker des Vaderlands), Alyt Damstra en Marleen Stikker (oprichter en directeur van Waag Future Lab) in gesprek over de voorwaarden voor een goed publiek gesprek, hoe de publieke ruimte online compleet is gekaapt door big tech en welke oplossingen er daarvoor zijn aan de hand van het gedachtegoed van de Duitse filosoof Jürgen Habermas. Hij groeide op in de jaren dertig in Duitsland. Zijn vader, die een belangrijke positie bekleedde in de lokale gemeenschap, was geen fanatiek aanhanger van het gedachtegoed van de opkomende NSDAP maar hij durfde er ook geen afstand van te nemen. Die houding is precies wat Habermas de rest van zijn leven heeft bestreden, zei Daan Rovers. Hij heeft na de oorlog zijn leven in dienst gesteld van het denken over democratie en de bescherming daarvan.
Habermas is een van de belangrijkste filosofen van de naoorlogse periode. Zijn belangrijkste werken gaan over het publieke domein (een open ruimte waarin burgers via discussie tot gedeelde oordelen kunnen komen), communicatief handelen en de deliberatieve democratie. Habermas stelde nieuwe eisen aan democratie: het gaat niet alleen om de uitkomst (het behalen van een meerderheid) maar ook om het proces waardoor die tot stand komt. Dat moet een deliberatief proces zijn, waar overleg is en het uitwisselen van standpunten. In een deliberatieve democratie is de legitimiteit van een besluit niet alleen afhankelijk van hoeveel mensen ervoor stemden maar ook van het proces.
Jürgen Habermas overleed twee weken geleden op 96-jarige leeftijd, na een leven lang denken, schrijven en publiceren over de democratie en hoe we die beschermen. Zijn nalatenschap vraagt van de journalistiek: stop met het succes van de democratie aan anderen over te laten en spreek je uit. Stel democratische waarden als baseline in je verslaggeving, en benoem het wanneer mensen, machthebbers of instituties die overschrijden.
Vorige edities van De Nieuwe Lezer
▪️ De journalistiek als doorgeefluik


