Het demonstratierecht in Nederland. Is herziening noodzakelijk?

Aanleiding

Discussies over het demonstratierecht

Demonstreren hoort bij Nederland. Het is een fundamenteel recht, stevig verankerd in onze democratische rechtsstaat. Toch ontstaan er geregeld discussies over wat de grenzen van de demonstratievrijheid zijn en hoe er moet worden omgegaan met demonstraties. 

Wat zijn de precieze grenzen van dit vrijheidsrecht? En biedt de wet voldoende ruimte om ervoor te zorgen dat de demonstratievrijheid kan worden uitgeoefend, zonder dat demonstraties een te grote inbreuk maken op andere rechten en belangen? Of moet de wet worden aangepast? Op die vragen geven we hieronder antwoord.
Onderzoek naar het demonstratierecht
Deze website geeft de belangrijkste conclusies van een onderzoek naar het demonstratierecht in Nederland. De opdrachtgever voor dit onderzoek is het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC), dat is het onafhankelijke kennisinstituut voor de rechtsstaat van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Het onderzoek is uitgevoerd door een onderzoeksteam van onafhankelijke onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen, Pro Facto, de Universiteit van Amsterdam en de Tilburg University. 

We hebben als onderzoeksteam meerdere onderzoeksmethoden gebruikt. Zo hebben we onderzoek gedaan naar de wet, rechtspraak en literatuur en naar de praktijk. Ook hebben we het Nederlandse demonstratierecht vergeleken met het demonstratierecht in Duitsland, Engeland en Frankrijk. Verder hebben we onderzocht wat de betekenis is van de demonstratievrijheid in onze democratische rechtsstaat.

Ons onderzoek geeft inzichten in de grenzen van de demonstratievrijheid en levert een bijdrage aan de discussie over de regulering van dit vrijheidsrecht in Nederland.

Het onderzoek is in oktober 2025 afgerond.
In gesprek met de doelgroep
Aan de hand van interviews met onder meer burgemeesters, politieambtenaren, officieren van justitie, demonstranten, advocaten, medewerkers van onafhankelijke (mensenrechten)organisaties en wetenschappers hebben we onderzocht hoe het demonstratierecht er in de praktijk uitziet: wat werkt, waar het schuurt, en of de wet nog voldoende aansluit op de behoeften in de praktijk. 

Op deze website delen we de belangrijkste bevindingen van ons onderzoek.
Conclusie I

Ingrijpende wijzigingen van het demonstratierecht zoals dat in Nederland wettelijk is geregeld, zijn niet vereist

Voor deze conclusie hebben we meerdere argumenten. De wetgeving hoeft niet ingrijpend te worden veranderd vanwege (a) het fundamentele belang van de demonstratievrijheid, (b) omdat de noodzaak ontbreekt en (c) omdat het niet doeltreffend is en mogelijk zelfs een averechts effect heeft.
Argument 1

Fundamenteel belang

Argument 1 - Fundamenteel belang

De demonstratievrijheid is een van de fundamenten van onze democratische rechtsstaat

Vanwege het grote belang van de demonstratievrijheid moeten we terughoudend zijn met het verdergaand (wettelijk) beperken van de uitoefening ervan. 

Waarom is het belang van de demonstratievrijheid zo groot? Dat heeft te maken met de verschillende functies die deze vrijheid heeft in een democratische rechtsstaat. We noemen er drie:
Ongeacht wat men van het demonstratierecht vindt, kan het belang ervan niet ontkend worden. Het demonstratierecht verdient daarom een hoge mate van bescherming.

1 Politieke functie

Met demonstraties kunnen mensen invloed uitoefenen op de politieke besluitvorming.

2 Beschermende functie

Demonstraties geven ook minderheden de mogelijkheid om hun stem te laten horen.

3 Ventielfunctie

Onvrede, bijvoorbeeld over onrecht in de samenleving, kan via demonstraties naar buiten komen.
Foto: Nydia van Voorthuizen
Argument 2

Niet noodzakelijk

Argument 2 - niet noodzakelijk

Er is geen noodzaak voor verdere inperking of uitbreiding van de demonstratievrijheid

Internationale mensenrechtenverdragen vereisen dat de overheid demonstraties moet beschermen en alleen mag inperken als dat noodzakelijk is. De noodzaak ontbreekt om de uitoefening van de demonstratievrijheid in de wet verdergaand te beschermen en verdergaand te beperken dan nu het geval is. Waarom?

Huidige wetgeving: er is al voldoende mogelijk

De Nederlandse wet- en regelgeving biedt al voldoende bescherming aan de demonstratievrijheid en biedt ook voldoende mogelijkheden om de uitoefening ervan te beperken als dat noodzakelijk is.

Is er helemaal geen wetsaanpassing nodig? Op één punt is de Wet openbare manifestaties (de Nederlandse demonstratiewet) niet in overeenstemming met internationale mensenrechtenverdragen. Volgens die wet kan de burgemeester een demonstratie verbieden of beëindigen enkel omdat demonstranten hun demonstratie niet hebben aangemeld. Of enkel omdat zij zich niet houden aan voorschriften die de burgemeester bij de demonstratie heeft gesteld. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat dit niet zomaar kan, omdat bij een verbod of beëindiging van een demonstratie de burgemeester altijd moet beoordelen of dit ook echt noodzakelijk is.

Daarnaast doen we nog een aantal suggesties voor aanbevelingswaardige wetsaanpassingen. Die kun je vinden in ons onderzoeksrapport.

Verder is er vooral winst te behalen in de uitvoeringspraktijk. Zie daarover ook conclusie II - Er is vooral winst te behalen in de uitvoeringspraktijk.

Betrokkenen: er is geen behoefte aan

Uit ons empirisch onderzoek onder burgemeesters, politieambtenaren, officieren van justitie, demonstranten, advocaten, medewerkers van onafhankelijke (mensenrechten)organisaties en wetenschappers blijkt dat de meesten er geen behoefte aan hebben of er niet de noodzaak van inzien dat de wet wordt aangescherpt.

Zijn demonstraties tegenwoordig radicaler of ontwrichtender dan voorheen? Uit interviews die we hebben gehouden voor ons onderzoek blijkt dat discussies over incidenten bij demonstraties van alle tijden zijn. De geïnterviewden wijzen erop dat er niet structureel meer incidenten zijn dan vroeger en dat demonstraties vandaag de dag niet radicaler of ontwrichtender zijn. Er is sprake van een golfbeweging.

Cijfers: er is geen noodzaak om demonstraties verder te beperken

Uit de cijfers blijkt niet dat het noodzakelijk is om de demonstratievrijheid verdergaand te beperken. Hoewel het soms lijkt alsof demonstraties vaak uit de hand lopen, klopt dat beeld niet. Uit ons eigen empirisch onderzoek blijkt dat het overgrote deel van de demonstraties rustig verloopt. Dit volgt ook uit andere onderzoeken.

Zo blijkt uit een onderzoeksrapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid dat 97% van alle demonstraties in 2015-2022 zonder incidenten verloopt. Bovendien is van een incident soms al sprake als er een klacht is over ervaren overlast. Er hoeft dan (nog) helemaal geen sprake te zijn van een strafbaar feit. 

Hoe komt het dat het lijkt alsof demonstraties vaak uit de hand lopen? Media-aandacht richt zich vaak op de incidenten, waardoor een vertekend beeld ontstaat van 'demonstraties die uit de hand lopen'. Deze uitzonderingen voeren dikwijls de boventoon in het debat over het demonstratierecht, terwijl het overgrote deel van de demonstraties zonder problemen verloopt.

Foto: Nydia van Voorthuizen
Argument 3

Niet doeltreffend

Argument 3 | niet doeltreffend

Verdergaand beperken is weinig doeltreffend en kan averechts werken

De vrees bestaat dat het verdergaand wettelijk beperken van de demonstratievrijheid weinig doeltreffend is en mogelijk zelfs een averechts effect heeft. Bovendien vraagt dit om meer politie-inzet, terwijl de beschikbare politiecapaciteit bij demonstraties al een knelpunt is. 

Demonstratierecht in het buitenland

"In Engeland en Frankrijk zien we bijvoorbeeld dat ingrijpende wetswijzigingen en harder optreden door de politie leiden tot een verharding tussen de politie en de demonstranten."
Engeland

Wettelijke beperkingen gaan te ver

Onder andere de Verenigde Naties maken zich zorgen over de wijze waarop in Engeland de uitoefening van de demonstratievrijheid in de afgelopen jaren vergaand wordt beperkt. Een aantal voorbeelden:

  • Demonstraties kunnen worden beperkt en zelfs verboden enkel omdat zij enige geluidsoverlast veroorzaken.
  • Er zijn vage en overbodige strafbepalingen toegevoegd. Zo kan het bij zich dragen van riemen, lijm of schoenveters al worden gezien als het voorbereiden van een verboden actie.
  • Er worden soms veel te hoge straffen opgelegd. Denk aan gevangenisstraffen tot maar liefst 4 jaren voor het op Zoom voorbereiden van een vreedzame blokkadeactie.

Veel van deze doorgevoerde beperkingen leveren volgens mensenrechten-specialisten schendingen van de demonstratievrijheid op.


Frankrijk

Stevig optreden leidt tot verharding

Ook in Frankrijk staat de uitoefening van de demonstratievrijheid in de praktijk onder toenemende druk, ook al is deze vrijheid stevig verankerd in de Franse wet. Het harde optreden van politie en justitie, en de ruime toepassing van strafrechtelijke bepalingen, hebben ertoe geleid dat mensen minder snel de straat op gaan om hun stem te laten horen.
Onze eerste conclusie
Kortom, de wetgeving hoeft niet ingrijpend te worden veranderd vanwege (a) het fundamentele belang van de demonstratievrijheid, (b) omdat de noodzaak ontbreekt en (c) omdat het niet doeltreffend is en mogelijk zelfs een averechts effect heeft.
Conclusie II 

Er is vooral winst te behalen in de uitvoeringspraktijk

met name bij een aantal specifieke typen demonstraties waarbij zich knelpunten kunnen voordoen
Sommige demonstraties zorgen voor spanningen. Zulke situaties vragen om zorgvuldige keuzes van burgemeesters en gemeenten, politie en justitie. We hebben drie specifieke typen demonstraties onderzocht. 

Hieronder lichten we ze kort toe en geven we een aantal voorbeelden. In het onderzoeksrapport komen ze uitgebreid aan bod.

Dit zijn de drie onderzochte specifieke typen demonstraties 

Demonstraties waarbij demonstranten bewust de grenzen van de wet overschrijden

Sommige demonstranten kiezen er bewust voor om wettelijke regels te overtreden. Denk aan het blokkeren van een snelweg of aan het vernielen of beschadigen van een schilderij.

Onze Grondwet bepaalt dat demonstranten zich net als iedereen aan de (straf)wet moeten houden. De demonstratievrijheid is dus geen vrijbrief voor het plegen van strafbare feiten. Het uitgangspunt is dat tegen wetsovertreders kan worden opgetreden. Zij kunnen daarvoor worden aangehouden, vervolgd en veroordeeld.

Strafrechtelijk optreden moet echter wel altijd proportioneel zijn: een vreedzame demonstrant veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is bijvoorbeeld bijna nooit proportioneel. Ook mag strafrechtelijk optreden geen afschrikwekkend effect hebben op het demonstreren. Maar dat effect mag het wel hebben op het plegen van (ernstige) strafbare feiten bij demonstraties.
Wegblokkades - "Wettelijke regels moeten geen ‘lege hulzen’ zijn"
Demonstranten die wegen blokkeren begaan in principe een strafbaar feit. Daartegen kan worden opgetreden op basis van de wet zoals die nu is, in het bijzonder als het gaat om ernstige wetsovertredingen. Het Nederlandse Openbaar Ministerie en Nederlandse rechters zijn vanwege internationale mensenrechtenverdragen soms wat terughoudend met het strafrechtelijk optreden tegen demonstranten die bewust de wet overtreden. Die verdragen geven het Openbaar Ministerie en de rechter daarvoor echter iets meer ruimte dan zij zelf lijken te zien. Denk aan het strafrechtelijk optreden tegen demonstranten wanneer zij ondanks een verbod demonstreren op de snelweg. Dat optreden moet wel altijd proportioneel zijn.

Demonstraties die schuren met fundamentele rechten van anderen

Sommige demonstraties schuren met fundamentele rechten van anderen. Denk aan een demonstratie bij een abortuskliniek, waarbij het recht op privacy van de kliniekbezoekers in het gedrang kan komen. Of aan een demonstratie die gericht is tegen een herdenkingsbijeenkomst, waarbij het recht om te vergaderen van de deelnemers van de bijeenkomst wordt geraakt.

Dat het demonstratierecht schuurt met rechten van anderen moet tot op zekere hoogte worden geaccepteerd. Op 'gevoelige' plaatsen of momenten kan het wel eerder gerechtvaardigd zijn dat er wordt opgetreden tegen een demonstratie.

Een wetsaanpassing om expliciet de rechten en vrijheden van anderen mee te wegen kent te veel haken en ogen. Bovendien is daar in de praktijk bij het merendeel van de personen die we hierover hebben geïnterviewd geen behoefte aan. Aan de demonstratiewet dient dus geen nieuwe wettelijke beperkingsgrond te worden toegevoegd.

Sommige gevallen waarin wel iets meer rekening kan worden gehouden met de rechten van anderen, vragen om maatwerk.
Abortuskliniekdemonstraties - Rekening houden met de privacy
Het aanspreken van kliniekbezoekers is in principe niet verboden, maar de manier waarop kan een grote impact hebben op de privacy van de bezoekers. Een van de hoogste bestuursrechters in Nederland heeft op 3 december 2025 (nadat het onderzoek was afgerond) belangrijke uitspraken gedaan over deze kwestie. Als die uitspraken onvoldoende soelaas bieden voor protestacties rondom abortusklinieken, dan kan inspiratie worden geput uit het Duitse recht. Daar is in 2024 een specifieke bufferzoneregeling geïntroduceerd voor protestacties in de buurt van abortusklinieken.

Demonstraties die internationale spanning kunnen oproepen

Demonstraties in Nederland kunnen soms tot internationale spanningen leiden. Dit speelt bijvoorbeeld bij een demonstratie in de buurt van een ambassade of bij een demonstratie waarbij een religieus geschrift, zoals een Koran of Thora, wordt vernield. 

Op zichzelf kan het feit dat een demonstratie internationale spanningen kan opleveren geen reden zijn om een demonstratie te beperken. Wel zijn er vanwege internationale afspraken specifieke wettelijke regels in de demonstratiewet opgenomen voor demonstraties in de buurt van ambassades en consulaten. 

Wanneer een meningsuiting tijdens een demonstratie de grens overschrijdt, zoals het geval kan zijn bij haatzaaiing of discriminatie, kan daartegen bovendien via het strafrecht worden opgetreden.
Vernieling religieuze geschriften - De grenzen van provocatie
Het vernielen van een religieus geschrift kan als heel kwetsend en provocerend worden ervaren. Op zichzelf is dit momenteel niet strafbaar volgens het Nederlandse recht. Internationale verdragen lijken ruimte te laten aan de nationale wetgever om het vernielen van religieuze geschriften strafbaar te stellen. Maar van een concrete verplichting om dit te doen, lijkt op dit moment geen sprake. Dat kan anders zijn als de (Europese) rechter zulke acties aanmerkt als een ernstige vorm van haatzaaiing.

Foto: Leonhard Lenz, CC0, via Wikimedia Commons

Foto: Leonhard Lenz, CC0, via Wikimedia Commons

Duitsland

Een evenwichtige benadering, maar ook zorgelijke trends

De Duitse demonstratiewet biedt ruimte om demonstraties te beperken als die in botsing komen met rechten of belangen die minstens even zwaar wegen als de demonstratievrijheid. Op grond hiervan kan een evenwichtige afweging worden gemaakt.

Bovendien is in Duitsland in 2024 wetgeving ingevoerd voor de problematiek rondom protestacties bij abortusklinieken. Op grond hiervan is precies omschreven gedrag dat een inbreuk maakt op de privacy van kliniekbezoekers strafbaar gesteld in een afgebakende zone rondom abortusklinieken.

Er zijn ook zorgelijke trends in Duitsland, zoals onvoorwaardelijke gevangenisstraffen van soms wel meer dan een jaar voor demonstranten die zich burgerlijk ongehoorzaam gedragen. En ook recente ingevoerde wettelijke algehele demonstratieverboden op specifieke plaatsen, zoals op autowegen, staan op zeer gespannen voet met de demonstratievrijheid.
observaties uit empirisch onderzoek

Overige knelpunten uitvoeringspraktijk

Tijdens het empirische onderzoek hebben gesprekspartners een aantal andere knelpunten benoemd die gaan over de uitvoeringspraktijk rondom demonstraties. We bespreken hieronder de vier meest genoemde.
Knelpunt 1: Communicatie en aanmelding

Contact tussen demonstranten en autoriteiten verloopt soms moeizaam

Soms is het voor gemeenten en de politie lastig om met organisatoren van demonstraties in contact te komen. Bijvoorbeeld omdat niet duidelijk is wie de organisatoren zijn, omdat de organisatoren niet voor contact openstaan of omdat diverse groepen demonstranten deelnemen aan dezelfde demonstratie.

Het verbeteren van de communicatie tussen demonstranten en autoriteiten kan veel spanningen voorkomen. Investeren in contact en begrip werkt uiteindelijk beter dan stevig optreden.

Foto: Gert-Jan Rodenboog

Aandachtspunten

Denk actief na over hoe de communicatie met organisatoren en demonstranten plaatsvindt. Het uitnodigen van demonstranten voor een gesprek op het politiebureau kan bijvoorbeeld afschrikwekkend werken. Investeer in de relaties en verbeter de informatievoorziening.
Benadruk dat het aanmelden van een demonstratie voor organisatoren en demonstranten loont, in die zin dat de burgemeester daarop vooral beschermend en faciliterend reageert, in plaats van dat die onmiddellijk allemaal beperkingen stelt. Zorg bovendien dat het aanmelden van een demonstratie eenvoudig kan.
Investeer in het vergroten en delen van kennis over het demonstratierecht bij de overheid en in de samenleving, bijvoorbeeld door het scholen van gemeenteambtenaren en de politie, het delen van best practices tussen gemeenten en het laagdrempelig toegankelijk maken van informatie voor iedereen.
Maak gebruik van de politieteams Handhaven en Netwerken die een belangrijkere rol kunnen spelen in het leggen van contact met demonstranten. Zij kunnen zich als zodanig duidelijk(er) profileren, zodat zij voor demonstranten herkenbaar(der) zijn.
Niet alle demonstraties worden aangemeld. Dit beperkt de voorbereiding(tijd) van de politie. Wanneer de politie zich goed kan voorbereiden, zou dit kunnen leiden tot minder (noodzaak tot) inzet van politie. Een goede voorbereiding gaat ook over de mogelijkheid tot het voeren van gesprekken met de organisatie van demonstraties.
Knelpunt 2 - Standaardvoorschriften en andere onnodige beperkingen

Onnodige beperkingen in een verhard debat

Burgemeesters moeten terughoudend zijn met het opleggen van beperkingen bij demonstraties. Zij moeten per demonstratie beoordelen of het écht noodzakelijk is om beperkend op te treden. In heel wat gemeenten leggen burgemeesters echter standaardvoorschriften op. Dit betekent dat zij aan alle demonstraties (van hetzelfde type) dezelfde voorschriften verbinden. Ook worden beperkingen soms gebaseerd op gronden die niet in de wet staan. Dit is in strijd met de wet.

Tijdens ons onderzoek geven gesprekspartners aan dat een verhard politiek en maatschappelijk debat over het demonstratierecht kan leiden tot risico-averse afwegingen waarbij risico’s groter worden ingeschat dan ze daadwerkelijk zijn. Autoriteiten ervaren bovendien soms druk vanuit de politiek en maatschappij om harder op te treden, terwijl zij dit zelf niet altijd nodig vinden.

Foto: Gert-Jan Rodenboog

Aandachtspunten

Wees terughoudend met het opleggen van beperkingen. Ga in gesprek met organisatoren.
Gebruik geen standaardvoorschriften, maar beoordeel per afzonderlijke demonstratie of een voorschrift noodzakelijk is. Die voorschriften moeten zijn terug te voeren op de wettelijke gronden (gezondheid, verkeer, wanordelijkheden).
Knelpunt 3 - Capaciteitsproblemen

Demonstraties leggen een groot beslag op de politie-inzet

Er vinden tegenwoordig ieder jaar duizenden demonstraties plaats in Nederland. Die leggen druk op autoriteiten, vooral op de politie. Daardoor komen politietaken in de knel, waaronder het faciliteren en beschermen van demonstraties en het zorgen voor veiligheid in de wijk. Bovendien legt dit fysiek en emotioneel beslag op politieagenten.
Foto: Nydia van Voorthuizen

Aandachtspunten

Investeer in structurele oplossingen voor het knelpunt van de politiecapaciteit bij demonstraties. Daarbij dient oog te zijn voor zowel het faciliteren en beschermen van demonstraties als voor andere politietaken, met bijzondere aandacht voor de werkdruk binnen de politieorganisatie.
Kijk kritisch naar de noodzaak om politie in te zetten bij individuele demonstraties en de mate van risico-acceptatie bij demonstraties.
Verbeter het contact met demonstranten en vergroot de bereidheid van demonstranten om hun demonstratie van tevoren aan te melden.
Knelpunt 4: Zorgen over politieoptreden

Huisbezoeken, surveillance en geweld onder de loep

Foto: Gert-Jan Rodenboog

Tijdens het onderzoek zijn zorgen geuit over politieoptreden rondom demonstraties. Daarbij worden in het bijzonder genoemd het bezoeken van demonstranten thuis, toegenomen surveillance en het gebruik van politiegeweld.

Het bezoeken van demonstranten thuis als er geen sprake is van een (dreigend) strafbaar feit, levert een niet-noodzakelijke beperking van de demonstratievrijheid op.

Toegenomen surveillance en het gebruik van geweld door de politie zijn onderwerpen die buiten de reikwijdte van ons onderzoek vallen. Nader onderzoek naar deze onderwerpen is belangrijk. De Nationale ombudsman doet hier momenteel nader onderzoek naar.
De kern van ons onderzoek

Behoud het systeem, verbeter de uitvoering

Het Nederlandse demonstratierecht functioneert in de kern goed. Ingrijpende veranderingen zijn dus niet vereist. Problemen doen zich vooral voor in de uitvoering.

Met elkaar zorgen we dat de demonstratievrijheid overeind blijft. Daarbij is het belangrijk dat iedereen zich houdt aan de democratische afspraken die hiervoor gelden.
Voor de overheid betekent dit dat zij bij demonstraties haar demonstratierechtelijke bril opzet. Dit houdt in dat zij ervoor zorgt dat mensen hun recht om te demonstreren kunnen uitoefenen door dit te eerbiedigen en waar nodig te beschermen en faciliteren. Beperkingen mogen alleen worden opgelegd als dat écht noodzakelijk is.

Voor organisatoren en demonstranten betekent dit dat zij zich houden aan de geldende regels. Zij maken immers zelf gebruik van het democratische systeem waar die regels onderdeel van zijn.
Demonstreren is als zuurstof voor onze democratie. Laten we zorgen dat die zuurstof blijft stromen.
Onderzoeksrapport, oktober 2025
Deze website bevat de belangrijkste bevindingen van een onderzoek dat in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) is uitgevoerd door onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen, Pro Facto, de Universiteit van Amsterdam en de Tilburg University. 

De titel van het onderzoeksrapport luidt: Het recht om te demonstreren in de democratische rechtsstaat. Onderzoek naar het Nederlandse demonstratierecht vanuit internationaalrechtelijk, empirisch, rechtsvergelijkend en rechtstheoretisch perspectief.

Zie ook demonstratierecht.nl. Alles over het recht om te demonstreren.

Foto: Jesse Bobeldijk

enter-downchevron-rightarrow-right-circle