Duinkerke
De Omsingeling en het Stopbevel
Deze aflevering is mede mogelijk gemaakt door SpelSpul
Wij danken SpelSpul voor het mogelijk maken van deze aflevering! Volgende week komt onze laatste aflevering over de Slag om Frankrijk. Met die aflevering komt een kleine quiz, gesponsord door SpelSpul. Onder de winnaars van de quiz zullen wij een spel verloten!
Komende week dus allemaal de studieboeken in zodat je klaar bent om je kennis volgende week met ons te delen.
Wat ga je horen in deze aflevering?
Op 20 mei 1940 bereiken Duitse pantserdivisies het Kanaal bij Abbeville. Daarmee verandert de hele situatie. De Britse en Franse legers in het noorden zijn afgesneden van hun verbindingen met het zuiden. Wat begon als een doorbraak door de Ardennen, is nu een omsingeling geworden.
In deze aflevering volgen we wat er daarna gebeurt. De Duitsers staan voor de keuze hoe ze deze omsingeling afmaken, terwijl aan geallieerde kant een andere vraag centraal komt te staan: hoe krijgen we dit leger hier nog weg?
We kijken naar het stopbevel dat de Duitse opmars stillegt vlak voor Duinkerke, en naar de dagen die daarop volgen. In die periode krijgen de geallieerden de tijd om troepen te verplaatsen, een verdediging op te bouwen en een evacuatie op gang te brengen.
De strijd verschuift daarmee van een aanval naar een situatie waarin het vooral gaat om tijd winnen en overleven.
Zoals wij het vertellen
Wanneer de Duitsers Abbeville bereiken, valt het front uiteen. De legers in het noorden raken los van de rest van Frankrijk en kunnen niet meer worden ondersteund vanuit het zuiden. Voor de Britten betekent dat dat het behouden van het leger centraal komt te staan. Voor de Fransen ontstaat dezelfde situatie, maar met minder mogelijkheden om zich terug te trekken.
Aan Duitse kant lijkt dit het moment waarop de omsingeling kan worden afgemaakt. De pantserdivisies hebben hun doel bereikt en liggen dicht bij de havens die nog in geallieerde handen zijn. Tegelijkertijd groeit aan de top de twijfel. De opmars is snel gegaan, de infanterie ligt ver achter en de flanken zijn kwetsbaar. De herinnering aan eerdere tegenaanvallen speelt nog mee en de angst voor een grotere tegenstoot blijft aanwezig.
Die spanning zie je terug in de keuzes die worden gemaakt. Commandanten aan het front willen doorstoten richting Duinkerke en het omsingelde leger vernietigen. Hogerop klinkt een ander geluid. Daar overheerst de behoefte om de situatie eerst te stabiliseren en geen extra risico te nemen.
Op 24 mei leidt dat tot een duidelijk bevel. De pantserdivisies moeten stoppen met oprukken.
Voor de eenheden aan het front komt dat op een moment waarop de tegenstander zich terugtrekt en de weg naar Duinkerke grotendeels open ligt. In plaats van door te bewegen, moeten zij wachten. Die pauze duurt ongeveer twee dagen.
In die tijd verandert de situatie aan geallieerde kant. Troepen trekken richting Duinkerke en er wordt een verdedigingslinie opgebouwd rond de stad. Wat eerst een open gebied was, wordt stap voor stap afgesloten. De tijd die ontstaat door het stilvallen van de Duitse opmars maakt het mogelijk om die verdediging te organiseren.
Op de stranden rond Duinkerke verzamelen zich ondertussen grote aantallen soldaten. Zij wachten op transport over zee, vaak zonder beschutting en zonder duidelijk te weten wanneer zij aan de beurt zijn. Er worden rijen gevormd om enige orde te houden, maar de situatie blijft onzeker. Luchtaanvallen en bombardementen maken het wachten gevaarlijk, terwijl de schepen die aankomen niet iedereen tegelijk kunnen meenemen.
Geallieerden troepen op het strand in Duinkerke
Terwijl een deel van het leger wacht, probeert een ander deel de verdedigingsring in stand te houden. Er wordt gevochten om de toegangswegen naar de stad en om te voorkomen dat Duitse eenheden doorbreken naar de haven en de stranden. Het front bestaat uit losse posities die samen een perimeter vormen, geen doorlopende linie zoals eerder in de campagne.
Op zee begint de evacuatie steeds grotere vormen aan te nemen. Niet alleen marineschepen worden ingezet, maar ook kleinere boten en civiele schepen. Die varen het gebied binnen onder dreiging van luchtaanvallen, mijnen en artillerievuur. De overtocht is daarmee ook voor de bemanningen risicovol.
In de dagen die volgen worden grote aantallen soldaten geëvacueerd. Voor Groot-Brittannië betekent dat dat een aanzienlijk deel van het leger behouden blijft en later opnieuw kan worden ingezet. Voor Frankrijk ligt dat anders. Een groot deel van het Franse leger blijft achter en zal zich uiteindelijk moeten overgeven.
Die ontwikkeling heeft ook gevolgen voor de relatie tussen beide landen. Waar zij eerder samen optrokken, ontstaat nu een verschil in positie. Groot-Brittannië richt zich op het voortzetten van de oorlog vanuit eigen gebied, terwijl Frankrijk verder moet met een sterk verzwakt leger en zonder directe steun van zijn bondgenoot.
Aan Duitse kant blijft het gevoel bestaan dat de omsingeling verder had kunnen worden doorgezet. De tijd die ontstaat door het stopbevel geeft de geallieerden ruimte om hun troepen te organiseren en een groot deel van het leger te evacueren.
De gebeurtenissen rond Duinkerke laten daarmee zien hoe snel een situatie kan verschuiven wanneer tempo wegvalt en tijd een factor wordt. Een leger dat ingesloten lijkt, krijgt de mogelijkheid om zich te hergroeperen en gedeeltelijk te ontsnappen, terwijl de tegenstander zijn opmars tijdelijk onderbreekt.
Het Stopbevel
In zijn boek Blitzkrieg Legend noemt Frieser meerdere “serieuze” redenen voor het stopbevel. Hieronder zal ik ze zonder al te veel uitleg neerleggen:
1. Het Terrein: Het terrein was te lastig voor pantsertroepen om te overbruggen
2. Sparen van de pantsertroepen: Hitler was bang om zijn pantserlegers kwijt te raken in de strijd
3. Flankaanval: De oude Duitse angst voor een flankaanval
4. Verloren interesse: Fall Gelb zou zijn afgerond met het insluiten.
5. Informatievoorziening: Het zou onduidelijk zijn hoeveel troepen er nu daadwerkelijk ingesloten zijn.
6. Continentaal denken: De Duitsers zouden onderschat hebben dat zo’n groot leger over zee konden worden weggehaald.
7. Luftwaffe: De Luftwaffe zou een einde kunnen maken aan het leger via de lucht, waardoor grondtroepen bespaard bleven.
8. Diplomatiek: Hitler wilde de Engelsen sparen zodat hij krediet kon krijgen voor onderhandelingen
De 8 belangrijkste redenen hierboven worden in het boek afgewogen en velen daarvan worden aan de kant geschoven. Waarschijnlijk was een combinatie van chaos en veel verschillende factoren (waaronder een aanval van hierboven beschreven punten) de reden voor het stopbevel. In ieder geval gaf het de Britten de tijd om alles te organiseren en zo een groot deel van hun leger weg te halen.



