Groot Frieslandpad etappe 14 en 15 (deels): Hemrik – Haulerwijk

Route: Groot Frieslandpad
Afstand: 22 km
Start: Hemrikerverlaat, wandelknooppunt 52
Eind: Hoofdweg Boven, Haulerwijk

Ooit strekte Friesland zich uit van het Zwin (een zeearm bij Brugge) tot aan de Weser in Duitsland, ook wel ‘Groter-Friesland’ genoemd. Dit inspireerde routemakers tot het uitstippelen van het Groot-Frieslandpad. Het pad loopt in 362 km van de Noordzeekust tot over de Duitse Grens bij Leer en doorkruist daarmee West-Friesland in Noord-Holland, Friesland, Drenthe, Groningen en een stukje van Ost-Friesland. In november 2025 beginnen we aan dit pad. Ik verwacht veel geschiedenis en afwisselende landschappen.

Duurswouderheide

Helemaal opeenvolgend van begin tot eind ga ik het Groot Frieslandpad niet lopen. Het pad begint eigenlijk in Noord-Holland, maar de eerste twee etappes die wij liepen waren in Friesland, tussen Stavoren en IJlst. Vandaag kwam het beter uit om te starten in Hemrik en te eindigen in Haulerwijk. Wel in Friesland maar niet aansluitend op de vorige etappes. Ik leg me er maar bij neer. Volgende keer maar weer in IJlst starten, of Noord-Holland, of…

Hemrik

De etappe die ik vandaag loop blijkt verrassend mooi. Er is veel afwisseling met onverharde paden door bos en over heide en kleine verharde wegen buitenuit en af en toe door een dorp. Een deel van de route kende ik van eerdere wandelingen. Zo liep ik al meerdere malen over de Duurswouderheide (Koningspad XL, Stellingenpad en Friese Woudenpad), was de Opsterlandse Compagnonsvaart een bekende plek van fietstochten en ook het Blauwe Bos bij Haulerwijk was geen onbekende (Stellingenpad en Groene Wissel). Toch wist de etappe me nog aangenaam te verrassen met onbekende paadjes.

De start is in het dorp Hemrik aan het Hemrikerverlaat, een sluis in de Opsterlandse Compagnonsvaart, waar zomers veel bootjes langs varen op de Turfroute. Het is nu stil, ondanks het mooie weer. Het vaarseizoen lijkt nog niet begonnen. De frisgroene blaadjes weerspiegelen prachtig in het stille wateroppervlak. De huizen erlangs liggen er mooi bij. Je woont hier fijn, lijkt me.

Opsterlandse Compagnonsvaart

Met een omtrekkende beweging door het bos en recreatiegebied Sparjebird waar een sportief geklede vrouw allerlei lintjes en pionnen klaar aan het zetten is voor een actieve dag, kom ik weer bij de Compagnonsvaart. De vaart volg ik een aantal kilometers. Om vervolgens de doorsteek te maken naar de Duurswouderheide, een van de grootste aaneengesloten heidevelden van Friesland met een grote variatie aan vennetjes en vogels. Ik hoor de kneu, de boompieper en de veldleeuwerik en daarnaast een hoop ganzen die neerstrijken en opvliegen bij de verschillende plassen. Ik kom er welgeteld twee wandelaars tegen. Ik had het drukker verwacht op een zonnige zaterdag. Op een bankje drink ik een kopje thee en laat de vogelgeluiden en het zonnetje op me inwerken. Wat fijn, zo’n wandelochtend niks hoeven, alleen maar wandelen.

Duurswouderheide

Na de Duurswouderheide kom ik op onbekend terrein. De route leidt me een doodlopende weg in naar het buurtschap Janssenstichting, vernoemd naar de familie Janssen. De weg loopt voor wandelaars niet dood. Langs een weiland loopt een paadje geflankeerd door hoge bomen met lentegroene blaadjes. Door klaphekjes en over een bruggetje loop ik deels om het weiland heen. Overal om me heen velden met paarden- en pinksterbloemen. Het ultieme lentegevoel.

Het volgende bos wacht op me: het Blauwe Bos bij Haulerwijk, genoemd naar de blauwachtige sparren (de douglas en de sitkaspar). Maar eerst een broodje op een nieuw picknickbankje aan de rand van het bos. In het bos zelf is het rustig. Eén hondenuitlater kom ik tegen en een dik ingepakte oudere fietser die zo geconcentreerd voor zich uitkijkt dat hij mij helemaal niet ziet. Heeft de man het niet warm, vraag ik me af. IkzeIf loop al een paar uur zonder jas. Door de zon is de temperatuur zeer aangenaam. Adders houden ook van die zon. Een bordje waarschuwt voor zonnende adders op het fietspad.

Blauwe Bos

De route kiest niet de standaard bospaden uit. Regelmatig ligt er een boom over het niet veel belopen paadje en volg ik een korte omleiding. Het bos ruikt heerlijk, de blaadjes wuiven in de wind. Ik loop door hele wolken vliegen, vlinders en libellen. Maar aan alles komt een eind. En via een fietspad loop ik richting Haulerwijk. Aan de Hoofdweg zitten mensen op het terras. Ik wacht op een bankje met uitzicht over de vaart op mijn taxi (ook wel bekend als echtgenoot). Wat was dit een fijne lentewandeling. Gelukkig is het Groot Frieslandpad nog lang niet uitgelopen!

Haulerwijk

Benieuwd naar de andere gelopen etappes van het Groot Frieslandpad? Je vindt ze hier.

Roots Langste natuurpad van Nederland etappe 14, 15 en 16: Heino – Wijhe

Route: Het langste natuurpad van Nederland (Roots)
Afstand: 20 km
Start: Carpoolplaats N35 Heino
Eind: Parkeerplaats Veerweg Wijhe

In maart 2023 begin ik aan een nieuwe route waarvan ik het boekje al een paar jaar in de kast heb staan: het Langste natuurpad van Nederland van Roots. Over onverharde paden en trage wegen loopt de ongemarkeerde route van Delfzijl naar Goirle. In 456 km doet het pad vele natuurgebieden aan en zie je hoe gevarieerd Nederland is.

Het is maart en weer tijd voor ons halfjaarlijkse etappe van het Langste natuurpad van Nederland. Tweemaal per jaar loop ik met een oud-collega een etappe van het pad. We zijn inmiddels aanbeland bij de laatste etappe van Overijssel, van Heino naar Wijhe. We kennen dit gebied goed en zijn benieuwd of we, net als vorige keer, nog nieuwe paadjes gaan ontdekken.

Als we in Heino aankomen regent het flink. Volgens Weeronline is dit een van de laatste pieken aan regen en kunnen we daarna op pad. Een kwartier later regent het aanzienlijk minder en lopen we Heino in, de plaats van de enige Albert Heijno in Nederland (aldus Google Maps).

In Heino heb je een Albert Heijno

Het pad brengt ons via kleine weggetjes langs mooie huizen met de kenmerkende luiken van het nabijgelegen landgoed naar Kasteel Het Nijenhuis. Een museum en beeldentuin waar je ook, weten we allebei uit ervaring, prima koffie kunt drinken. En dat is wat we doen na 6 kilometer. Als er koffie voorhanden is tijdens een wandeling, sla je die niet over! Voor het kasteel staan twee tulpenbomen op het punt van uitkomen. Het boekje weet te vertellen dat er hier ook een monumentale boom staat. Maar of dat ook een van die twee bomen is…

Kasteel Het Nijenhuis
Zou dit DE tulpenboom zijn?

De route loopt om Het Nijenhuis heen. Vanaf de achterkant bij een theekoepel heb je een mooi uitzicht op het kasteel. Naast het pad ontdekken we allerlei voorjaarsbloemen: bosanemonen, speenkruid en, als klap op de vuurpijl, de wilde kievitsbloem, vol in bloei. Prachtig! Ik had het van de week nog met een collega over dit bloemetje. Zij wilde ‘m graag spotten maar het was tot nu toe niet gelukt. Ik heb nu een goede tip voor haar!

Kievitsbloem

Over onverharde paden lopen we naar Elshof, een buurtschap met een molen zonder wieken en ook een buurtschap met een heuse vlindertuin. En laat het nu net tijd zijn voor de lunch. Op een bankje in de zon kijken we in de kleine tuin om ons heen. We zien bloeiende bloemen (sterhyacinten!), een treurwilg die er door de eerste groene blaadjes juist heel fleurig uitziet en een paal met allerhande insectenkasten. Hier zal het in de zomer een drukte van belang zijn. Met insecten, vogels en wellicht ook met dorpsbewoners en passanten. Wat een leuk initiatief, deze tuin.

Vlindertuin in Elshof

Het pad na Elshof is verrassend, we lopen dwars door een weiland en komen daar zelfs meerdere wandelaars tegen. Dit deel van het pad misstaat niet op een Klompenpad. Hoog tijd om de Gelderse en Utrechtse Klompenpaden uit te breiden naar Overijssel.

Het pad

Na het oversteken van het weiland wordt de wandelaar erop gewezen ‘hoe om te gaan met dieren in de wei’ (uitroepteken). Bij elke soort wordt kort een uitleg gegeven hoe je te gedragen: bij schapen, jonge koeien/stieren en runderen. Zo uitgebreid heb ik het nog niet eerder gezien. Meestal staat er dat je minimaal een aantal meter afstand moet houden of simpelweg ‘Pas op voor de stier’. Dit bordje zagen we overigens niet aan de kant waar wij de wei betraden. Gelukkig hebben we geen dier gezien.

Dan naderen we Wijhe. We steken het dorp dwars door. De auto staat helemaal aan de andere kant bij de IJssel. De plek waar je met een pontje oversteekt om op de Veluwe weer verder te gaan met de route. Wij laten dat pontje vandaag aan ons voorbij gaan. Over een half jaar pikken we de route weer op aan de overkant. Veluwe, here we come!

Benieuwd naar de andere etappes van het Langste natuurpad van Nederland? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Roots route | Eastermar: wandelen in de Friese Wouden

Route: Eastermar: Noordelijke Friese Wouden uit Roots Magazine April 2026
Afstand: 16 km
Start: Parkeerplaats Elte Martens Beimastrjitte 69, Eastermar
Eind: Parkeerplaats Elte Martens Beimastrjitte 69, Eastermar

“Een meerstemmig koor van vogelzang. Onvervalste opera.” Dit hoort schrijver Gemma Venhuizen als zij voor Roots Magazine een wandeling maakt door de Friese Wouden rondom Eastermar. In een uitgebreid artikel met de meest mooie foto’s beschrijft zij haar (natuur)ervaring. Bij het artikel vind je ook een kaartje en een link naar de GPX-track. Aan het begin van de lente valt dit Roots-nummer bij ons in de brievenbus. Eastermar is in de buurt. Op een zonnige zondag besluiten we deze route te wandelen.

De route bestaat uit twee lussen die beide beginnen in Eastermar. De ene lus is zo’n 5 kilometer en leid je door natuurgebied de Putten, de andere is langer (bijna 11 km) en doet een ruim rondje rondom Eastermar en Heechsân. Je kunt dus ook kiezen om maar een van beide lussen te lopen. Wij doen ze allebei. Ik liep hier eerder met het Noardelike Fryske Wâlden Streekpad, het Friese Woudenpad en de Trage Tocht Eastermar. Dus de meeste paden zijn niet nieuw, maar elk seizoen weer anders.

We beginnen in de Putten, een nat natuurgebied bij De Leien. De Leien is een meer dat ooit is ontstaan door veenafgravingen, net als het Burgumer Mar waar we later nog langs zullen lopen. Het “meerstemmig koor van vogelzang” vergezelt ook ons. De vogelapp Merlin registreert van alles zoals een rietgors, diverse ganzen, grote zilverreiger en meeuwen. Als de app uitstaat horen wij nog iets: een misthoorn, meerdere keren. Een roerdomp! Nooit eerder gehoord, wat een ervaring!

In de Putten komen we geen mens tegen. We prijzen ons gelukkig dat we hier nu mogen lopen. Veel gebieden zijn vanaf 1 maart afgesloten i.v.m. het vogelbroedseizoen. In het zonnetje volgen we het graspad en kijken uit over de gemaaide rietvelden. Vanuit een uitkijkpunt op een oud gemaal hebben we mooie uitzichten over het gebied.

Na 5 kilometer zijn we weer in Eastermar. Door het dorp, langs de ijsbaan en de jachthaven lopen we de natuur weer in. De ijsbaan staat droog, de lente is begonnen, de kans op ijs wordt laag ingeschat. We lopen over zandpaden langs houtwallen en elzensingels, het typische landschap van de noardlike Fryske wâlden. Hier en daar schemert het groen al aan de takken. De sleedoorn staat in bloei, en ook vogelmuur, speenkruid en groot hoefblad doen hun best. We hopen een bosanemoon te spotten, maar helaas.

Links: sleedoorn; rechtsboven: groot hoefblad; rechtsonder: vogelmuur

Ook de zeearend die zich in deze contreien ophoudt, zien we niet. Zelfs niet vanaf het tweede uitkijkpunt van deze wandeling, waarvandaan je uitzicht hebt op de hoge paal, speciaal voor hem daar neergezet. De paal is leeg.

Prachtige paadjes bewandelen we, langs sloten, over bruggetjes, door bomenlanen. Een paar kilometer voor het einde zien we de vogelhuisjes die stuk voor stuk de Oudnederlandse zin ‘Hebban olla vogela nestas hagunnen hinase hic anda thu’ vormen. Het betekent ‘Alle vogels zijn al aan het nestelen, behalve ik en jij.’ Een van de eerste literaire teksten in de Nederlandse taal uit de 11e eeuw. Toen zag dit gebied er heel anders uit.

De vogelhuisjes ken ik van de Trage Tocht die we hier liepen in 2022. Ook de pleisterplak na de huisjes, met een fijn bankje voor een boerderij, is een oude bekende. Hier eten we onze lunch zoals een paar jaar geleden. De narcissen bloeien, de lelietjes van dalen staan in de knop, wat fijn dat het weer lente is!

Na 16 kilometer zijn we weer in Eastermar. Op het laatst deelden we de paden met steeds meer wandelaars, fietsers en hardlopers. Allemaal genietend van het mooie buitengebied van Eastermar. Mocht je eens in de buurt zijn, deze wandeling is zeer de moeite waard!

Benieuwd naar andere wandelervaringen tijdens Roots-wandelingen? Kijk dan hier.

Hondsrugpad etappe 13: Klazienaveen – Emmen

Route: Hondsrugpad – Hünenweg
Afstand: 20 km
Start: Bushalte Centrum Klazienaveen
Eind: P+R Station Emmen

In 2022 wordt het Hondsrugpad verkozen tot winnaar Wandelroute van het jaar. Dit pad is 166 km lang en loopt van Emmen naar Groningen over de glooiende Hondsrug. In 2021 is dit pad samengegaan met de Duitse Hünenweg en vormt nu een langeafstandwandeling van 324 km die start in Osnabrück. Op de gele markering staan naast een gestileerde ‘H’ beide namen vermeld. De Hünenweg dankt zijn naam aan de vele hunebedden langs de route, zowel in Duitsland als in Nederland. Het pad verbindt twee UNESCO Global Geoparken met elkaar: de Hondsrug in Nederland en het Duitse Terra Vita. Geoparken zijn gebieden met een bijzondere geologie. Reden genoeg om dit pad te gaan wandelen. Voor deze wandeling maken we gebruik van het handzame boekje Hünenweg Hondsrugpad (2023) van Idhuna Barelds.

Het is alweer ruim een jaar geleden dat ik een etappe liep van het Hondsrugpad. Het gebied ten zuidoosten van Emmen was aan de beurt, maar iets hield me tegen. Totdat ik uitzocht of er eigenlijk bussen reden. Dat was gewoon het geval, zelfs tweemaal per uur in het weekend! Dus pakken we nu de route weer op bij Emmen. Op de eerste dag van de meteorologische lente parkeren we de auto bij het station van Emmen en nemen de bus naar Klazienaveen.

Lente in Emmen

Als we in het centrum uitstappen werkt de uitcheck-apparatuur van de bus helaas niet meer, maar dat mag de pret niet drukken. We zijn op de plaats van bestemming en er verschijnt een aarzelend zonnetje. De route begin ten noorden van Klazienaveen, dus lopen we eerst een kleine twee kilometer het dorp uit en pakken in het Oosterbos de route op. De bekende gele bordjes wijzen ons de weg.

Het Oosterbos is een groot jong bos, aangelegd op hoofdzakelijk nog niet ontveende hoogveengrond. Het hoogveen is kenmerkend voor deze etappe. We lopen over vele verende paden door het bos, maar ook door open gebieden met aangelegde watertjes. Met het zonnetje en de blauwe lucht ziet het er prachtig uit: wolgras, berkenboompjes, hier en daar heide en vele gele grassen. Wat opvalt is dat er bijna geen vogels te bekennen zijn. Is het nog te vroeg in het jaar? Vlinders zien we wel.

Oosterbos

In het Oosterbos bij de Koppelsluis in het redelijk nieuwe Koning Willem-Alexanderkanaal (in 2013 in gebruik genomen) nemen we onze eerste koffiepauze. Vanaf ons picknickbankje zien we hardlopers met nummers op hun buik. ‘Oosterbos Trailrun’ staat erop. Als we verder lopen, blijken we midden in de hardloopspits beland te zijn. We komen meerdere hardlopers tegen die een van de drie afstanden lopen, aangegeven met gekleurde lintjes. Sommige renners kunnen nauwelijks een woord uitbrengen, anderen groeten ons monter en maken zelfs nog een opmerking over het weer.

Koppelsluis en markering van de Oosterbos Trailrun

Toch zijn we blij als onze wegen scheiden. Het loopt niet lekker als je elke keer achterom moet kijken of je niet weer aan de kant moet. Het Oosterbos is niettemin een mooi gebied voor zo’n run én met lekker verende paden!

Na een kilometer of negen lopen we een stuk over een fietspad en zien we in de verte twee fietsers door het gras naast het pad lopen met de fiets aan de hand. Als we dichterbij komen, zien we dat het fietspad onder water staat, doordat de sloot naast het fietspad buiten zijn oevers is getreden. Het gras naast het fietspad is aanvankelijk gewoon modderig maar naarmate we verder lopen begint het ook verdacht veel op de sloot te lijken. Ik zak er tot mijn enkels in. Mijn lage wandelschoenen blijken te laag en het water gutst over de rand. Gelukkig schijnt de zon en drogen de schoenen langzaam weer op. In de auto wachten droge sokken (en schoenen) op mij. Mijn medewandelaar heeft het wonderbaarlijk droog gehouden in zijn lage wandelschoenen.

Fietspad wordt sloot

De route is tot nu toe prachtig. Als we het Oosterbos uiteindelijk achter ons laten, slechten we een paar fietspaden en kleinere wegen. Met zicht op een voormalige vuilnisbelt (nu een populaire recreatieheuvel die duidelijk zichtbaar is in het landschap) naderen we de Emmerschans. Dit verdedigingswerk van rond 1800 is in de jaren 60 van de vorige eeuw helemaal gereconstrueerd. Je ziet goed de wallen in het landschap.

Als we de buitenwijken van Emmen binnenwandelen, weet de route ook daar de mooie paden te vinden. Door het groen doorkruisen we de wijk Emmerhout, wandelen langs het Zandgat van Jansen en duiken dan het laatste stukje natuurgebied in: de Emmerdennen. Dit bosgebied op zandgrond is in de 19e eeuw aangelegd en daarmee een stuk ouder dan het Oosterbos. We hadden verwacht dat het er druk zou zijn op deze zonnige zondagmiddag, maar niets is minder waar. Wel zien we er het eerste Nederlandse hunebed vanaf de grens met Duitsland op deze route: D45.

Zandgat van Jansen en het D45 hunebed

Het station is niet ver meer. In de Huiskamer nemen we een welverdiende cappuccino met een appelflap. We hebben 20 kilometer in de benen door een mooi gebied. Het vooruitzicht om volgende keer van Weiteveen naar Klazienaveen te lopen maakt me al vrolijk. Ook daarheen rijdt gewoon een bus, ook in het weekend.

Benieuwd naar de andere etappes die ik heb gelopen? Hier vind je mijn wandelbelevingen tot nu toe.

Groot Frieslandpad etappe 9 en 10 (deels): Workum – IJlst

Route: Groot Frieslandpad
Afstand: 22 km
Start: Station Workum
Eind: Station IJlst

Ooit strekte Friesland zich uit van het Zwin (een zeearm bij Brugge) tot aan de Weser in Duitsland, ook wel ‘Groter-Friesland’ genoemd. Dit inspireerde routemakers tot het uitstippelen van het Groot-Frieslandpad. Het pad loopt in 362 km van de Noordzeekust tot over de Duitse Grens bij Leer en doorkruist daarmee West-Friesland in Noord-Holland, Friesland, Drenthe, Groningen en een stukje van Ost-Friesland. In november 2025 beginnen we aan dit pad. Ik verwacht veel geschiedenis en afwisselende landschappen.

Langs de Aldegeaster Brekken

De etappe tussen Workum en IJlst van het Groot Frieslandpad is het beste te omschrijven als een wandeling over asfaltwegen én door weilanden met vaak zicht op grotere en kleinere wateren, molens (inclusief vriendelijke molenaars), kerken, vogels en een dichtregel op de koop toe. De route gaat tussen de twee plaatsen vrijwel geheel door open landschap waar het wind vrij spel heeft. Dus kies een droge, niet al te winderige dag uit voor deze etappe.

Dit laatste advies hadden wij een beetje onderschat. Windkracht 5 maakt dat 10 graden toch best nog wel frisjes is. En fatsoenlijk je koffie drinken op een bankje is in die omstandigheden een hele tour. Bankjes in de luwte zijn lastig te vinden rondom de Aldegeaster Brekken, een groot water waar je over een fietspad grotendeels langs loopt.

Aldegeaster Brekken

Die koffie drinken wij bij een van de spinnenkopmolens in dit gebied. Vijf mannen zijn er drukdoende. Een van de mannen vertelt dat hij vandaag molenaars-in-opleiding de kneepjes van het vak leert. Er staan deze middag ook nog drie andere molens op de planning. We liepen hier een aantal jaar geleden ook. Toen vertelde een molenaar van een andere spinnenkopmolen in Nijhuizum ons van alles over die molen. Leuk, die enthousiaste mensen!

De spinnenkopmolen

De dichtregel op een hek met een beeldje van een tureluur kwamen we toen ook tegen. Het beeldje is gemaakt door Hans Jouta ter nagedachtenis aan schilder en dichter Gerben Rypma (1878-1963) uit Oudega. Op het hek staat een dichtregel uit het gedicht Wetterlannen van de dichter: ‘Ik fiel my hjir sa rom en frij’. Toepasselijker kan een tekst op deze plek niet zijn (Ik voel me hier zo ruim en vrij).

Dichtregel en tureluur

We wandelen vandaag een groot deel langs de Aldegeaster Brekken omdat de oorspronkelijke route via Blauhús afgesloten is tussen 1 september en 1 april i.v.m. een ganzenrustgebied. Aan de ene kant jammer, maar aan de andere kant is het water ook een mooi gezicht. En ganzen zien we genoeg, hele zwermen vliegen op als we langswandelen.

En we krijgen ons deel door de weilanden ook nog wel. Tussen Westhim en Abbegea loopt een Tsjerkepaed (kerkenpad) over grote betontegels dwars door het weiland. De tegels zijn door de modder glibberig geworden en we komen in Abbega aan met hele plakken modder onder onze schoenen. Op een bankje voor de kerk doen we een poging om de ergste modder te verwijderen en we eten meteen maar een broodje.

Tsjerkepaed door de weilanden

Tussen Pikesyl en Easthim volgt het tweede weilandavontuur, het Swalkerspaed (zwerverspad) genoemd. Geen tegels dit keer, maar gewoon gras. En modder, leuke bruggetjes, palen met markering, hazen, reeën en heel veel muizensporen. De witte toren van Easthim zien we al van verre liggen.

Swalkerspaed door de weilanden

Vanaf Easthim is IJlst niet ver meer. In het zonnetje bereiken we het Friese stadje. Onze auto staat bij het station, maar we lopen nog even door naar het centrum voor een welverdiende cappuccino met apfelstrudel (heel Fries…). Leuk om weer eens in dit deel van Friesland te lopen. Volgende keer door naar Sneek en verder naar ‘It Lege Midden’ oftewel Het Lage Midden. Het is een laaggelegen deel van de provincie onder Leeuwarden waar o.a. de dorpen Akkrum en Aldeboarn in liggen.

Benieuwd naar de andere gelopen etappes van het Groot Frieslandpad? Je vindt ze hier.

Ontmoeting

Met een eerdere valpartij in gedachten fiets ik voorzichtig over het glinsterende fietspad tussen de twee dorpen. Er is uitgebreid gestrooid. Mijn banden knisperen. Ik ben tot nu toe geen enkele andere fietser tegengekomen op deze vroege ochtend. Ook geen auto. Tussen kerst en oud en nieuw neemt elk weldenkend mens lekker vrij.

Ter hoogte van een met bomen omzoomd paadje staat er opeens iets op het fietspad. In mijn felle koplamp zie ik een grote hond met melkboerenhondenhaar. Hij snuffelt aan het gras in de berm. Geen lichtje, denk ik nog, en zijn baasje ook niet. Niet handig, zo ben je dus niet zichtbaar in het donker. Maar als ik goed kijk zie ik geen baasje. En ook geen halsband. De hond tilt zijn spitse snuit op en kijkt me met zijn gele ogen aan.

Een wolf, flitst er door mijn hoofd. Hij lijkt wel op een wolf! Ik ben er alweer voorbij. Zal ik stoppen, omkeren en een foto maken? Misschien niet zo verstandig. In de verte zie ik de fietser met twee koplampen aankomen die ik elke ochtend tegenkom. Moet ik haar waarschuwen? Maar ‘pas op voor de wolf’ klinkt ook weer zo dramatisch en straks blijkt het gewoon een hond te zijn. Ik zeg niets en fiets door.

Als ik mijn eerste kopje thee tap bij het koffieautomaat vertel ik mijn collega over mijn avontuurlijke ontmoeting. Hij is een beetje jaloers. Tijdens wandelingen speurt hij altijd om zich heen naar wolven. Ze komen hier in het noorden steeds meer voor. Maar helaas, tot nu toe geen succes. Dan verschijnt er een rimpel in zijn voorhoofd. “Wat nu, als deze wolf een tweede Bram blijkt te zijn? En de fietser met de twee koplampen slachtoffer is geworden van een wolvenaanval? Wellicht de eerste persoon in Nederland wordt die opgegeten is door een wolf? Je had haar kunnen waarschuwen. Dat schuldgevoel hou je je leven lang!”

Ik kijk hem aan, trek een wenkbrauw op. “Ze had geen rood kapje op, dus het zal wel wat meevallen.”

Jabikspaad etappe 10, 11, 12 en 13: Haskerdijken – Wolvega

Route: Jabikspaad
Afstand: 22 km
Start: Parkeerplaats Tolvepaed Haskerdijken
Eind: Station Wolvega

Een nieuw jaar, een nieuw wandelpad. In januari 2024 beginnen we aan het Jabikspaad. Dit is een aanlooproute naar Santiago de Compostela, beginnend aan het wad. De wandeling van ruim 140 km loopt van Sint Jacobiparochie naar Hasselt en kent tot aan Jirnsum een oost- en een west-route. Wij lopen ze allebei. De route is gemarkeerd met een geel-blauwe streep en een gele wulk op een blauwe achtergrond. Langs de route zijn verschillende stempelposten. In 2017 en 2018 liepen we het Jacobspad, de Groningse tegenhanger.

In augustus 2025 liep ik voor het laatst een etappe van het Jabikspaad. Het was toen zonnig zomerweer. In deze koude en grijze wintermaanden verlang ik daar wel weer naar terug. Voor vandaag voorspelde de weerman voor het noorden eindelijk wat zon, na een paar mistige ochtenduren. Dit, samen met temperaturen van maar liefst 7 graden, zijn goede ingrediënten voor een fijne wandeldag.

Vorige keer eindigde ik in Haskerdijken. Aangezien dit dorp in het weekend niet per bus te bereiken is, was mijn man zo lief om mij af te zetten bij het beginpunt. In de mist wandel ik langs een lange rechte weg met huizen, af en toe een haventje, woonboten en veel bedrijven naar Heerenveen. Niet heel spannend, maar door de mist is er af en toe een sfeervol doorkijkje.

Na 5 kilometer ben ik in Heerenveen. Langs Crackstate, het oude gedeelte van het gemeentehuis, loop ik naar het centrum waar ik een warme cappuccino neem. Even opwarmen en dan in het zonnetje weer verder, denk ik nog.

Crackstate

Helaas is de wereld nog net zo grijs als ik de horecagelegenheid weer uitstap. Via Het Meer loop ik Heerenveen uit en door het dorp De Knipe en langs een Sint Jacobs appelboom, loop ik richting Museum Belvèdére. Een klein museum voor moderne kunst waar ik al menig mooie tentoonstelling heb gezien. Het pad loopt door het museum heen, maar om nu met mijn modderschoenen door het museum te lopen, vind ik weer een beetje ver gaan. Ik wandel eromheen en pik aan de achterkant de route weer op.

Sint Jacobs appelboom
Museum Belvèdére

De route loopt door het bosgebied van Oranjewoud en ik passeer meerdere grote huizen. Het is hier niet druk. Wachten de wandelaars en hondenuitlaters ook op de zon? Of houden boodschappen, voetbalwedstrijden en wat dies meer zij de mensen uit het bos? Ik passeer het gehucht Brongergea, tussen de 14e en 16e eeuw een kerkdorp. Een klokkentoren herinnert hier nog aan. Onderweg kom ik meerdere Friese gedichten tegen. Er loopt hier een poëzieroute. Eentje past goed bij mijn wandeling: het roept op om vandaag te genieten (Genietsje hjoed!). Dat neem ik ter harte.

Links: een van de gedichten onderweg; Rechts: klokkentoren Brongergea

Onderweg naar Mildam loop ik over een onverhard bospad. Het enige onverharde pad van de hele route. Hoewel ik meerdere andere (onverharde) paadjes tegenkom, blijft de route geasfalteerde fiets- en autowegen volgen. Na Mildam lunch ik op een picknickbankje aan de Ottersweg. Ik had vanmorgen een beeld van een lunch in een zonnetje, niets blijkt minder waar.

Via Oldeholtwolde loop ik onder de A32 door richting Wolvega. Vlak voor het station buigt de route af. Ik loop door naar het station. Op een bankje op het perron kijk ik op mijn horloge: 22 kilometer. Lekker om weer eens zo’n stuk te lopen. De volgende keer naar de Weerribben, hopelijk komen er dan wat leukere paadjes. En wat meer zon!

Station Wolvega

Benieuwd naar de andere etappes van het Jabikspaad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Trage Tocht IJhorst: tussen de Reest en de Zwarte Dennen

Route: Trage Tocht IJhorst: Reestdal, Zwarte Venen en Carstenbos
Afstand: 15 km
Start: Kroko Multipunt, Heerenweg 42 IJhorst
Eind: Kroko Multipunt, Heerenweg 42 IJhorst

Na een welhaast lenteachtige zaterdag in januari zou een deel van het land ook op zondag kunnen genieten van die zeer welkome zonnestralen. Het andere deel van het land wachtte enkel mist, de hele dag. Waar de grens tussen mist en zon zou liggen, kon de weervrouw niet precies zeggen.

Wij hadden die zondag wandelplannen in het deel van het land dat zeker weten in de mist zou liggen. Met dat heerlijke lentegevoel van de dag ervoor in gedachten wijzigden we de plannen en zakten af in zuidelijke richting. Ons doel: IJhorst in het noorden van Overijssel, ter hoogte van Meppel. Weeronline gaf aan dat daar de hele dag zon zou zijn (en een wolkje). In IJhorst aangekomen was het nog even grijs als toen we vertrokken, maar vol goede moed vingen we de Trage Tocht aan. 15 kilometer aan overwegend onverharde paden lagen voor ons.

IJhorst ligt tussen het meanderende riviertje de Reest en het uitgestrekte bosgebied van Boswachterij Staphorst – Zwarte Dennen in. Een prachtig gebied voor een afwisselende wandeling. Maar ook andere buitensporters maken gretig gebruik van dit gebied. Na nog geen 500 meter komen we al de eerste mountainbikers tegen. Ook galopperen ruiters voorbij, zien we diverse groepjes hardlopers en een paar fanatieke steppers.

We delen met zijn allen de paden in dit populaire gebied. De Trage Tocht loopt over mountainbikepaden, ruiterpaden, fietspaden en af en toe een klein stukje verharde autoweg. Dit kan prima, zolang eenieder maar een beetje rekening houdt met de ander. En dat gebeurt. Fietsers houden in als ze ons zien. Zonder uitzondering groeten de andere buitensporters ons vriendelijk, beginnen zelfs af en toe een praatje (“mooie omgeving hè, zelfs zonder zon”?!). Ook als we op een bankje opwarmen met onze koffie met uitzicht op een meertje dat nog helemaal bevroren is. We wanen ons welhaast in Zweden hier! Alleen dan een beetje drukker.

Dat er op deze zondag ook een hardloop-oriëntatietocht aan de gang is, helpt natuurlijk ook niet. Bezwete hardlopers, af en toe in korte broek en shirtje (frisjes!), staan even stil op het kruispunt bij ons bankje. Ze houden een verkreukelde kaart in hun hand en kijken om zich heen. De meesten slaan dan rechtsaf. Een enkeling kiest voor links. Telefoons lijken uit den boze bij deze tocht. Terug naar vroeger. Zou iedereen uiteindelijk de finish hebben kunnen vinden?

Deze Trage Tocht kent ook hele stukken waar we niemand tegenkomen. We zien een eekhoorn van boomtak naar boomtak springen, een goudhaantje in de hulst hippen en we horen de kenmerkende roep van een boomklever. We dwalen over een heideveld, over kleine paadjes door een mistig bos waarvan de bodem is bedekt met felgroen mos en passeren diverse meertjes. Alles krijgt een verstild en welhaast mysterieus tintje bij deze weersomstandigheden.

Wat opvalt zijn de vele weesobjecten als herinnering aan de mensen die in dit gebied waren. Aan een boomtak hangt een (lees)bril, de glazen volledig overdekt met ijzige kleine druppeltjes, op een paaltje met een wandelknooppunt ligt een kinderhandschoen. We zien zelfs één verlaten wandelschoen, aan de veters opgeknoopt aan een ander paaltje. Dan vraag ik me toch af wat er gebeurd is. Hoe verliest iemand één schoen?!

Als je echt 15 kilometer niemand wil tegenkomen, dan raad ik deze wandeling niet aan. Dan zijn er genoeg andere Trage Tochten te bedenken zoals de Trage Tocht Dalfsen Hessum, ook in Overijssel. Als je een bijna geheel onverharde afwisselende wandeling, met zelfs wat reliëf wil en het geen probleem vindt om af en toe opzij te gaan voor een mede-buitensporter dan zou ik deze wandeling op je lijstje zetten.

Wij waren hier op een zondag, maar ik kan me voorstellen dat het hier door de week ook een stuk rustiger is. Wij komen hier in ieder geval nog een keer terug voor de andere Trage Tochten in dit gebied. Dan kiezen we een zonnige dag uit. Want de zon heeft zich de hele wandeling verscholen gehouden. Een mountainbiker merkte hierover op: “De zon heeft zeker de voorspellingen niet gezien”.

Benieuwd naar de andere Trage Tochten die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

‘Walk Britain’: een boek vol inspirerende korte en lange wandelingen in Engeland, Schotland en Wales

Afgelopen mei maakte ik kennis met het lange afstandswandelen in Engeland. We liepen een aantal etappes van het Hadrian’s Wall Path in het noorden van Engeland. Al na de eerste etappe was ik om. Wat een prachtige landschappen, vriendelijke mensen en mooie paden! En wat voelt het bijzonder om even een lange afstandswandelaar te zijn te midden van andere wandelaars die hetzelfde doen. Dat smaakte naar meer!

Gelukkig zijn er in Groot-Brittannië meer dan genoeg lange afstandswandelingen. Je hebt de National Trails (waartoe ook het Hadrian’s Wall Path behoort), maar ook een hele hoop andere. Afgelopen mei kwamen we tijdens onze wandelingen al een paar markeringen tegen van die andere minder bekende lange afstandswandelingen zoals de River Tyne Trail en de Isaac’s Tea Trail. Een korte zoektocht op Google bracht mij bij de site van de Long Distance Walkers Association waar meer dan 1.500 lange afstandspaden (meer dan 88.000 mijl) in de UK te vinden zijn. Wat zijn het er veel!

Mei ligt inmiddels ver achter ons en op social media zijn mensen alweer plannen aan het maken voor het nieuwe wandelseizoen. Op het Instagram-account van fervent Engeland-wandelaar Matthew Hightree komt een interessant sinterklaascadeau voorbij: het boek Walk Britain van Elise Downing (2025). Toevalligerwijs blijkt mijn bibliotheek het boek net aangeschaft te hebben en het ligt nu voor me.

In dit mooi vormgegeven wandelboek heeft Downing 90 wandelingen beschreven in verschillende streken in Engeland, Schotland en Wales die allemaal bereikbaar zijn met openbaar vervoer. Ze gaat per streek uit van een vast vertrekpunt waar voldoende overnachtingsadressen zijn. Vanuit dat punt zijn verschillende wandelingen beschreven. Van elke wandeling is een GPX-track voorhanden.

De wandelingen zijn ingedeeld in de categorieën short (max. 8 km), medium (9-16 km), long (17-24 km), challenge (25-40 km) en multi-day (meer dan 40 km). Haar beschrijvingen zijn niet de standaard aanwijzingen zoals ‘bij de derde boom links’ maar geven haar beleving weer. Ze heeft alle wandelingen namelijk zelf ook gelopen of gerend. En dat maakt het zo aantrekkelijk. Bij veel wandelingen, zowel de korte rondjes als de meerdaagse, denk ik ‘ja, deze moet ik een keer lopen’ en de bijbehorende foto’s van de meest prachtige landschappen versterken dit gevoel alleen maar.

Zo klinkt het pelgrimspad Cornish Celtic Way erg aantrekkelijk met de prachtige natuur van Cornwall en de bijzonderheid dat je bij aanvang van het pad via een boekje een aantal opdrachten meekrijgt. Zo neem je een steentje mee dat je aan het einde weer achterlaat en wandel je met een paar vragen voor jezelf. Maar ook de Cumbria Way, ‘a fantastic introduction for somebody new to multi-day hiking’ klinkt als muziek in de oren. Cumbria is prachtig, zo hebben we in mei ervaren en op de route liggen voldoende plaatsjes om te overnachten en eten in te slaan. Ook is de route goed in acht dagen te lopen. Ideaal dus voor een korte wandelvakantie.

En zo kom ik, al bladerend door het boek, zoveel mooie wandelingen tegen, dat ik ben begonnen om voor mezelf een overzichtje te maken van aantrekkelijke en wellicht ooit nog te wandelen lange afstandspaden (en kortere rondwandelingen) in Groot-Brittannië. Dit boek heeft me enorm geïnspireerd om weer een Britse wandelvakantie te gaan doen. Een aanrader dus!

Elise Downing is hardloper, schrijver en spreker en heeft als eerste vrouw 5.000 mijl rondom de kust van Groot-Brittannië gerend (zonder een team dat haar ondersteunde). Het boek Walk Britain. 90 inspirational car-free walks in England, Scotland en Wales (2025) is Engelstalig, uitgegeven bij Vertebrate Publishing en voor zover ik kan vinden (nog) niet vertaald in het Nederlands.

Nu ben ik erg benieuwd: welk lange afstandspad in Groot-Brittannië raad jij me aan en waarom?

Glad

Schuifelend loop ik naar de dichtstbijzijnde lantaarnpaal. Alles functioneert nog, maar mijn heup en schouder gaan vast blauw worden. Mijn fiets lijkt niet beschadigd, behalve dan dat de ketting eraf ligt. Uit mijn zak diep ik een zakdoekje op in de ijdele hoop mijn handen schoon te houden. Ik doe een paar halfslachtige pogingen om de ketting weer op de tandwielen te krijgen, maar met een zakdoekje, weinig licht en trillende handen van de schrik lukt dat natuurlijk niet.

Net als ik besluit om dan maar die resterende drie kilometer te gaan lopen, komt er een meneer met een hondje aan. Het beest wil al enthousiast tegen mij op springen, waardoor ik terugdeins. En de hond ook. “Ze schrikt van je” zegt de man. “Ik schrik van haar!” zeg ik, misschien net iets te hard .

De meneer is al een paar passen doorgelopen als hij aarzelt en omkeert. Hij heeft een fel lichtje in zijn hand om nog wat te zien (en gezien te worden) op zijn ommetje zo ’s ochtends vroeg. “Zal ik je bijschijnen?” vraagt hij. Ik bedank hem maar leg uit dat ik de ketting er niet op krijg en dus maar ga lopen. Hij buigt zich over mijn fiets heen en vraagt of ik de hond en het lichtje even wil vasthouden. Ik zie wat hij wil doen en wil nog een zakdoekje aanbieden. “Nee joh, ik was mijn handen thuis wel” wimpelt hij mijn aanbod af.

In tien seconden zit de ketting er weer op. Met een “wat ontzettend fijn!” bedank ik de meneer uit de grond van mijn hart. Met een armzwaai wuift hij het weg. “Pas wel op”, zegt hij, “misschien is het verderop ook glad. Het is maar de vraag of daar ook weer een vroege vogel langsloopt met van die geweldige kettingreparatiekwaliteiten zoals ik!” Hij knipoogt.