Vandaag is onze laatste hele vogeldag. We beginnen bij de open vlaktes rondom Tindaya. Ondanks dat we tijdens deze vakantie al aardig wat kraagtrappen hebben gezien, willen we graag een baltsend mannetje van korte afstand kunnen bekijken. We bezoeken daarom dezelfde locatie als eerder deze week. Direct bij aankomst staat er direct al een mannetje vlak naast het grindweggetje, op een metertje of 50. Regelmatig baltst de Westelijke Kraagtrap op korte afstand, waarbij de vogel de borst- en nekveren opzet, de kop in de nek legt en hij rondjes begint te rennen. Wat een bizar gezicht!
Wanneer we omrijden om de weg te vervolgen en nogmaals langs de baltslocatie rijden, grap ik nog: “De trap staat niet op 5 meter, want dan had ik hem wel gezien”. Het is Daan die schuin voor de auto de Westelijke Kraagtrap oppikt, direct naast de weg. Tijdens het langsrijden blijft de trap gewoon staan, op zo’n metertje of 5. Waanzinnig!
Westelijke Kraagtrap – African Houbara
We willen wederom een poging doen voor de keerkringvogels, dus rijden we over de uitgestrekte vlaktes naar de kust. Op de vlaktes pikken we 4 Renvogels (2 ad, 2 jong) op, die (ook) direct langs de weg staan en zich waanzinnig laten zien op enkele meters afstand. Ook een Griel, een Barbarijse Patrijs en 2 Zwartbuikzandhoenders blijven niet onopgemerkt. Bij de kliffen merken we direct een adulte Slechtvalk op en deze laat zich fraai zien. De Slechtvalken op Fuerteventura behoren tot een andere ondersoort (Barbarijse Valk), waarbij adulten meer roestbruin in de nek en kruin hebben.
Renvogel – Cream-colored Courser
Jonge Renvogel – baby Cream-colored Courser
Kleine Kortteenleeuwerik – Mediterranean Short-toed Lark
Vanaf de kliffen is het even wachten, maar opnieuw pikken we 2 Roodsnavelkeerkringvogels op. Net als twee dagen eerder komen ze geregeld vlak onder de rotskust en laten zich hierbij geweldig zien.
Roodsnavelkeerkringvogel – Red-billed Tropicbird
De middag brengen we een bezoek aan de oostkant van het eiland. We lopen opnieuw de golfbaan op, waar we opnieuw de Zomer- en Blauwvleugeltaling zien. Nieuw is een Bosruiter die langs de rand van het plasje foerageert. Casarca’s lopen bijna overal op de golfbaan. Bij de vlakbij gelegen zoutpannen vinden we nu wel de jonge Flamingo die hier al langer verblijft. Onderweg blijven we een tijdje vlak langs de weg kijken naar foeragerende Madeiragierzwaluwen. Ze fotograferen is echter een hele kunst, zo’n grote kunst zelfs dat het mij niet lukt om een (fatsoenlijke) foto te maken.
Casarca – Ruddy Shelduck
Bosruiter – Wood Sandpiper (photo: Frank van der Meer)
Het laatste deel van de middag brengen we door in de Barranco de Río Cabras, het klifgebied dat we op dag 1 ook bezochten. Een paartje Woestijnvink laat zich fraai bewonderen, hetzelfde geldt voor een aantal (vooral jonge) Afrikaanse Pimpelmezen en Canarische Roodborsttapuiten. Vanuit de bomen klinkt de zang van Palm- én 1 Zomertortel. In de lucht vliegen Aasgieren en een Buizerd.
Ik, vogelend in de Barranco de Río Cabras (foto: Frank van der Meer)
Woestijnvink – Trumpeter Finch
Afrikaanse Pimpelmees (juveniel) – African Blue Tit (juvenile)
Buizerd (ondersoort insularum) – Common Buzzard (subspecies insularum)
Een vrij kort avondrondje voor uilen levert niets op. We willen niet al te laat thuis zijn, zodat we nog tijd hebben om alles in te pakken en het huisje schoon te maken. De volgende dag vliegen we ’s ochtends terug naar Nederland. Daardoor hebben we helaas geen tijd meer om nog even kort te vogelen. En zo komt er een eind aan deze mooie vakantie. In mijn eerste weblog schreef ik dat we een weekje naar de zon wilden. Dat is minder goed gelukt dan van tevoren gedacht, want door de wind en de regelmatige bewolking was het minder warm dan gedacht. De vogels maakten alles echter meer dan goed.
In totaal zag ik 10 nieuwe soorten: Afrikaanse Pimpelmees, Berthelots Pieper, Canarische Roodborsttapuit, Kanarie, Madeiragierzwaluw, Oostelijke Gele Kwikstaart, Roodsnavelkeerkringvogel, Westelijke Kraagtrap, Woestijnvink en Zwartbuikzandhoen. Dit is exclusief Barbarijse Patrijs en Palmtortel, die op Fuerteventura als exoot gezien worden. We zagen deze vakantie bovendien alle soorten die we wilden zien. De soortenlijst bleef steken op 70 soorten (exclusief de exoten), wat geen heel hoog aantal is, maar daartussen zaten natuurlijk genoeg leuke soorten.
Voor vandaag staat een dag naar het uiterste zuidwestelijke puntje van het eiland op het programma. We beginnen in het stadspark van Costa Calma. Een tweetal Bladkoningen laat zich zien en horen. Vergeleken met eerder deze week kunnen we de 3 Siberische Boompiepers een stuk fraaier bekijken. We zien ze regelmatig over de grond sluipen en op takken hoger in de bomen zitten. Leuk hoor! Verder pikken we o.a. een roepende Iberische Tjiftjaf en enkele Roodbuikbuulbuuls op.
Siberische Boompieper – Olive-backed Pipit
Via Morro Jable rijden we naar de westpunt. Bij de golfbaan stoppen we even. In de bosjes en kale takken zitten meerdere Canarische Roodborsttapuiten en Brilgrasmussen, die zich gewillig laten bekijken én fotgraferen.
Daarna rijden we naar de uiterste westpunt. Het landschap wordt kaler en de weg steeds hobbeliger. Qua vogels is het vrij leeg, op één klein bosje na waarin we een Westelijke Baardgrasmus (onze eerste deze vakantie), meerdere Kleine Zwartkoppen en enkele Tjiftjaffen opmerken. De vergezichten over zee en de heuvels zijn echter wel fraai. Een stop langs het strand levert niks op, behalve wat zon, veel wind en veel zand.
Fraai uitzicht over kliffen, strand en zee (foto: Frank van der Meer)
Als laatste stoppen we bij het plasje van de Oostelijke Gele Kwikstaart. Deze laat zich opnieuw prima bekijken. We merken ook 1 “gewone” Gele Kwikstaart op, een nieuwe tripsoort.
Vanochtend beginnen we opnieuw bij Tindaya. Via andere vogelaars hebben we namelijk vernomen dat hier een tamme baltsende Westelijke Kraagtrap zich geweldig laat zien. Tijdens onze aanwezigheid zien we de trap wel baltsen, maar helaas niet zo dichtbij als de verhalen doen geloven. Elders op de vlakte komt de warmtekijker van Daan goed van pas, want hierdoor ontdekken we een fraai paartje Zwartbuikzandhoenders vlak langs de weg (dat helaas opgejaagd wordt door een loslopende hond…) en ook Renvogels en 2 Grielen.
Kleine Kortteenleeuwerik – Mediterranean Short-toed Lark
Zwartbuikzandhoen – Black-bellied Sandgrouse
We spreken af met Sylvain Fleur om vanaf de kliffen opnieuw ons geluk te beproeven voor de keerkringvogels. Een tweetal Vale Gierzwaluwen vliegt over, terwijl 2 Aasgieren zich uitermate fraai laten zien én fotograferen, zowel in zit als in vlucht. Zoals een groot deel van de Aasgieren op het eiland, zijn deze vogels in mensenhanden geweest. Een van de vogels draagt een gele kleurring; de ander is voorzien van een zender.
Vale Gierzwaluw – Pallid Swift
Aasgier – Egyptian Vulture
Aasgier – Egyptian Vulture
Driemaal is blijkbaar scheepsrecht, want al vrij snel pikt Sylvain ver op zee een witte vogel op, die recht op ons af vliegt. Het blijkt onze doelsoort te zijn! Uiteindelijk geven maar liefst 5 Roodsnavelkeerkringvogels een geweldige show weg, regelmatig fraai dichtbij komend en zelfs roepend naar elkaar. Na een halfuur vliegen de keerkringvogels weer ver de zee op en is de show over, 4 vogelaars in extase achterlatend. Dit is ongetwijfeld het hoogtepunt van de vakantie!
Roodsnavelkeerkringvogel – Red-billed Tropicbird
Roodsnavelkeerkringvogel – Red-billed Tropicbird
Roodsnavelkeerkringvogel – Red-billed Tropicbird
Roodsnavelkeerkringvogel – Red-billed Tropicbird
’s Middags bezoeken we voor de tweede keer het dorpje Betancuria. Direct als we uit de auto stappen, begint een Zomertortel te koeren. Die hadden we nog niet deze vakantie. Voor Afrikaanse Pimpelmees (de laatst overgebleven doelsoort) hoeven we weinig moeite te doen; we horen en zien zowel adulten als jongen. Vanuit de aangrenzende bergen klinkt zo af en toe de zang van een Kwartel. Op Observation.org staan maar enkele waarnemingen van deze soort, dus algemeen zal de soort zeker niet zijn.
Zomertortel – European Turtle Dove
Afrikaanse Pimpelmees (adult) – African Blue Tit (adult)
Afrikaanse Pimpelmees (juveniel) – African Blue Tit (juvenile)
Afrikaanse Pimpelmees (juveniel) – African Blue Tit (juvenile)
Vandaag rijden we verschillende locaties aan de noord- en oostkant van het eiland af. Qua weer is het contrast met gisteren groot: bewolkt en harde wind. Bij het “haventje” van Majanicho kijken we de steltlopers af. Dit levert een hoop nieuwe vakantiesoorten op, al zijn het niet de meest spectaculaire soorten: Bonte en Drieteenstrandloper, Strand- en Bontbekplevier en Regenwulp. Een Oeverloper houdt ons langere tijd bezig, maar blijkt toch een Europese te zijn en geen Amerikaanse.
Langs de oostkant bezoeken we eerst de golfbaan. Door de aanwezigheid van water, gras en struiken kan dit een oase zijn voor vogels. Een man Blauwvleugeltaling verblijft hier al de hele winter en is vandaag vergezeld door een man Zomertaling. Ook leuk zijn de zwaluwen (Roodstuit-, Huis- en Vale Gier-) en 2 Hoppen.
Blauwvleugeltaling (rechts) en Zomertaling (links) – Blue-winged Teal (right) and Garganey (left; photo: Frank van der Meer)
Op de vlakbij gelegen zoutpannen kunnen we de lang verblijvende Flamingo helaas niet vinden. Vanaf een wat verder in zee gelegen rotskust kijken we een tijdje over zee. Een Audouins Meeuw en enkele Jan-van-Genten vliegen langs. Het leukste zijn echter de tientallen Kuhls Pijlstormvogels die over zee vliegen, waarvan meerdere exemplaren erg fraai dichtbij langskomen.
Kuhls Pijlstormvogel – Cory’s Shearwater
Het is nog een paar uurtjes licht en dus besluiten we wat slingerend terug naar huis te rijden. We komen hierbij meerdere Canarische Klapeksters tegen, een soort die algemener is dan we van tevoren hadden ingeschat. Vlakbij huis zoeken we gericht naar de Grielen die we gisteren vanaf de parkeerplaats bij het huisje hoorden. Een succesvolle zoektocht, want al snel stuiten we op een paartje Grielen dat vlak langs de weg staat en zich geweldig laat zien.
We staan vandaag wat eerder op dan eerder, want we willen vandaag naar het zuiden van het eiland. De verwachtingen zijn hoog, ook vanwege de betere weersomstandigheden (warmer, minder wind).
We trappen de dag af bij een tweetal plasjes vlakbij het dorp Tuineje. Doelsoort is een Oostelijke Gele Kwikstaart die hier voor het tweede jaar op rij overwintert. We vermaken ons hier prima, want er zit genoeg leuks. Naast de Oostelijke Gele Kwikstaart wordt de show gestolen door een tweetal Roodstuitzwaluwen. Zowel foeragerend als in zit laten ze zich geweldig bekijken! Graspieper (erg schaars op het eiland) en een roepende Iberische Tjiftjaf mogen niet onbenoemd blijven. Verder trekt het water verschillende soorten steltlopers (Oeverloper, Groenpootruiter, Steltkluten, Tureluur) en reigerachtigen (Blauwe Reiger, Kleine Zilverreiger en Lepelaar). Een Madeiragierzwaluw vliegt meermaals boven de plasjes.
Graspieper (schaars op het eiland!) – Meadow Pipit (scarce visitor to Fuerteventura)
Amethistblauwtje – African Grass Blue
De volgende stop is het stadspark van Costa Calma. Dit is een van de weinige plekken met veel bomen op de zuidpunt en zouden dus veel vogels moeten aantrekken, waaronder ook dwaalgasten. In de weken voor onze aankomst waren hier 3 Siberische Boompiepers gevonden. We zoeken lang naar deze zeldzame soort en vinden ze uiteindelijk ook, al laten ze zich slecht bekijken. Ook vinden we zeker 2 Bladkoningen, tezamen met enkele gewone / Iberische Tjiftjaffen. We zien hier regelmatig hagedissen wegschieten.
Oost-Canarische Hagedis – Atlantic Lizard
Bij het strand van Playa el Salmo genieten we van de zon, de zee, maar vooral van leuke én fotogenieke soorten. Naast de parkeerplaats zit een duo Canarische Woestijnklapeksters dat handtam is en zich geweldig laat bekijken op enkele meters afstand. Een van de klapeksters heeft een hagedissenstaart gevangen die nog rondspartelt en waaraan je het bloed nog ziet zitten! Overal lopen Barbarijse Grondeekhoorns. Ze lopen nog net niet over je voeten. Tot slot merken we een adulte man en jonge Canarische Roodborsttapuit op, een soort die we nog graag wat beter wilden zien dan op dag 1. Nou, dat lukt aardig want de adulte roodborsttapuit trekt zich weinig van ons aan en laat zich tot op enkele meters bekijken en fotograferen.
Rondom het toeristische dorp Morro Jable bezoeken we meerdere locaties en ook dat levert leuke soorten (en fotokansen) op zoals Brilgrasmus, Koereigers, Hadada-ibis (exoot) en een nieuwe Bladkoning. Op het strand staat tussen de Geelpootmeeuwen een adulte Audouins Meeuw, een vrij zeldzame soort op Fuerteventura.
Hadada-ibis – Hadada Ibis
adulte Koereiger – Western Cattle Egret
Koereiger, ‘punkjong’ – ‘fluffy’ Western Cattle Egret
Geelpootmeeuw – Yellow-legged Gull
Berthelots Pieper – Berthelot’s Pipit
Berthelots Pieper – Berthelot’s Pipit
Matig phonescoopje van de Audouins Meeuw – Audouin’s Gull, not-so-good phonescope…
Alsof de dag nog niet lang genoeg was, plakken we er nog een avondronde aan vast. Op Fuerteventura komt namelijk een zeldzame ondersoort van de Kerkuil voor (Dunbekkerkuil), met mogelijk splitkansen. We rijden meerdere locaties af, maar lange tijd tevergeefs. Uiteindelijk horen we op één locatie tweemaal de roep van de Dunbekkerkuil en ver weg zingt ook een Ransuil. Echt tevreden met deze matige waarnemingen zijn we echter niet, dus wellicht kunnen we later in de week een tweede poging wagen.
Ondanks het wisselvallige weer (harde wind, bewolking en zelfs wat lichte regen) staan we rond een uur of 9 weer bij de open vlaktes van Tindaya. Een Westelijke Kraagtrap is snel gevonden (sorry, Edwin 🙂 ). Iets meer moeite moeten we doen voor Renvogels, maar uiteindelijk zien we 5 exemplaren van deze fraaie steltloper. Fijn, nadat we deze soort gisteren niet konden vinden. We zien ook onze eerste Barbarijse Grondeekhoorn; velen zouden echter nog gaan volgen. Net als gisteren zien we verder meerdere Brilgrasmussen en Canarische Woestijnklapeksters. Een Zwartbuikzandhoen vliegt solo over. We kijken opnieuw kort uit over zee, maar zien geen Roodsnavelkeerkringvogel. De (te) harde wind zal hier mogelijk debet aan zijn en doet ons besluiten om er niet al te veel tijd in te steken.
Renvogel – Cream-colored Courser
Brilgrasmus – Spectacled Warbler
De middag brengen we door in het toeristische “bergdorpje” Betancuria. Het is hier een stuk groener dan in de gebieden waar we tot nu toe zijn geweest. We zoeken hier naar twee doelsoorten: Kanarie en Afrikaanse Pimpelmees. Al snel zien we de eerste Kanaries. Dit betreft de wilde versie van de bekende kooivogels. Ze laten zich erg fraai bewonderen: fanatiek zingend, roepend, in baltsvlucht en ook foeragerend in de kruiden. Het tafereel doet wel wat denken aan de baltsende Europese Kanaries zoals we ze ´vroeger´ in Noord-Limburg (Lottum, Zwaanenheike) aantroffen. We zien ook zowel Zwartkop als een mannetje Kleine Zwartkop. Er vliegen veel vlinders; zowel soorten die we uit Nederland kennen als “exotische” soorten zoals Groen Marmerwitje en Klein Tijgerblauwtje. De Afrikaanse Pimpelmees is helaas in geen velden of wegen te bekennen.
Daan en ik genieten in Betancuria van de zingende Kanaries (foto: Frank van der Meer)
Kanarie – Island Canary
Kanarie – Island Canary
Kleine Zwartkop – Sardinian Warbler
Spaanse Mus, algemeen op heel Fuerteventura maar daarom niet minder fraai… – Spanish Sparrow
Groen Marmerwitje – Greenish Black-tip (photo: Frank van der Meer)
De laatste uren van de dag besteden we in de uitgestrekte open vlakte vlakbij Tefia. Een bezoekje aan de stuwmeren levert weinig nieuws op; alleen wat (te) beweeglijke Woestijnvinken, een paar tamme Spaanse Mussen en een groepje Zwartbuikzandhoenders dat op grote afstand opvliegt en uit beeld verdwijnt. We besluiten een klein weggetje in te rijden dat het gebied doorkruist en dat is geen verkeerde keuze. We zien hier onze eerste Grielen van de vakantie, Aasgieren en Buizerds en uiteindelijk een paartje Zwartbuikzandhoenders dat niet al te ver van de weg invalt. Bij een boerderij besteden we wat tijd aan een familietje Woestijnvinken. Hier zien we ook o.a. Palmtortels, Spaanse Mussen, een Buizerd, een territoriale Casarca en wat boze Spanjaarden.
Griel – Eurasian Stone-curlew (photo: Frank van der Meer)
Paartje Zwartbuikzandhoen – male and female Black-bellied Sandgrouse
Casarca – Ruddy Shelduck
Jonge Woestijnvink – Trumpeter Finch (juvenile)
Spaanse Mus – Spanish Sparrow
We maken het ’s avonds niet al te laat. We willen morgen wat eerder opstaan, zodat we het zuiden van het eiland kunnen verkennen.
Vandaag is het zover: Daan van Braak, broer Frank van der Meer en ik vertrekken naar Fuerteventura. Vorig jaar zochten we in deze periode de kou op (Estland), maar dit jaar wilden we het anders aanpakken met een weekje naar de zon. De keuze is hierbij dus op Fuerteventura gevallen. Dit eiland, onderdeel van de Canarische Eilanden, ligt vrij ver in de oceaan (ongeveer halverwege Marokko), maar de eilandengroep hoort bij Spanje. De soortsamenstelling bestaat uit een mix van Mediterrane soorten, Noord-Afrikaanse soorten en (onder)soorten die alleen op deze en vlakbij gelegen eilandengroepen (zoals Madeira, de Azoren en de Kaapverdische Eilanden; samen Macronesië genoemd) voorkomen. Veel andere vogelaars combineren een bezoekje aan Fuerteventura met de andere Canarische Eilanden (zoals Tenerife), maar wij kiezen ervoor om een week puur op Fuerteventura te blijven. Hierdoor missen we soorten die op de andere eilanden wel voorkomen, maar niet op Fuerteventura (zoals Blauwe Vink, Bolles Laurierduif en Laurierduif), maar het geeft ons wel meer tijd om het hele eiland te bevogelen. Ik maak per dag een weblog. Een ‘samenvatting’ kun je terugvinden in op de Polar Steps van Daan (hier).
We verzamelen ´s nachts bij Frank en reizen af naar Schiphol voor onze vlucht om 7 uur. Na een soepele vlucht landen we rond kwart over 10 op Fuerteventura. Het ophalen van de koffer en de leenauto gaat opmerkelijk soepel, zo snel heb ik het nog nooit meegemaakt. Tegen 11 uur zitten we in de auto, op weg naar de eerste vogellocatie. Het gebiedje heet Barranco de Río Cabras en is een kloof met ´beneden´ een rivierbed met plassen. Fuerteventura is behoorlijk droog en dus trekken locaties met water automatisch veel vogels aan. In het water lopen soorten die we uit Nederland kennen, zoals Casarca, Kleine Zilverreiger, Lepelaar, Steltkluut en verschillende ruiters. Spectaculairder zijn soorten die het luchtruim en de wanden van de kloof bevolken. Zo zien we de Canarische ondersoorten van Raaf (iets kleiner en hogere roep) en Buizerd (op uiterlijk een mix tussen Buizerd en Arendbuizerd), meerdere Aasgieren, Spaanse Mus en Palmtortel (een wijdverbreide exoot hier op het eiland). Ook zien Frank en ik onze eerste nieuwe soorten van de vakantie: Woestijnvink en Canarische Roodborsttapuit. Een derde nieuwe soort (de Berthelots Pieper) is alleen voor mij weggelegd, maar voor deze soort krijgen Frank en Daan later in de week nog ruim voldoende kansen.
Onvolwassen Aasgier – Immature Egyptian Vulture
Buizerd (ondersoort insularum) – Common Buzzard (subspecies insularum)
Berthelots Pieper – Berthelot’s Pipit
Woestijnsprinkhaan – Desert Locust
Nadat we onze spullen hebben afgezet bij ons huisje, bezoeken we in de laatste uren van de dag op de uitgestrekte open vlaktes nabij Tindaya. Dit is dé plek voor enkele ornithologische trekpleisters van het eiland die leven in de stenige woestijnlandschappen. We stuiten zeer regelmatig op zingende Kleine Kortteenleeuweriken en Berthelots Piepers. Terwijl we een Kleine Kortteenleeuwerik wat uitgebreider bekijken, valt Daan ineens een grote vogel op de achtergrond op: een Westelijke Kraagtrap, een van de doelsoorten van de vakantie! De trap loopt helemaal niet ver van de auto en laat zich prachtig bewonderen.
Regenboog boven de vlaktes van Tindaya (foto: Frank van der Meer)
Kleine Kortteenleeuwerik – Mediterranean Short-toed Lark
Westelijke Kraagtrap – African Houbara
We vervolgen onze weg over de vlakten en regelmatig staan we stil om te scannen. Een Barbarijse Patrijs (exoot op het eiland) loopt niet al te ver van de auto. We stuiten ook op de eerste Klapeksters van de vakantie. Op Fuerteventura zit de ondersoort koenigi, die de Nederlandse naam Canarische Woestijnklapekster heeft. Deze zijn, vergeleken met de Klapeksters die we in Nederland zien, donkerder met grijzere flanken. Ook leuk is een paartje Brilgrasmus, dat in de lage struikjes zit. Een uitstapje om vanaf de kliffen over zee uit te kijken, levert helaas geen Roodsnavelkeerkringvogels op, al mogen enkele over zee vliegende Kuhls Pijlstormvogels natuurlijk niet onbenoemd blijven.
We rijden daarna weer terug naar de uitgebreide vlakten. Voor een andere doelsoort moeten we wat meer moeite doen, maar uiteindelijk zien we een vijftal Zwartbuikzandhoenders over de vlaktes scharrelen. Na een minuutje vliegt de groep op, vliegt daarbij schuin over ons heen en valt ergens anders weer neer, waar we ze helaas niet kunnen terugvinden. Een jagende Slechtvalk (ondersoort Barbarijse Valk) jaagt de Stadsduiven de stuipen op het lijf. Erg leuk is een een nestje Kleine Kortteenleeuweriken dat we vlak langs de weg vinden. De oudervogels komen regelmatig langs om de drie kuikens te voeren. We kijken er even naar, maar laten de vogels al snel met rust om ze niet te veel te verstoren. Eigenlijk is alleen de Renvogel hier de grote afwezige, maar gelukkig hebben we nog enkele dagen voor deze fraaie soort.
Na een behoorlijk succesvolle dag met 5 nieuwe soorten voor Frank en mij (Canarische Roodborsttapuit, Woestijnvink, Berthelots Pieper, Westelijke Kraagtrap en Zwartbuikzandhoen) en 4 voor Daan (hij had Woestijnvink al eens gezien in Marokko) is het tijd om een plan te gaan maken voor morgen.
Zoals inmiddels gebruikelijk volgt ook aan het einde van 2025 weer een overzicht van het afgelopen jaar.
Januari Het jaar begon ronduit spectaculair, met twee soorten die nog niet eerder in Nederland waren gezien. De eerste dagen zat ik op Texel, waar ik naast gebruikelijke schaarse overwinteraars (zoals de 2 zeldzame rotganzen en Fraters) ook de bekende adulte Roze Spreeuw zag in Den Burg. Op vrijdag 3 januari reden we in de haven van Oudeschild, toen berichten binnenkwamen dat op Neeltje Jans een Pacifische Parelduiker was ontdekt door Sven Valkenburg. Op zondag twitchten Frank en ik deze nieuwe soort voor Nederland in de stromende regen. Het was heel lang geleden dat ik zo vroeg in het jaar al een nieuwe soort zag (Witbandkruisbek, op nieuwjaarsdag 2014). Aan het eind van de maand zagen Frank, mijn vader en ik de duiker opnieuw. Nu was het wel droog, maar bleef de duiker helaas op grote(re) afstand.
En dan was de koek voor de rest van de maand nog bij lange na niet op. Een week later zagen Frank en ik namelijk weer een zeldzame duiker. Op de Kagerplassen zwom namelijk een jonge Geelsnavelduiker. Het kostte een dagje rondrijden door het gebied, maar aan het eind van de middag konden we dan eindelijk genieten van deze enorme duiker. Het betrof geen nieuwe soort voor ons, want 12 jaar ervoor zagen we (na ook al een lange dag zoeken, toen zelfs vanaf het water) de vogel van het Grevelingenmeer.
De beste soort van de maand (en het jaar) werd gevonden op 13 januari. Ik zat in Den Haag in een overleg dat de rest van de dag zou duren, toen de berichten binnenstroomden: op Texel was een mannetje Brileider gevonden. Ongeloof natuurlijk in heel vogelend Nederland, en zelfs in vogelend Europa kwam dit nieuws hard aan. Zelf kon ik pas twee dagen later (op woensdagmiddag). Samen met Daan van Braak en Lobke Bekkema miste ik de eend echter pijnlijk vanwege hardnekkige mist, en dat tijdens een rapportage voor Vroege Vogels waarin wij drieën hoofdpersonen waren… Gelukkig kwam het later in de week helemaal goed. Toen zwom de Brileider bovendien kortere tijd mooi dichtbij. In die week wisten we natuurlijk ook niet dat deze Nearctische eidersoort maandenlang aanwezig zou blijven en zelfs in het najaar weer zou terugkeren op deze plek. In de maanden hieronder komt deze geweldige eidersoort daarom meermaals terug. Vanwege de vele geweldige soorten in januari laat ik de subzeldzaamheden ditmaal even voor wat ze zijn (denk aan o.a. IJseenden en Roodhalsganzen).
Brileider – Spectacled Eider
Brileider – Spectacled Eider
Februari Ook in februari bezochten we de Brileider. Leuke bijvangsten op Texel waren 2 IJseenden in de Mokbaai en 2 Dwergganzen langs de Redoute. Een van de Dwergganzen was geringd en betrof een terugkerende vogel. Verder waren er in Nederland weinig hoogtepunten die het vermelden waard zijn.
De laatste dagen van februari en de eerste dagen van maart zaten Coen van Nieuwamerongen, Daan van Braak, broer Frank en ik in Estland. De Stellers Eiders lieten zich fraaier zien dan van tevoren gedacht. Oeraluil, Hazelhoen en Auerhoen waren andere ornithologische hoogtepunten, al zagen we van die laatste alleen vrouwtjes. Het grootste hoogtepunt van de reis betrof een Lynx, die zich ruim voor het invallen van de avondschemering langdurig en fraai in de telescoop liet zien.
Stellers Eider – Steller’s Eider (photo: Coen van Nieuwamerongen)Hazelhoen – Hazel Grouse (photo: Coen van Nieuwamerongen)vrouwtje Auerhoen – female Western CapercaillieOeraluil – Ural OwlEuraziatische Lynx – Eurasian Lynx
Maart Maart was wederom een rustige maand. In Alphen a/d Rijn zagen we 4 Kwakken. Op Texel mochten we in Oost een fraaie Europese Kanarie bewonderen vanuit de verwarmde ‘vogelkijkhut’ van Ruud van Beusekom.
Europese Kanarie – European Serin
Europese Kanarie doet agressief tegen Roodborst – aggressive European Serin
April Begin april was goed voor mijn derde nieuwe soort van het jaar. In de ochtend van 9 april stond ik in de duinen bij Egmond, waar de avond ervoor een Havikarend was gaan slapen. Tegen 10 uur kwam de Havikarend uit het bos gevlogen, cirkelde een tijdje op enige afstand en vloog daarna hoog en hard naar zuid. Fijn om deze soort na alle debacles van de afgelopen jaren eindelijk in ons land te mogen zien!
Op 19 april bezochten we de bekende Bronskopeend bij Rozenburg, na een leuke ochtend vogelen op Goeree-Overflakkee (met o.a. Strandplevier, Dwergstern en teruggekeerde zomergasten). De eend zwom helaas wel aan de overkant van de Nieuwe Waterweg. Op de Veluwe zagen we eind april een baltsende Draaihals. De volgende dag vormden een zingende Oehoe, meerdere Porseleinhoentjes en een zeer fraaie man Grauwe Kiekendief het hoogtepunt tijdens een Big Day in de omgeving van Wageningen. Eind april en begin mei zat ik weer op Texel. De laatste dagen van april zag ik daar mijn 12e Roodkopklauwier in Nederland en een fraaie Hop.
man Grauwe Kiekendief – male Montagu’s Harrier
Hop – Eurasian Hoopoe
Mei Op 1 mei zag ik mijn persoonlijke hoogtepunt van het voorjaar. Samen met Han Zevenhuizen en broer Frank vond ik in de Tuintjes een zeer fraaie man Ortolaan, die zich ongeveer een uur lang aan belangstellenden liet bewonderen. Texel was verder goed voor een adulte vrouw Grauwe Franjepoot in de Nederlanden, 1 fraaie Bijeneter in en rondom de Cocksdorp, een kortstondige waarneming van 5 Bijeneters over de vuurtoren en last-but-not-least, een zeer fraaie Nachtzwaluw ter plaatse op het strand bij de Eierlandse Dam.
Bij thuiskomst bleek de Groene Jonker erg leuk voor steltlopers. Zo zag ik er een groepje Zilverplevieren en een Steenloper. Ook zat er een (verdacht) groepje van 3 Sneeuwganzen.
Ortolaan – Ortolan Bunting
Bijeneter – European Bee-eater
Sneeuwgans – Snow Goose
Juni De zomer was relatief rustig. Op 1 juni vlogen twee Witwangsterns over Willeskop. Helaas pikten we de vogels net iets te laat op om ze echt mooi te kunnen zien (of voor een bewijsplaatje). Het enige weekendje Texel in juni bleek goed voor een nieuwe Texelsoort: in het Wagejot zagen we een door Diederik Kok gevonden Dougalls Stern. Ook zagen we op Texel verschillende Duinparelmoervlinders.
Duinparelmoervlinder – Niobe Fritillary
Juli Half juli brachten we voor de verandering een lang weekend door in Vlagtwedde (Oost-Groningen). We zagen tijdens dit weekend o.a. Adder, Witwangstern en verschillende Grauwe Kiekendieven. We bezochten ook meerdere keren de Lachsterns bij Oude Pekela. De terugweg bracht ons langs de Weerribben, waar we verschillende Zilveren manen en Grote vuurvlinders zagen.
Een zomers weekendje op Texel resulteerde helaas niet in zeldzame steltlopers. Wel leuk was een overvliegende Zwarte Ooievaar en schaarse dagvlinders in de vorm van Gele luzernevlinder en Kommavlinders.
Augustus Op vrijdagochtend 8 augustus gingen Frank en ik voor het werken nog even naar buiten, en dat was erg succesvol. Bij Tull en ’t Waal (omgeving Houten) liep een Bunzing in een boomgaard en iets verderop zagen we de Grijze Wouw opvliegen uit zijn meidoorn en daarna een tijdje cirkelen. Op de terugweg reden we langs de Hoogekampse Plas, waar een Gestreepte Strandloper liep. Een week later was ons jaarlijkse rondje door de kop van Noord-Holland goed voor een jonge Grauwe Franjepoot, een zingende Graszanger, een off-season Roodhalsgans en een Lachstern (alsof we er in juli nog niet genoeg gezien hadden in Groningen…). Aan het eind van de maand bezochten we Nederlands derde (en ook mijn derde) Purperkoet bij Zevenhuizen en zagen we op dezelfde dag bij Hazerswoude mijn fraaiste Roodpootvalk ooit.
Spotvogel in Breeveld – Icterine Warbler
Grauwe Franjepoot – Red-necked Phalarope
Roodpootvalk – Red-footed Falcon
Roodpootvalk – Red-footed Falcon
September Begin september brachten Daan van Braak, Evert Florijn, Jorian Eijkelboom, broer Frank en ik een paar dagen door op Schiermonnikoog. Schiermonnikoog zelf bracht ons ‘slechts’ een fraaie Fluiter. De heen- en terugweg waren stiekem veel onderhoudender dan Schiermonnikoog zelf. Op de heenweg zag Evert in het Lauwersmeergebied, net buiten het dorp Anjum, namelijk ineens een Bonte Kraai lopen naast de auto. De terugweg was nóg leuker en verliep via de Eemshaven. Net buiten het Lauwersmeer, bij Vierhuizen, pikte Frank vanuit de auto een Zwarte Ooievaar op. In de Eemshaven was de bekende handtamme Amerikaanse Goudplevier natuurlijk de absolute blikvanger. Ik blijf het geweldig vinden om zeldzaamheden op zéér korte afstand te kunnen bewonderen…. Terwijl we buitendijks naar deze dwaalgast stonden te kijken, begon er binnendijks ineens een Graszanger te zingen. Erg leuk, en zeker voor de provincie Groningen. Tijdens de zoektocht naar de Graszanger joegen we een Kwartel op en zagen we een Gele luzernevlinder. Dat smaakte naar meer (zie oktober…). Door de grote afstand tussen de Eemshaven en Woerden stopten we tijdens de terugrit tweemaal: bij de Oostvaardersplassen (Zwarte Ibis, Vis- en Zeearend) en Eemnes (Roodpootvalk).
Bonte Kraai – Hooded Crow
Zwarte Ooievaar – Black Stork
Amerikaanse Goudplevier – American Golden Plover
Amerikaanse Goudplevier – American Golden Plover
Gele luzernevlinder – Pale Clouded Yellow
Roodpootvalk – Red-footed Falcon
Half september bezochten we opnieuw de Oostvaardersplassen, ditmaal vanwege een vermeende Grijze Strandloper. We zagen de bewuste vogel, bovendien waren de Oostvaardersplassen verder goed voor een adulte en juveniele Witvleugelstern en opnieuw veel Zeearenden. Een paar dagen bleek het echter toch om een Kleine Strandloperte gaan en niet om een Grijze. Jammer, want nu hebben wij nog steeds geen Grijze Strandloper in Nederland (of de wereld). Drie bezoekjes aan de Maasvlakte in drie dagen tijd waren goed voor respectievelijk een handtamme Vos, Noordse Pijlstormvogel en 3 Vaal Stormvogeltjes en opnieuw een Noordse Pijlstormvogel. Tussendoor zag ik een Kwak in Alphen aan den Rijn.
Het laatste weekend van september brachten we op Texel door, en dat bleek achteraf een zeer goede keuze. Op het Renvogelveld foerageerde een Grauwe Franjepoot en over zee vloog een IJseend. Terwijl wij in de Mandenvallei aan het bikkelen waren, kwam de melding van een Kleine Kokmeeuw binnen tijdens een pelagic vanuit Den Helder, georganiseerd door Dagje in de Natuur. Gezien de relatief korte afstand tot het eiland hoopten Frank, mijn vader en ik de vogel ergens op de zuidpunt van Texel terug te vinden. Op de eerste locatie (veerhaven) was het direct raak: na een paar minuten van veel Kokmeeuwen afscannen, vloog daar ineens de adulte Kleine Kokmeeuw! Voor ons allen betrof het een nieuwe soort, en dat op ons geliefde Texel. De vogel zou ongeveer 6 weken blijven hangen en afwisselend het Marsdiep, de veerhaven van Den Helder en de veerhaven van Texel aandoen.
Kwak – Black-crowned Night Heron
Vos – Red Fox
Kleine Kokmeeuw – Bonaparte’s Gull
Kleine Kokmeeuw – Bonaparte’s Gull
Oktober Oktober was zeer succesvol, ondanks dat ik deze maand geen nieuwe soorten zag. Het begon met het weekend van 10-12 oktober, op (wederom) Texel. De Brileider was de dagen ervoor weer teruggevonden en liet van zeer dichtbij zien. We zagen opnieuw de Kleine Kokmeeuw. Ook leuk was een ter plaatse Grote Pieper op de dijk aan de noordkant van de Mokbaai. De dagen erna zaten Daan van Braak, Frank en ik in de Eemshaven. Zoals ik al bij september aangaf, die ene middag in de Eemshaven smaakte naar meer en nu zaten we er maar liefst drie dagen. Het stelde echter enigszins teleur, met als resultaat ‘slechts’ 2 Bladkoningen en een overvliegende Grote Pieper.
Vervolgens werd het weer tijd voor Texel. We verbleven er tijdens het DB-weekend en de week erna (16-26 oktober). In Alphen aan den Rijn, waar ik Frank ophaalde, vlogen 2 Kroeskoppelikanen recht over de auto (…). Mogelijk was dit een teken, want het DB-weekend zal de boeken ingegaan zijn als het meest succesvolle DB-weekend ooit. Er werden voldoende subzeldzaamheden gevonden, waarvan ik o.a. een Rosse & Grauwe Franjepoot, Bladkoningen, 2 waarschijnlijke Siberische Braamsluipers en Dwerggors zag. De absolute klapper was de Giervalk die op korte afstand een Houtduif zat te slopen. Een Steppeklapekster in de Slufter was landelijk gezien echter zeldzamer en had van mij de verrekijker mogen winnen. De longstayers Kleine Kokmeeuw en Brileider werden ook nog volop gezien, al lieten wij ze dit weekend even voor wat ze waren. Opvallend waren ook de Pimpelmezen die het eiland overspoelden, er moeten er letterlijk 10.000-en geweest zijn. De week na het weekend was iets rustiger (dat kan ook bijna niet anders), maar waren wel goed voor mijn 1e Texelse Grijze Wouw (in de Muy), een fraaie Vale Gierzwaluw bij de vuurtoren en een zeer fraaie Vorkstaartmeeuw in de veerhaven (die af en toe samen in één beeld te zien was met de Kleine Kokmeeuw…).
Brileider – Spectacled Eider
Giervalk – Gyr Falcon
Vale Gierzwaluw – Pallid Swift
Vorkstaartmeeuw – Sabine’s Gull
November Het jaar 2025 zou ook de boeken ingaan als het jaar waarin Frank en ik voor het eerst een Deception Tours-weekend bezochten op Vlieland. Tijdens DT3 (31 oktober – 2 november) zaten we voor de verandering eens bij ‘de buren’. Er blijkt niets boven Texel te gaan, want het hoogtepunt van het weekend was een nachtvlinder… (Houtkleurige vlinder). Qua vogels kwamen we niet verder dan 2 Bladkoningen, een overvliegende Buidelmees, groepjes Kruisbekken (die een dag lang de boeken ingingen als Grote Kruisbekken), Zwarte Rotgans en een tweetal fraaie Kleine Jagers. Langs de zuidpier van IJmuiden zagen Frank en ik op een vrijdagochtend 2 Kuifaalscholvers, maar helaas geen Vorkstaartmeeuw (die er de dagen ervoor zat) of IJsduiker (die er enkele dagen later ontdekt werd en langere tijd zou blijven)…
Tijdens de Sinterklaasintocht waren we op Texel. Opnieuw zagen we de Brileider. In Den Burg zagen we ook onze eerste Taigaboomkruiper van het jaar. Eenmaal thuis leverde een rondje door Breeveld (Woerden) zowaar wat leuks op, in de vorm van een Siberische Tjiftjaf. Tot slot bezochten Frank en ik de Purperkoet aan het einde van de maand.
Taigaboomkruiper – Eurasian Treecreeper
Siberische Tjiftjaf – SIberian Chiffchaff
Purperkoet – Western Swamphen
December De laatste maand van het jaar bracht mijn 5e en laatste nieuwe soort van het jaar (na Pacifische Parelduiker, Brileider, Havikarend en Kleine Kokmeeuw). Op zaterdag 14 december lag ik nog in bed, toen Tim Schipper en Thomas Avila Lutke Schipholt op Texel een Maskergors vonden. Niet veel later zat ik in de auto naar Texel, maar in eerste instantie liep de twitch uit op een sof. De gors (waar een kleine influx van gaande was dit najaar) schitterde de rest van de dag namelijk door afwezigheid. Gelukkig waren Frank en ik in de gelegenheid om een nachtje op Texel te overnachten. En zo stonden we de volgende ochtend opnieuw langs de Pontweg. Het duurde even (hierdoor, en door de harde wind, hadden we de hoop al bijna opgegeven), maar tegen 10 uur begon de Maskergors ineens te roepen en zagen we hem uiteindelijk subliem in een stukje met riet en wilgenopslag (veel beter gezien dan onderstaande foto).
Texel was opnieuw goed voor de Brileider. Zoals wel vaker sinds de terugvondst in oktober zat de vogel op de kant, wellicht iets vaker dan zou moeten. Op 28 december raapte Ecomare de vogel verzwakt op en wordt gepoogd de vogel op te lappen. Hopelijk houdt ‘Brillie’ het vol in de opvang… De laatste dagen van het jaar waren ook zeer succesvol, met twee zeer leuke soorten in de regio (samen met Sneeuwgans mijn enige nieuwe regiosoorten dit jaar). Ten eerste konden Daan van Braak en ik de eerder gemelde Taigaboomkruiper herlokaliseren in het Reeuwijkse Hout. Het bleken er zelfs 2 te zijn! Op tweede kerstdag zien we een nog betere soort, want Frank ontdekte op Botshol een Kleine Topper, een soort die niet eerder in onze regio te zien was. De eend kon succesvol getwitcht worden door een handjevol mensen, maar was de dagen erna onvindbaar.
Op 22 december zag Sjoerd Bode een spannende boomkruiper in het Reeuwijkse Hout, met veel kenmerken van Taigaboomkruiper. De foto’s waren (m.i.) net niet goed genoeg voor een 100% zekere determinatie. Gezien de zeldzaamheid in de regio kon een uitgebreide zoektocht naar de vogel geen kwaad. En zo liepen Daan van Braak en ik rond het middaguur van woensdag de 24e in het Reeuwijkse Hout. Het was ijskoud en we kwamen veel Boomkruipers tegen, maar van de vermeende Taigaboomkruiper ontbrak ieder spoor. Na ruim een uur tevergeefs zoeken, besluiten we het iets noordelijker te proberen.
En daar is het al snel raak: tussen de vele Staartmezen en enkele Goudhanen zien we ineens een zeer lichte boomkruiper. De foto’s bevestigen ons vermoeden: dit is inderdaad een Taigaboomkruiper. We volgen de vogel, die zich langzaam maar zeker naar het zuiden beweegt. Hier zien we al snel twee boomkruipers op één en dezelfde boomstam lopen: het zijn allebei Taigaboomkruipers! Ze laten zich erg leuk zien, roepen regelmatig naar elkaar en zo nu en dan horen we zelfs wat zachte subzang. Diezelfde middag worden ze nog succesvol getwitcht door vogelaars die in de buurt wonen en ook de volgende dagen worden ze veelvuldig bezocht, waaronder opnieuw door mij (en broer Frank). Het gaat hier om de eerste goed gedocumenteerde Taigaboomkruipers in de regio.
Taigaboomkruiper – Eurasian Treecreeper
Taigaboomkruiper – Eurasian Treecreeper
Taigaboomkruiper – Eurasian Treecreeper
Op vrijdag 26 december (tweede kerstdag) maken Frank, mijn vader en ik een ganzenrondje door de noordkant van de regio. Zo rijden we langs de polders van Wilnis en Mijdrecht, voordat we de Proostdijerdwarsweg oprijden. Heel veel hebben we op dat moment nog niet gezien, op een aardige groep van circa 100 Toendrarietganzen na. We rijden ook even langs Botshol. Vroeger zat het hier vol met duikeenden (waaronder ook regelmatig Witoogeenden), maar de laatste jaren valt het hier eigenlijk altijd zwaar tegen. Nu zwemt er, tegen de verwachting in, wel een mooie groep Smienten.
Tussen de Smienten ziet Frank al gauw een eend die hem erg doet denken aan een Kleine Topper. De groep eenden laat zich lastig bekijken, zwemt snel de plas over en de kou maakt het ook niet makkelijk. Toch lukt het ons in het volgende uur om alle relevante kenmerken vast te stellen: dit is echt een Kleine Topper. De allereerste voor de regio ooit en pas de derde voor de provincie Utrecht. Gezien de afstand moeten Frank en ik onze beste digiscoop-skills tevoorschijn toveren, zie hieronder voor het resultaat. Ook leuk is de Roerdomp die op vrij korte afstand in het riet invalt.
Kleine Topper tussen de Smienten, een geen allerdaags gezicht – Lesser Scaup
Kleine Topper – Lesser Scaup
Kleine Topper – Lesser Scaup
Kleine Topper – Lesser Scaup (photo: Frank van der Meer)
Na dit grote succes vogelen we ontspannen door. Het levert twee ontsnapte vogelsoorten (vrouw Mandarijneend en twee Grijze Kroonkraanvogels), een adulte Kleine Zwaan en opnieuw wat Toendrarietganzen op. Geen slecht einde van een paar fantastische dagen in de regio.
Grijze Kroonkraanvogel – two escaped Grey Crowned Crane
Eind vorig jaar maakten Coen van Nieuwamerongen, Daan van Braak, broer Frank en ik vakantieplannen om aan het eind van de winter van 2024/25 een weekje weg te gaan. Aanvankelijk was het idee om richting de zon te gaan (Portugal / Spanje of de Canarische Eilanden). Toen eenmaal de optie Estland op tafel kwam, waren we allen vrij snel overtuigd. In dit land komen veel erg aansprekende vogel- én zoogdiersoorten voor die wij allen graag zouden willen zien. Flink geïnspireerd door de reis van Lennart Verheuvel, Jacob Molenaar en Arie-Willem van der Wal in het vroege voorjaar van 2024 (zie hier en hier) boekten we tijdens de voorbereiding 2 accommodaties: eentje rondom de Estse hoofdstad Tallinn en een op het eiland Saaremaa. Uiteindelijk viel de keuze op 24 februari t/m 3 maart. De vliegtickets werden geboekt en zo zaten wij vieren op maandagochtend 24 februari in het vliegtuig naar Tallinn.
Vlonder door hoogveengebied (foto: Frank van der Meer)Sneeuw in de bossen (foto: Frank van der Meer)
De eerste twee nachten verbleven we op Saaremaa, een eiland ongeveer ter grootte van Drenthe, in het uiterste westen van Estland. De specialiteit van dit eiland is de Stellers Eider. Buiten het uiterste noorden van Scandinavië is Saaremaa de enige plek in Europa waar deze soort in redelijke aantallen overwintert. Aan de noordkant van het eiland ligt een piertje waar de meeste waarnemingen gedaan worden, al wordt de soort ook af en toe elders op zee gezien. Aangezien we online zagen dat de vogels regelmatig op grotere afstand gezien worden, hadden we twee nachten geboekt op dit eiland. Hierdoor hadden we in theorie genoeg tijd voor een mooie waarneming van deze fraaie eenden. En dat laatste viel niet bepaald tegen! Direct tijdens onze eerste poging op dag 2 (dag 1 waren we de hele dag bezig met reizen) zwom een groep van 43 Stellers Eiders vlak naast de pier. De meeste tijd sliepen ze, maar regelmatig kwamen de mannetjes met de kop uit de veren om met elkaar te vechten en indruk te maken op de vrouwtjes. Ook op dag 3 zat de groep Stellers Eiders dichtbij, al was het wel mistig. Zie het filmpje hieronder in de mist van Frank.
Overzichtsfoto van de groep Stellers Eiders (foto: Frank van der Meer)
Maar Saaremaa heeft meer te bieden dan alleen de Stellers Eiders. Vanaf de plek van de Stellers Eiders zagen we meer soorten eenden: Zwarte Zee-eend, Brilduikers, 3 soorten zaagbekken en tientallen IJseenden, sommigen vrij fraai dichtbij. Langs de kusten zaten en vlogen Zeearenden rond. Op de open vlaktes zagen we daarnaast een Klapekster. In de bossen op het eiland zochten we tot slot naar o.a. Dwerguil, maar tevergeefs. De bossen waren (zeker in vergelijking met Nederland) vrij leeg, maar soms kwamen we leuke soorten tegen, zoals Taigaboomkruipers (Boomkruipers komen niet voor in Estland), Goudvinken, Appelvinken en Kruisbekken. Op één plek op het eiland kwamen we ook een groepje Grote Kruisbekken tegen. Een Notenkraker vloog al roepend over. Leuk waren 3 Pestvogels die vlak langs de weg in de bessenstruiken zaten. Qua zoogdieren zijn meerdere Edelherten het noemen waard. Ook waren we blij met de Eland die vlak langs de weg stond, een soort die Frank en ik niet eerder in levende lijve zagen.
Grote Kruisbek – Parrot Crossbill Pestvogel – Bohemian Waxwing (photo: Coen van Nieuwamerongen)
Na 2 nachten werd het woensdag tijd om Saaremaa te verlaten en richting Tallinn te gaan. Onderweg stopten we bij een mooi hoogveengebied dat omgeven was door oude bossen. Hier zagen we onze enige Hazelhoen van de trip. Voor ons allen betrof het een nieuwe soort; de 2e na de Stellers Eider. De rest van de week spendeerden we vooral in de bossen en bosranden van Nationaal Park Lahemaa, op een klein uurtje rijden van Tallinn. Hier komen namelijk 3 soorten hoenders, 8 soorten spechten en veel leuke uilensoorten voor (Dwerg-, Oeral- en Ruigpootuil). Te beginnen met de hoenders. Overdag zochten we in de uitgestrekte naaldbossen naar Auerhoenders. Dankzij de warmtekijker van Daan slaagden we in deze missie: op 2 verschillende locaties zagen we in totaal 4 vrouwtjes Auerhoenders. We vonden de vogels in heel typisch habitat: in oude uitgestrekte dennenbossen zonder ondergroei. Het eerste exemplaar zat op de grond, de anderen zaten in de bomen. Van de mannetjes ontbrak helaas elk spoor. De laatste hoendersoort van de trip is het Korhoen. Met de auto reden we tot onze verrassing langs een plek waar ineens 6 mannetjes bovenin de lage dennetjes zaten. Ondanks de mist lieten ze zich aardig bekijken in de telescoop. In Nederland hadden Frank en ik de soort zo’n 15 jaar geleden gezien op de Sallandse Heuvelrug, maar daarna hebben we het gebied expres links laten liggen vanwege de geherintroduceerde Zweedse vogels. Op andere dagen konden we de Korhoenders helaas niet meer terugvinden op deze plek, maar we blunderden toen wel tegen een groep van 44 Pestvogels aan die zich tegoed deden aan de bessen van de Gelderse rozen en Jeneverbessen.
vrouwtje Auerhoen – female Western Capercaillie
vrouwtje Auerhoen – female Western Capercaillie (phonescoop)
Korhoen – Black GrouseHazelhoen – Hazel Grouse (photo: Coen van Nieuwamerongen)Pestvogel – Bohemian Waxwing (photo: Coen van Nieuwamerongen)
Met spechten hadden we helaas minder geluk. Waarschijnlijk waren we te vroeg in het jaar, waardoor er nog geen zangactiviteit was. Onze vele pogingen voor Witrugspecht (onze grootste doelsoort onder de spechten) mislukten helaas allemaal. Ook Drieteen- en Grijskopspecht waren niet voor ons weggelegd. Wij moesten het ‘doen’ met enkele Grote Bonte Spechten, 1 Kleine Bonte Specht en 3 Zwarte Spechten. In de Estse bossen is het ´s winters erg stil, maar de soorten die je er tegenkomt, zijn over het algemeen wel leuk (voor de Nederlandse vogelaar). Zo kwamen we ook hier weer een Notenkraker tegen, die zich minutenlang (op afstand) leuk liet bewonderen in de top van een naaldboom. We besteedden ook aandacht aan de Boomklevers, omdat in Estland een andere ondersoort voorkomt (ondersoort europaea) dan in Nederland. Deze ondersoort is opvallend wit op de borst en buik, waar de ondersoort in Nederland daar oranje getint is. Een zelfde soort verhaal geldt voor de Staartmezen, aangezien in Estland de Witkopstaartmees voorkomt. We kwamen tweemaal een duo tegen, dat zich met geduld fraai liet bewonderen en fotograferen.
Boomklever – Eurasian Nuthatch ssp. europaea (photo: Coen van Nieuwamerongen)
Misschien wel de belangrijkste reden om naar Estland te gaan, waren niet de vogels (Stellers Eider, hoenders, etc), maar een zoogdier. NP Lahemaa schijnt namelijk een van de beste plekken van Europa te zijn om een Lynx te zien. Tijdens de voorbereiding zochten we naar informatie over deze vrij geheimzinnige kattensoort en benaderden we meerdere lokale gidsen, om zo de kans op het zien van een Lynx te vergroten. Helaas waren de Estse gidsen allemaal al bezet en dus zat er niks anders op dan zelf maar te gaan zoeken. Tijdens onze eerste nachtelijke poging kwamen we helaas ‘slechts’ een Ransuil tegen en beseften we eigenlijk pas hoe groot het nationale park is en hoe klein de kans was dat we zelf een Lynx zouden tegenkomen. Toch gebeurde er die nacht iets waardoor onze kansen voor de volgende nachten flink vergroot werden: we kwamen een andere Lynxenzoeker tegen (Mark Kaptein van Starling Reizen), die goed bekend is met het gebied, én met andere gidsen in het gebied. Dankzij Mark legden wij contact met een andere (Nederlandse!) gids met wie wij de volgende twee nachten op stap konden. Jillian Groeneveld, onze gids, gaf wel duidelijk aan dat twee nachten zeker geen garantie zijn om daadwerkelijk een Lynx te zien, zelfs ondanks de begeleiding van een gids die het gebied en de soort kent, maar het zou onze kansen uiteraard wel flink vergroten.
De tweede nacht reden we samen met Jillian kriskras rond door het nationale park. We stopten regelmatig omdat de warmtekijkers zoogdieren of vogels oppikten. Zo zagen we veel Reeën, veel Vossen (waaronder eentje die in de slag was met een groot bot), enkele Wasbeerhonden, een Sneeuwhaas, twee groepjes Patrijzen en als hoogtepunt ca. 5 Oeraluilen. Echter helaas opnieuw geen Lynx, ondanks de bijna 8 uur durende trip. De derde nacht (en tweede met gids) begonnen we wat vroeger op de avond en eindigden we ook wat eerder. We startten rond de avondschemering bij een bekende plek voor Dwerguilen en binnen korte tijd hadden we een prachtige, zingende Dwerguil in beeld! De vogel verplaatste zich langs de randen van een kapvlakte en vooral toen hij enige tijd bovenop een laag dennetje zat (ca. op ooghoogte en bijna beeldvullend in de telescoop), was hij geweldig te bewonderen! En alsof dat nog niet genoeg was, zagen we verderop en ca. een uurtje later onze eerste Lynxen! Het voelde echter wel als een anticlimax: we hadden de hele voorbereiding en de hele vakantie naar dit moment toe geleefd, maar uiteindelijk zagen we allen slechts drie seconden een schim van twee in de mist verdwijnende katachtigen. Van tevoren hadden we er iets meer van verwacht, maar hoewel het niet de waarneming was die we voor ogen hadden, was de soort voorlopig wel binnen en kon een vervolgwaarneming alleen nog maar beter worden. Helaas bleef het die nacht bij deze waarneming van de Lynx. De supporting cast bestond opnieuw uit Oeraluilen, Vossen, Wasbeerhonden en nieuw voor ons in dit gebied waren Houtsnip, Boommarter en Eland.
Vos met bot (van Ree?) – Red FoxVos – Red Fox (photo: Coen van Nieuwamerongen)
De volgende dag waren we weer op onszelf aangewezen. Aan het eind van de middag stonden we bij dezelfde Dwerguil van gisteren. Rond een uurtje of 5 willen we het gebied verlaten en beginnen aan de volgende avondronde. Net voor we het gebied willen uitrijden, gebeurt het: op zo’n 200m afstand zien Coen en Daan kort een groot beest de weg oversteken. Wat er in het volgende halfuur gebeurde, overtrof zelfs onze stoutste dromen: een Lynx die zich een halfuur lang fantastisch liet bewonderen, eerst kort op zo’n 50 meter afstand, daarna lange tijd op iets grotere afstand rustend op een boomstobbe. En dat ruim vóór zonsondergang en uitgebreid door de telescoop. Zelfs de gidsen kwamen op onze waarnemingen af en genoten ervan. De Ruigpootuil die we die avond ook nog horen én zelfs zien, was de kers op de (toch al verrukkelijke) taart.
Euraziatische Lynx – Eurasian Lynx
Euraziatische Lynx – Eurasian Lynx
Maandagochtend 3 maart zat onze vakantie er helaas alweer op. De Lynx was uiteraard het hoogtepunt voor iedereen en voor ons allen een nieuwe soort. Boommarter, Sneeuwhaas en Eland had ik ook nog nooit gezien. Qua vogels zag ik in totaal 3 nieuwe soorten: Stellers Eider, Hazelhoen en Auerhoen. Ruigpootuil had ik wel eens gehoord in Nederland, maar nog nooit gezien. Voor sommigen van ons gezelschap waren Korhoen, Oeraluil en Dwerguil nieuw.