Op nummer 4 staat een plaats die als veenkolonie begon. Een soort Stadskanaal dus, maar dan in Zuid-Holland.
De plaats is ook bekend omdat tal van Oranjes er niet levend uit zijn gekomen. Voorvader Willem van Oranje werd er doodgeschoten en vervolgens werden zijn nakomelingen er begraven. Het wachten is nu op Prinses Beatrix.
De plaatselijke gids zegt steevast: “In this church they have buried the oranges.” Sommige toeristen fronsen dan hun wenkbrauwen. Sinaasappels die in een kerk worden begraven…. Rare jongens, die Hollanders!
In tegenstelling tot andere Hollandse steden heeft deze plaats een opvallend hoge toren: bijna 109 meter. Een tweede toren is 75 meter hoog, dus ook niet gering. De hoogste toren hoort bij de Nieuwe Kerk, de tweede toren bij de Oude Kerk. Beide kerken zijn vele eeuwen oud, met de bouw van de Nieuwe Kerk werd in 1396 begonnen. Die is dus ook wel erg oud. Misschien moet de ene kerk de Heel Erg Oude Kerk worden genoemd, en de tweede kerk de Oude Kerk.
We hebben het nu over onze woonplaats Delft, dus ik ben allerminst objectief. In vroeger jaren zag ik de stad alleen vanuit de trein, een stopover was er niet bij, ik moest naar mijn moeder. Eén keer zijn we hier op de terugweg uitgestapt. Ik weet nog dat ik onder de indruk was van het grote plein tussen het (oude) stadhuis en de Nieuwe Kerk. Dat is alvast iets wat Delft bijzonder maakt. Het is ook een oude stad, af en toe een openluchtmuseum, met maar liefst 1500 historische monumenten.
In de gemeenteraad van Delft zijn GroenLinks/PvdA en D'66 de grootste fracties, gevolgd door de partij STIP (Studenten Techniek in Politiek). Zeven fracties kregen 1 zetel toegemeten, dus dat levert lange raadsvergaderingen op. Ze worden geleid door Alexander Pechtold, die hier nieuw aan is komen waaien na het vertrek van de zeer geliefde en toehankelijke Marja van Bijsterveld.
Beroemde Delftenaren uit de geschiedenis zijn de schilders Johannes Vermeer (‘Het meisje met de Parel’ en ‘Zicht op Delft’), Pieter de Hoogh (huiselijke taferelen) en Johan Fabritius (‘het Puttertje). Daarnaast zijn rechtsgeleerde Hugo de Groot en de vader van de microbiologie Antony van Leeuwenhoek buiten de stadsgrenzen bekend geworden. In de 20e eeuw is Nico Haak bekend geworden (‘Nico Haak en de Paniekzaaiers’) dus het niveau daalt wel.

Delft is één van de snelstgroeiende steden van Nederland. En dat terwijl de bebouwing overal de stadsgrenzen heeft bereikt. De groei is vooral te danken aan de zgn ‘inbreiding’: bouwen op lege plekken binnen de bebouwde kom. De grootste inbreiding vond plaats rond het oude spoortracé. Dat ging in het kader van het ‘Delft onderspitten’ ondergronds en bovengronds zijn 1500 woningen gebouwd. Momenteel telt Delft ruim 110.000 inwoners. De bevolking is minder vergrijsd dan in veel andere gemeenten. Dat is grotendeels te danken aan de Technische Universiteit en aan de Haagse Hogeschool met samen ruim 30.000 studenten. Meer dan 60% van de inwoners is alleengaand, dat zal ook met die studerenden te maken hebben. Die zijn nog op zoek.
Delft heeft geen landelijk bekende 'snoeperij', maar kent wel tal van lokale traktaties. Zo staat er 's zomers een lange rij wachtenden voor ijssalon de Lelie, vanwege de 'Delftenaar', een ijsvariant met chocolade, maar niet op zondag. Voor liefhebbers van bier is er het bier van de Koperen Kat. Ik nuttig geen alcohol, dus met bier heb ik geen enkele ervaring.
Vanwege de krapte in de ruimte gaat Delft vooral de lucht in. Minder dan 1% van de huizen is vrijstaand, bijna 70% is appartement. Twee nieuwe flatgebouwen zijn hoger dan de toren van de Oude Kerk. Er moeten nog 15.000 huizen bij worden gebouwd, dat kan alleen door de ruimte efficiënter te gebruiken. Zo worden er bij station Delft Campus gebouwen uit de jaren ’70 afgebroken om plaats te maken voor 1500 nieuwe woningen.
Met 1300 fietsen die in 2026 onvrijwillig van eigenaar verwisselden staat Delft erg hoog op de ranglijst van fietsendiefstallen (gemeten naar het aantal inwoners). Onduidelijk is of deze diefstallen te maken hebben met studenten die als gevolg van overmatig drankgebruik zijn vergeten hun fiets op slot te zetten. Uit de grachten worden jaarlijks honderden fietsen opgevist. Tegenover deze fietsellende staan de drie fietsenstallingen onder station Delft: gratis en goed voor ruim 4000 parkeerplekken. En toch staan de stallingen regelmatig vol. Delft is dan ook een echte fietsstad. De fietsen met blauwe voorbanden zijn huurfietsen.
Het station van Delft ging 10 jaar geleden ondergronds. Het station werd gecombineerd met het stadhuis. Het was zo’n duur en prestigieus project dat de gemeente er bijna aan failliet ging. Naast het station staat ook al zo’n project inmiddels meer dan vijf jaar in aanbouw. Soms grijpen projectontwikkelaars te hoog.
Elke vijf minuten stopt er in beide richtingen een trein op het ondergrondse station van Delft. Het zijn de Intercity's zuidwaarts met als eindpunt Rotterdam, Dordrecht, Eindhoven en Vlissingen en de Intercity's noordwaarts naar Den Haag Centraal, Amsterdam-Centraal, Arnhem Centraal en vreemd genoeg naar Venlo. Die laatste trein maakt een grote omweg. Voor wie langzamer wil rijden zijn er de Sprinters naar Dordrecht en naar Den Haag Centraal. Daarnaast kun je met tram 1 naar Scheveningen en met tram 19 naar Leidschendam. Met zoveel OV is een auto voor de meeste mensen overbodige luxe.


Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.