De mooiste steden van Nederland (5)

Op nummer 4 staat een plaats die als veenkolonie begon. Een soort Stadskanaal dus, maar dan in Zuid-Holland. 

De plaats is ook bekend omdat tal van Oranjes er niet levend uit zijn gekomen. Voorvader Willem van Oranje werd er doodgeschoten en vervolgens werden zijn nakomelingen er begraven. Het wachten is nu op Prinses Beatrix.

De plaatselijke gids zegt steevast: “In this church they have buried the oranges.” Sommige toeristen fronsen dan hun wenkbrauwen. Sinaasappels die in een kerk worden begraven…. Rare jongens, die Hollanders!

In tegenstelling tot andere Hollandse steden heeft deze plaats een opvallend hoge toren: bijna 109 meter. Een tweede toren is 75 meter hoog, dus ook niet gering. De hoogste toren hoort bij de Nieuwe Kerk, de tweede toren bij de Oude Kerk. Beide kerken zijn vele eeuwen oud, met de bouw van de Nieuwe Kerk werd in 1396 begonnen. Die is dus ook wel erg oud. Misschien moet de ene kerk de Heel Erg Oude Kerk worden genoemd, en de tweede kerk de Oude Kerk.

We hebben het nu over onze woonplaats Delft, dus ik ben allerminst objectief. In vroeger jaren zag ik de stad alleen vanuit de trein, een stopover was er niet bij, ik moest naar mijn moeder. Eén keer zijn we hier op de terugweg uitgestapt. Ik weet nog dat ik onder de indruk was van het grote plein tussen het (oude) stadhuis en de Nieuwe Kerk. Dat is alvast iets wat Delft bijzonder maakt. Het is ook een oude stad, af en toe een openluchtmuseum, met maar liefst 1500 historische monumenten.

In de gemeenteraad van Delft zijn GroenLinks/PvdA en D'66 de grootste fracties, gevolgd door de partij STIP (Studenten Techniek in Politiek). Zeven fracties kregen 1 zetel toegemeten, dus dat levert lange raadsvergaderingen op. Ze worden geleid door Alexander Pechtold, die hier nieuw aan is komen waaien na het vertrek van de zeer geliefde en toehankelijke Marja van Bijsterveld. 

Beroemde Delftenaren uit de geschiedenis zijn de schilders Johannes Vermeer (‘Het meisje met de Parel’ en ‘Zicht op Delft’), Pieter de Hoogh (huiselijke taferelen) en Johan Fabritius (‘het Puttertje). Daarnaast zijn rechtsgeleerde Hugo de Groot en de vader van de microbiologie Antony van Leeuwenhoek buiten de stadsgrenzen bekend geworden. In de 20e eeuw is Nico Haak bekend geworden (‘Nico Haak en de Paniekzaaiers’) dus het niveau daalt wel.

Delft: de Markt en de toren van de Nieuwe Kerk

Delft is één van de snelstgroeiende steden van Nederland. En dat terwijl de bebouwing overal de stadsgrenzen heeft bereikt. De groei is vooral te danken aan de zgn ‘inbreiding’: bouwen op lege plekken binnen de bebouwde kom. De grootste inbreiding vond plaats rond het oude spoortracé. Dat ging in het kader van het ‘Delft onderspitten’ ondergronds en bovengronds zijn 1500 woningen gebouwd. Momenteel telt Delft ruim 110.000 inwoners. De bevolking is minder vergrijsd dan in veel andere gemeenten. Dat is grotendeels te danken aan de Technische Universiteit en aan de Haagse Hogeschool met samen ruim 30.000 studenten. Meer dan 60% van de inwoners is alleengaand, dat zal ook met die studerenden te maken hebben. Die zijn nog op zoek.

Delft heeft geen landelijk bekende 'snoeperij', maar kent wel tal van lokale traktaties. Zo staat er 's zomers een lange rij wachtenden voor ijssalon de Lelie, vanwege de 'Delftenaar', een ijsvariant met chocolade, maar niet op zondag. Voor liefhebbers van bier is er het bier van de Koperen Kat. Ik nuttig geen alcohol, dus met bier heb ik geen enkele ervaring. 

Vanwege de krapte in de ruimte gaat Delft vooral de lucht in. Minder dan 1% van de huizen is vrijstaand, bijna 70% is appartement. Twee nieuwe flatgebouwen zijn hoger dan de toren van de Oude Kerk. Er moeten nog 15.000 huizen bij worden gebouwd, dat kan alleen door de ruimte efficiënter te gebruiken. Zo worden er bij station Delft Campus gebouwen uit de jaren ’70 afgebroken om plaats te maken voor 1500 nieuwe woningen.

Met 1300 fietsen die in 2026 onvrijwillig van eigenaar verwisselden staat Delft erg hoog op de ranglijst van fietsendiefstallen (gemeten naar het aantal inwoners). Onduidelijk is of deze diefstallen te maken hebben met studenten die als gevolg van overmatig drankgebruik zijn vergeten hun fiets op slot te zetten. Uit de grachten worden jaarlijks honderden fietsen opgevist. Tegenover deze fietsellende staan de drie fietsenstallingen onder station Delft: gratis en goed voor ruim 4000 parkeerplekken. En toch staan de stallingen regelmatig vol. Delft is dan ook een echte fietsstad. De fietsen met blauwe voorbanden zijn huurfietsen. 

Het station van Delft ging 10 jaar geleden ondergronds. Het station werd gecombineerd met het stadhuis. Het was zo’n duur en prestigieus project dat de gemeente er bijna aan failliet ging. Naast het station staat ook al zo’n project inmiddels meer dan vijf jaar in aanbouw. Soms grijpen projectontwikkelaars te hoog.

Elke vijf minuten stopt er in beide richtingen een trein op het ondergrondse station van Delft. Het zijn de Intercity's zuidwaarts met als eindpunt Rotterdam, Dordrecht, Eindhoven en Vlissingen en de Intercity's noordwaarts naar Den Haag Centraal, Amsterdam-Centraal, Arnhem Centraal en vreemd genoeg naar Venlo. Die laatste trein maakt een grote omweg. Voor wie langzamer wil rijden zijn er de Sprinters naar Dordrecht en naar Den Haag Centraal. Daarnaast kun je met tram 1 naar Scheveningen en met tram 19 naar Leidschendam. Met zoveel OV is een auto voor de meeste mensen overbodige luxe. 

Het life review

Herinneringen ophalen kan werken als een vorm van therapie. Eén van de vormen waarin dat semi-gestructureerd kan gebeuren is het life-review.

In mijn contacten met ouderen hoorde ik regelmatig verhalen die voor de kinderen en kleinkinderen helemaal onbekend waren. Het ging nogal eens over trauma’s die diep weggestopt waren en die in de hoge ouderdom alsnog naar boven kwamen. Een situatie in de oorlog, een overleden kind (broer en zus wisten daar niets van) of zelfs iets triviaals (een keer in de broek poepen op school).

Life review en welbevinden

Barbara Haight, een Noordierse psychologe, deed onderzoek naar het effect van life-reviews op het welbevinden van dementerende ouderen (2006). Het bleek dat ouderen naar het voeren van gesprekken door middel van een life-review (gemiddeld!) minder vaak depressief waren, beter communiceerden,  vaker een opgewekte stemming lieten zien en dat zelfs de cognitie verbeterde. Oftewel: pillen kunnen helpen, maar praten helpt ook en soms zelfs beter.

Om er een visueel voorbeeld bij te halen: denk aan een borduurwerk. aan de voorkant is het beeld duidelijk. Maar wat als je alleen de achterkant hebt gezien? Dan zie je losse draadjes die weinig met elkaar verbonden zijn. Je krijgt er geen beeld bij. Zo ziet het geheugen van ouderen er ook uit: het zijn losse fragmenten die op elk moment op kunnen ploppen. Bij een life review draai je het borduurwerk langzaam om en zo krijgen al die losse draadjes van het leven (weer) een verbinding met elkaar. 

De fasen van Erikson

De Amerikaanse psychiater Robert Butler (zijn voorvaderen werkten vermoedelijk in een restaurant) was de eerste die het life review op de kaart zette. Hij is overigens vooral bekend geworden door zijn strijd voor de rechten van ouderen. Volgens hem heeft de Amerikaanse samenleving niet alleen racistische trekken, maar ook ouderen worden als minderwaardig gezien (hij introduceerde de term ‘ageism’).

Butler baseert zijn theorie op de levensfase die door Erikson zijn beschreven. In elke fase hebben mensen een specifieke psychologische opdracht. Bijvoorbeeld: in de peutertijd moet het kind los komen van zijn ouders, tot een eigen ‘ik’ gaan komen. Als dat niet lukt ontwikkelen zich overmatig veel schaamte en twijfel en een chronisch gevoel van emotionele afhankelijkheid. Mijn stelling is dat stagnatie in één van de ontwikkelingsfasen de ouderdom en zelfs de dementie kleurt.

In de laatste fase die Erikson aanvankelijk beschreef (later kwam er nog een fase bij) is de levenstaak: het komen tot integriteit. “Ik kan mijn leven beschouwen als zinvol, samenhangend en waarde(n)vol”. In dat verband heeft Barbara Haight ook geschreven over de rol van de levensbeschouwing om te komen tot integratie.

Life review therapie

Een life review is meer dan ‘alleen’ herinneringen ophalen. Dat is nuttig en zinvol. Denk maar eens aan de rol van het doorkijken van fotoboeken met een oudere. Een life-review gaat dieper: het is vooral hard werken om verbanden te kunnen zien. Ik ben er niet voor opgeleid en kan zo’n life-review dus ook niet organiseren.

Life review therapie is een interventie die vanuit kennis in de gerontologie specifiek voor ouderen ontwikkeld is, vooral voor ouderen met depressieve klachten. De therapie omvat drie elementen:

(1) autobiografische expressie (het ophalen en delen van met name specifieke positieve herinneringen, dus het gaat speciaal om trauma’s),

(2) autobiografische reflectie (het geven van betekenis aan de herinneringen voor eigen persoon en leven, waarbij ook moeilijke ervaringen een plek krijgen), en

(3) autobiografische integratie (het vinden van eenheid en richting door de lijn van de levensloop heen). 

Hoewel een life-review positieve effecten heeft op het welbevinden van de persoon vervangen die gevolgen ook weer. Dat heeft mede te maken met het verminderd vasthouden van ervaringen. Zo'n life review heeft dus vooral zin als het af en toe herhaald wordt. 

Vijf wetmatigheden rond het geheugen

Zijn er kenmerken van het zgn autobiografische geheugen die volgens een bepaald patroon verlopen? Douwe Draaisma benoemt vijf wetmatigheden:

Ons geheugen kan niet goed overweg met het alledaagse. Iets wat elke dag gebeurt vergeten we. Als er op een dag niets bijzonders is gebeurd hebben we het gevoel dat we niets hebben meegemaakt. De uitzonderingen onthouden we wél. Wat gebeurde er in 2001? Je hebt geen idee. wat gebeurde er op 10 september 2001? Ook geen idee. En wat was 11 september 2001 voor een dag? Die dag vergeten volwassenen nooit meer. Terwijl ik op dat moment ook nog eens onder narcose was, maar dat terzijde. Je onthoudt veel gemakkelijker wat bijzonder was, dan datgene wat alledaags is. 

Een scherpe herinnering staat in de tijd dichterbij. De tijd inschatten is een ingewikkeld fenomeen. Daar vergissen we ons heel snel mee. Bijzondere gebeurtenissen lijken voor ons gevoel vaak nog maar kort geleden. “Zo lang geleden al, het lijkt nog pas gisteren…”

Krenkingen worden in onuitwisbare inkt geschreven. Onlangs werd een groep 90-plussers geïnterviewd over hun jeugd. Ze hadden allemaal de oorlog meegemaakt. Die stond in hun geheugen gegrift. Maar ze wisten zich ook allemaal krenkingen uit hun jeugd te herinneren. In dat verband is de eerste autobiografie die in Nederland verscheen interessant: de hoofdpersoon Willem van den Hull weet aan het eind van zijn leven woordelijk tal van krenkingen uit zijn jeugd te kunnen citeren (al weet je natuurlijk nooit of het echt zo gezegd is). En die krenkingen leken ook nog maar van kort geleden. Dat komt omdat je aan krenkingen vaak in je denken herinnerd wordt: je beleeft ze meerdere malen in je leven. Dat geldt trouwens ook voor trauma’s. Een ongeluk herinner je je als de dag van gisteren, terwijl het misschien al 30 jaar geleden was.

Hoe ouder je wordt, des te dichter kom je bij je jeugd te staan (in de ouderenzorg is de reminiscentie – het bewust ophalen van herinneringen – op dit principe gebaseerd). Mensen die de zestig passeren beleven vaak opnieuw gebeurtenissen uit de periode tussen hun 15e en 25e jaar. Dat geldt des te sterker als je met pensioen gaat. Je ziet het ook bij de muziekkeuze: de zestigplussers van nu grijpen terug op de muziek van de sixties.

Het leven gaat sneller naarmate je ouder wordt. We maken minder nieuwe ervaringen mee en paradoxaal genoeg lijkt het daardoor of de tijd sneller gaat. En je hebt veel meer jaren achter je dan voor je. Voor een kind lijkt de basisschool eindeloos lang te duren, als ik er op mijn leeftijd op terug kijkging de tijd razendsnel voorbij. Veel ouderen zeggen dan ook dat de dagen veel te kort zijn. Oftewel: de tijd vliegt voorbij. Uren, dagen, maanden jaren vliegen als een schaduw heen.

Uit: Douwe Draaisma: Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt, een studie naar het autobiografische geheugen, eerste druk 2001. 

De mooiste steden van Nederland (4)

Na het hoge Noorden is het nu tijd voor het verre Zuiden. De Limburgse hoofdstad Maastricht staat op nummer 5. De stad telt 126.000 inwoners, waarvan ruim de helft ongehuwd en vrouw is. Waarom dat zo vermeld wordt weet ik niet, kennelijk is het een opvallend fenomeen.  

Het had niet veel gescheeld of Maastricht was geen Nederlandse stad geweest. In de Franse tijd was de stad onderdeel van het departement Nedermaas, waartoe ook de Belgische provincie Limburg behoorde evenals het gebied ten noordwesten van de Maas tot aan Luik. Het leek de Belgen gedurende de opstand van 1830 wel een aardig idee om Maastricht in te lijven. Men sprak er immers ook een soort Vlaams, de stad was Rooms-Katholiek en sterk vervuild. Allemaal Belgische kenmerken. Maar Maastricht werd in 1839 aan het Koninkrijk der Nederlanden toegewezen.

Deze keer geen kerken of pleinen, maar gewoon een straat in Maastricht

De mensen vragen mij wel eens: “Henk, kom jij wel eens in Maastricht?” Dat zal ik jullie zeggen: vroeger kwam ik er regelmatig, omdat ik de stad een mooi uitgangspunt vond voor grensoverschrijdend fietsverkeer. Ik heb er ook wel cursus gegeven. Tijdens de les spraken de cursisten redelijk Nederlands, maar in de pauzes verstond ik er geen klap van. Misschien waren het allemaal roddels over de docent, maar mijn naam was Haas en ik wist van niks.

Maastricht is een trekpleister voor mensen die van zoetigheid houden. Met België op een paar kilometer afstand is de chocolade altijd dichtbij, in de plaatselijke bakkerijen worden 'keukskes' gebakken, vaak gevuld met allerlei soorten chocolade en heel Limburg staat bekend om zijn Limburgse Vlaai. In Maastricht wordt zelfs 'de dag van de Vlaai' gehouden. Om dit alles onder controle te houden zijn er bijna 100 tandartsen gevestigd in de Limburgse hoofdstad. 

De laatste keer dat ik als gevolg van een fietstocht vanuit Leuven in Maastricht finishte was voor mij het Vrijthof onbereikbaar. Ik liep vast in de menigte en de dranghekken. Ik dacht dat ik in het carnaval beland was, maar het bleek dat André Rieu er een concert had georganiseerd. Tijdens het carnaval en als André Rieu hier is moet je hier als westerling niet wezen. Bovendien maak je op de fiets een extreem grote kans op een lekke band vanwege verspreid glaswerk.

Maastricht is een studentenstad. Weliswaar minder dan onze woonplaats Delft, maar er studeren toch wel 23.000 studenten, of ze doen alsof ze studeren. Maastricht heeft de meest internationale universiteit van Nederland, met maar liefst 60% internationale studenten. 

Mosa Trajectum – zoals de Romeinen zeiden – ligt in het dal van de Maas. De Sint Servaasbrug naar het stadsdeel Wijck (ze zeggen hier Wiek) geldt als de oudste brug van Nederland. Zo’n brug is niet bestand tegen autoverkeer: er mogen alleen voetgangers en fietsers over. Ook de stad zelf is oud met prachtige stegen en straatjes waar het slecht fietsen is (‘kinderhoofdjes’). Het Vrijthof is één van de mooiste stadspleinen in Nederland, maar ook de Grote Markt (met het stadhuis) mag er wezen. Het beste kun je Maastricht te voet en al dwalend verkennen: je valt van de ene verrassing in de andere. Soms ook letterlijk door de oneffen voetpaden.

Om Maastricht uit te komen in oostelijke danwel westelijke richting moet je je kuitspieren flink aanspannen: je moet in oostelijke richting 100 meter omhoog en in westelijke richting 50 meter. Dat lijkt niet veel, maar het is toch echt wel een klim. Naar het noorden toe kun je het dal van de Maas volgen en dan ben je grotendeels gelijkvloers. De mooiste manier om de stad te verlaten is in zuidelijke richting, onder langs de Sint Pietersberg met indrukwekkende rotsformaties. In het westen grenzen de buitenwijken aan België, in het zuiden ligt de grens op 12 kilometer afstand, waarbij je direct geacht wordt om Frans te spreken. Ik ben ook wel eens op een avond oostwaarts gefietst, toen belandde ik in Duitsland. Terug was het een hele trap in het donker.

Bij de verkiezingen voor de gemeenteraad in Maastricht kreeg D'66 de meeste stemmen, op de voet gevolgd door het CDA. De Senioren konden kiezen uit meerdere concurrerende partijen. Ruzies horen nu eenmaal bij senioren. Opvallend is het grote aantal kleine fracties, zoals zes partijen met één zetel. De gemeenteraad telt 39 leden die in bedwang worden gehouden door een goedlachse CDA-burgemeester. 

Ik vind Maastricht een mooie stad die zeker een bezoek waard is. De sfeer is er levendig en internationaal, misschien Bourgondisch. Bovendien stroomt er een rivier en dat maakt een stad meteen ook meer levendig. Het Apeldoorns Kanaal in Apeldoorn werkt niet als dusdanig. Wel vind ik de stad (in het centrum) overbevolkt. Ik fiets liever buitenom.

Met de trein kun je vanuit Maastricht met de NS een heel eind komen: er rijdt een rechtstreekse Intercity naar Alkmaar. Dan heb je het ook gehad met het Nederlandse spoor: de rest van de treinen valt onder de verantwoordelijkheid van Arriva. Daarmee kun je dan naar Kerkrade Centrum (niet aan te raden), Aken, Sittard of Luik. Aken en Luik vallen onder het project 'Drielandentrein'. 

Mindgames van narcisten (8)

Als je bij iemand het gevoel hebt dat je het toch nooit goed kunt doen, leg er bij die persoon dan eens de kenmerken van een narcist naast. 

Eén van de manieren waarmee narcistische mensen anderen onder controle houden is de ‘methode’ van een permanent bombardement aan kritiek. Bijna alle mensen worden daar onzeker van en narcistische mensen houden van onzekere mensen. Ze botsen met assertieve mensen, daar kunnen ze niet mee omgaan. Maar onzekere mensen zijn een gemakkelijke prooi.

Het kan ook zo zijn dat de narcist een valstrik op zet. Je hebt een afspraak met je leidinggevende en je verwacht dat je – zoals gebruikelijk – de wind van voren krijgt over alles wat je niet goed hebt gedaan. Maar in plaats daarvan blijkt de leidinggevende poeslief te zijn. Dat brengt je in verwarring omdat je dat helemaal niet had verwacht. Maar die verwarring is ook weer een manier om jou onder controle te houden.

Wat het psychologische mechanisme achter de constante kritiek betreft: hoe kan het dan kinderen oneindig loyaal zijn naar hun hardvochtige ouders? Hoe kan het dat mensen hun mishandelende partner trouw blijven? Daar zitten kenmerken in van het Stockholm-syndroom: je identificeren met de dader. Maar een ander element is dat je altijd blijft hopen dat het een keer over gaat. Op de één of andere manier speelt de narcist daar gemakkelijk op in.

Geen samenwerking

Zoals ik al eerder schreef kunnen narcistische mensen niet echt samenwerken. In sociaal-emotioneel opzicht hebben ze de trekken van een peuter die zichzelf als het centrum van de wereld ziet. In het samenspel zal de peuter geneigd zijn om een andere peuter te domineren. Maar meestal is er nog weinig samenspel: peuters spelen vooral naast elkaar in plaats van met elkaar.

De narcist is in deze fase blijven steken. Hij kan – zo op het oog – wel samenwerken, maar dat is alleen zo lang je voor hem nuttig bent.

Narcistische mensen hebben het liefst volgelingen die in de maat blijven lopen. Hoe meer volgelingen, des te beter voelt de narcist zich. Omgekeerd ervaren ‘onderdanige’ mensen ook niet zoveel problemen met een narcist. “Ik heb geen problemen met hem. Ik weet bij hem waar ik aan toe ben.”

Het wordt anders als je het in je onderdanige hoofd haalt om tegengas te geven. Dan voelt de narcist zich vaak beledigd of gekrenkt. “Ik heb je een goede beoordeling gegeven en nu flik je me dit!”

Mevrouw Damsma is leidinggevende van een team waar iedereen lief doet tegen elkaar. Feedback vindt nauwelijks plaats, want daar is het team te onveilig voor. Mevrouw Damsma is tevreden met de situatie. Ze vertelt in het collegiale overleg met andere leidinggevenden hoe soepel het allemaal verloopt op haar afdeling. Dan is er een medewerker die toch graag een paar zaken zou willen bespreken. Volgens haar kan het ook anders. Om voor zichzelf meer helder te krijgen wat er veranderd zou kunnen worden heeft ze met een collega van een andere afdeling gesproken. Dat komt mevrouw Damsma ter orde en ze valt woedend uit naar deze medewerker. Nu blijkt dat er andere teamleden zijn die deze uitbarsting te ver vinden gaan. Het gaat niet om de ideeën voor verandering, mevrouw Damsma zoekt de persoonlijke aanval op. De één verwijt ze dat ze altijd ziek is, de ander dat ze haar kinderen altijd voorrang geeft, een derde dat hij altijd te laat is en een vierde dat ze haar stukken nooit op tijd klaar heeft. Deze persoonlijke aanvallen komen uit het niets: ze zijn niet eerder besproken. 

Een rode vlag is in dit verband het gebruik van de bijwoorden ‘altijd’ en ‘nooit’: dan weet je dat je met een dysfunctionele relatie te maken hebt. Zoiets als : de trein komt altijd te laat”, terwijl duidelijk is dat 95% van de treinen op tijd rijdt en een paar andere een paar minuten te laat. De nuance ontbreekt dus.

Bij meer assertieve mensen binnen het team zal er al heel snel een machtsstrijd ontstaan. Het lukt de narcist niet om zonder weerstand te ‘shinen’. Dat roept al heel snel weerstand op.

Maarten schuwt inhoudelijke kritiek niet en spreekt zich uit wat volgens hem gewenst is. Voor zijn leidinggevende, Marloes, is dat bedreigend.  Ze ondermijnt hem regelmatig door zijn ideeën in vergaderingen af te wijzen, door scherpe kritiek te leveren, door plotseling over een ander onderwerp te beginnen, door hem onmogelijke opdrachten met te korte deadlines te geven en zelfs door de ideeën die Maarten heeft bedacht op haar naam te zetten. Ze is bezig met een uitputtingsslag en ze hoopt dat Maarten op termijn eieren voor zijn geld kiest.  

Freek in de supermarkt

Een prachtige sketch die de gevolgen van het ouder worden illustreert komt van Freek de Jonge. Ik had het ook kunnen zijn. We hebben beiden in de Zaanstreek gewoond en zijn beiden zoon van een dominee. 

De vrouw van Freek ligt in het ziekenhuis. Voor een man kan dat op zich al een grote ontregeling betekenen die niet aan het ouder worden hoeft te worden toegeschreven.

De vrouw van Freek wil graag sinaasappels en of hij die mee kan nemen tijdens zijn bezoek. Gedachtig aan deze wens gaat hij naar de plaatselijke supermarkt. Daar ziet hij de optie van het zelfscannen. Dat brengt hem op een idee. Nu hij toch bezig is, kan hij die zelfscanner wel eens uitproberen.

Bij de afdeling fruit & andere gezonde zaken valt hem op dat er een grote keuze is aan sinaasappels. Het leidt tot keuzestress. Hij pakt een net van twaalf en scant dat. Dan bedenkt hij: welke sinaasappels wil zijn vrouw in het ziekenhuis bezorgd zien? Hij belt zijn vrouw. Wil ze handsinaasappels of pers, wil ze mandarijnen of grote sinaasappels, wil ze een netje van zes of een net van twaalf? Ze wil een netje van zes. Zo lang is ze ook niet van plan om in het ziekenhuis te blijven. Freek gaat op zoek naar een netje van zes en legt die in het daartoe bestemde karretje dat hij voor 50 cent heeft aangeschaft bij de ingang van de winkel.

Daarna passeert hij allerlei verleidelijke broodjes en snoepwaren en ook zijn er lekkere brokjes voor de poes in de aanbieding. Uiteindelijk komt hij bij de kassa. Oh ja, de zelfscankassa. Het vraagt enige oefening voordat hij het systeem doorgrond heeft, maar uiteindelijk lukt het.

Dan meldt zich een daartoe bevoegde medewerker en ze zegt dat ze zijn boodschappen nog even wil controleren. Het betreft een steekproef en is geen gevolg van etnisch profileren. Vol vertrouwen laat hij toe dat mevrouw de aangekochte waren weer uit zijn tas haalt.

Dan blijkt dat hij er gekleurd op staat. Hij heeft een zak van zes sinaasappels niet afgerekend. Hij stamelt allerlei excuses dat het niet de bedoeling was, dat zijn vrouw in het ziekenhuis ligt en dat hij haar nog gebeld heeft en dat hij kennelijk in de verwarring die ontstaan is echt helemaal vergeten was om deze extra sinaasappels te scannen. Ter plekke ziet hij ook nog eens dat hij vergeten is het net van twaalf terug te leggen. Nu zit hij met achttien sinaasappels en een verdenking van fraude.

Terwijl Freek nog in gesprek is met de medewerker van de supermarkt klinkt er een stem door de winkel: “Telefoon voor de heer de Jonge”. Hij schrikt. “Dat ben ik!” Maar waar is zijn telefoon? Niet in zijn jaszak.

Uiteindelijk krijgt hij zijn telefoon terug van de medewerker van de afdeling groenten en fruit & andere gezonde zaken. De medewerker vertelt dat er een telefoon af ging tussen de sinaasappels en dat hij hem maar even had opgenomen. Het was een oud en begrijpelijk model zonder ingewikkelde plichtplegingen.

Wat leren we van deze les van Freek? Hoe meer ontregeling, des te meer je moet focussen. En hoe ouder je wordt: des te meer moet je niet meer proberen te multitasken, maar een ding tegelijk doen. Ouderen denken en handelen steeds meer serieel: na elkaar in plaats van tegelijk.

Ter aanvulling op dit verhaal: onlangs probeerde ik ook het verschijnsel zelfscanner uit. Een mens is nooit te oud om te leren. Bij de zelfscankassa kon ik nergens meer de scanner vinden. Hij lag niet tussen de sinaasappels. Ik besloot gewoon maar langs de traditionele kassa te gaan en netjes af te rekenen.

De volgende dag hoorde ik een zacht gepiep in mijn fietstas. Ik had geen idee wat het was. Na een blik in de fietstas zag ik iets oplichten. Het was de zelfscanner die meldde dat de batterij bijna leeg was...

Stichtelijke gestichtsherinneringen

Ik had niet voor een werkkamer in het hoofdgebouw gekozen, maar op één van de paviljoens, bij de bewoners. Daar moest ik uit, want ook die ruimte werd ingezet als slaapkamer voor een cliënt.

Gelukkig kwam er een optie aan de overkant vrij. Een ruime vergaderkamer waar ik aan toegevoegd werd als bureau met stoel. Mijn bureau en mijn stoel had ik al, maar voor de rest was de kamer leeg. Er was geen geld voor ‘vergader-meubilair’. Besprekingen werden daardoor minder ‘geconcentreerd’, vergaderen aan een tafel is effectiever.

In diezelfde tijd vertrok het hoofd van de verpleegdienst uit het hoofdgebouw naar elders, om precies te zijn: naar Hardenberg. Dat hoofd had altijd zijn zaakjes prima voor elkaar en alle toenmalige faciliteiten binnen handbereik, inclusief een eigen secretaresse met typdiploma die ook op gezette tijden de koffie kon verzorgen.

Het paviljoen waar ik naar toe verhuisde was een buitenbeentje. Zo werkten er alleen mannen. Dat vond ik ongewenst (te eenzijdig), maar vanwege de vele heftige incidenten was daarvoor gekozen. Ik kende ook wel een paar vrouwen die hun mannetje konden staan, maar die kwamen pas een paar jaar later.

Mannen bij elkaar, dat kan leiden tot een mach0-cultuur, maar soms ook tot oplossingen die buiten het boekje zijn. Zo bedacht één van de medewerkers dat de kamer van het hoofd verpleegdienst ‘personeel’ leeg stond, maar dat er wél meubilair stond. Op de één of andere manier wist vervolgens een andere medewerker de sleutel van de kamer ‘te lenen’. Maar hoe kreeg je die inventaris nu naar het paviljoen?

Weer een andere medewerker, thuis mijn achterbuurman trouwens, wist hoe hij de electrobusjes van de civiele dienst kon bedienen. Na afloop van de werkuren van de medewerkers van de technische dienst kaapte hij ’s avonds zo’n bus en reed voor bij het hoofdgebouw, waar iedereen als weg was. Ik had de sleutel van de voordeur, hij de sleutel van de kamer van het hoofd verpleegdienst.

We laadden met een paar man snel het meubilair in en laadden het weer uit op het paviljoen. Binnen een kwartier was de vergaderkamer ingericht.

De secretaresse van het hoofd verpleegdienst keek er niet vreemd van op dat het meubilair verdwenen was. Er gebeurden wel meer vreemde dingen op het Gesticht.

Een paar weken later leidde de directeur het aspirant hoofd van de verpleegdienst rond. Hij kreeg de vergaderkamer te zien. Die bleek leeg. Niemand wist waar het meubilair gebleven was. Maar nu bleek er wel geld te zijn voor vergader-meubilair.

Mindgames van narcisten (7)

Eén van de favoriete bezigheden van narcisten is het exploiteren van de slachtofferrol. "Ik zóveel voor jou gedaan. Ik stond altijd voor je klaar. En nu doe je mij dít aan!"

Bekend is in dit verband de zogenaamde Dramadriehoek (elders al beschreven). Dit is een psychologisch mechanisme dat kenmerkend is voor narcisme én voor borderline. De narcist is én slachtoffer én aanklager én redder.

Marieke zat flink in de problemen. Gelukkig kwam er een man in haar leven. Hij was ontzettend aardig, hielp haar met de schuldhulpverlening, knapte haar huis op én gaf ook nog eens veel cadeaus. De Redder. Inmiddels heeft Marieke weer een beetje haar leven op de rails. Daar kan haar vriend slecht mee omgaan. Als zij sterker wordt is hij de controle over haar kwijt. Nu treedt het tweede mechanisme in werking. Hij speelt de slachtofferrol. Door háár is hij ontzettend veel geld kwijt geraakt dan hij aan leukere dingen uit had kunnen geven. Die slachtofferrol gaat gemakkelijk over in de rol van Aanklager. Marieke had een gat in haar handen, ze gaf veel te veel uit en bovendien had ze veel te weinig tijd voor hem.

De slachtofferrol kan zich op allerlei terreinen manifesteren, ook indirect, via lichamelijke problemen. Het meest complex is de SOLK: de Somatisch Onverklaarbare Lichamelijke Klachten. Je mag het natuurlijk niet omdraaien: wie fysieke klachten heeft waar geen oorzaak voor is te vinden is daarmee niet een narcist. Maar deze klachten komen wel naar verhouding vaker voor bij mensen met ‘theatraal’ narcisme.

Tenslotte nog een voor mij nieuwe indeling van narcisme, die ik las bij psycholoog Niels Barends:

  • De kwaadaardige narcist – Deze personen missen empathie en gedijen op macht, controle en intimidatie. Ze vertonen agressie, een gevoel van superioriteit en dominantie. Voorbeeld: Een baas die werknemers kleineert tijdens vergaderingen, de eer opstrijkt voor andermans werk en iedereen straft die zijn autoriteit in twijfel trekt.
  • De fragiele narcist – Gebruikt grootheidswaan als een verdedigingsmechanisme tegen onzekerheid, angst en gevoelens van tekortschieten. Voorbeeld: Een partner die voortdurend bevestiging nodig heeft, maar passief-agressief reageert als je zijn of haar tekortkomingen benoemt.
  • De hoogfunctionerende narcist – Deze personen gebruiken hun narcistische eigenschappen om succes te behalen, maar missen nog steeds oprechte empathie. Voorbeeld: Een CEO die gedijt op erkenning en macht, maar persoonlijke relaties verwaarloost.
Met narcisten is het net zo als met narcissen. Ze beginnen aardig en mooi, maar na een tijdje gaan ze stinken. Maar er zijn ook heel verschillende narcissen. In één voorjaar plukte ik 18 soorten bij elkaar. Zo bestaat er ook een heel spectrum aan narcistische stoornissen.

Mindgames van narcisten (6)

Als je narcisme wilt begrijpen moet je één principe vooral in de gaten houden. Narcisten willen de controle over andere mensen. Ze zijn niet echt in staat om samen te werken.

Peuters zien zichzelf als centrum van de wereld. Andere kinderen worden wel toegestaan, maar echt samenspel is nog te moeilijk. Peuters spelen vooral naast elkaar. Pas later ontstaat het vermogen om samen te spelen en samen te werken. Dat merk je o.a. aan het ‘zogenaamd’-spel. Dan was ik zogenaamd de moeder.

Narcisten willen graag in de buurt van anderen zijn, maar die anderen vormen het decor waarbinnen de narcist kan ‘shinen’. Dat geldt vooral voor de ‘overt’ narcist. De narcist praat honderd uit, liefst met een harde stem en de anderen vormen zijn publiek. Op een terras of tijdens een verjaardag pik je ze er meestal gemakkelijk uit. Je kunt ook zeggen: ‘anderen zijn de leverancier voor het welbevinden van de narcist’.

Ik was tientallen keren door de woonplaats van de heer X gefietst. Op een verjaardag hoorde hij dat ik fietste en hij ging uitgebreid vertellen waar ik moest fietsen en hoe hij altijd fietste en waar hij allemaal geweest was. Daar was ik bijna allemaal al geweest en bovendien ben ik zo eigenwijs dat ik mijn eigen weg zoek, maar dat hoorde hij niet eens. Hij stelde ook geen enkele vraag. Ik was er gewoon om zijn adviezen aan te horen.

Altijd als (meestal) vrouwen vertellen over hun relatie met een narcistische man hoor je hetzelfde verhaal. Hij begon ontzettend aardig, was enorm begripvol (‘eindelijk iemand bij wie ik me op mijn gemak voelde’). Een bijbehorende werkwijze is de ‘love bombing’. De vriendin wordt overladen met kado’s. Geen kleine kadootjes, maar zó groot dat je je afvraagt ‘waar doet hij het van’?

Als je van je nieuwe vriend binnen een week een bos bloemen krijgt die in geen enkele vaas past is dat een rode vlag voor onderliggend narcisme.

Verbale of fysieke klappen

Tot zover lijkt er weinig aan de hand. Het wordt wél een probleem als je een eigen mening hebt of krijgt. De narcist is de controle kwijt. Het betekent dat je een bedreiging voor hem wordt.

Daar kan de narcist op twee manieren op reageren:

óf hij wordt woedend, want je bent opeens een rivaal.

óf je bent (hem) ondankbaar en een waardeloze slet, een hoer of nog meer varianten. en van hun ego, kunnen ze je als een bedreiging zien.

In veel gevallen leidt de aanvankelijke verbale agressie ook tot fysieke agressie. Loop je bij hem weg, dan treedt vaak het stalking-mechanisme in werking. En een echtscheiding verwordt tot een vechtscheiding. Het is dan maar te hopen dat er geen kinderen in het spel zijn, want zij vormen de belangrijkste troef voor de narcist.

Een variant is dat de narcist net doet of er niets aan de hand is. “Voor jou tien anderen”. Sommige narcisten hebben alvast een tweede partner achter de hand voor het geval dat… want zonder publiek is het leven niet leuk.

Daarmee kom ik op een andere mindgame van narcisten uit: ze houden zich vaak van den domme. Om Mark Rutte te citeren: “Ze hebben er geen actieve herinnering aan”.

De man die zijn partner mishandelde zal dat bagatelliseren, het was maar een klein tikje, óf de ander begon óf hij kan het zich absoluut niet herinneren. En de foto’s van fysieke schade kunnen tegenwoordig natuurlijk allemaal door AI zijn gemaakt.

De narcistische directeur, geconfronteerd door zijn Raad van Bestuur met een beleidsmatige kronkel, zal zeggen dat hij nergens van wist en dat zijn 'ondergeschikten' verzuimd hebben om hem te informeren. Dat kan hij blijven volhouden, ook als de betreffende stukken aantoonbaar naar hem zijn toegestuurd. 

De mooiste steden (3)

Na Dordrecht, Zwolle, Deventer en Den Bosch is het nu tijd voor nummer 6. Dat is de stad Groningen. 

Er zijn nogal wat westerlingen die naar Groningen verhuizen. In plaats van dat ze naar het ruime Groningse platteland verhuizen strijken ze bijna allemaal neer in ‘Stad’. Kennelijk biedt een stad meer dan het platteland. De huizenprijzen lijken er ook meer op die van de Randstad, dus dan voel je je eerder thuis.

Als je met de trein in Groningen aankomt moet je niet via de zijuitgang het spoor verlaten, maar door de stationshal. Deze spoorwegkathedraal is echt één van de mooiste van Nederland. Het schijnt zelfs dat er bezoekers zijn die de rest van de dag in de hal blijven zitten en helemaal de stad niet in gaan.

Rondom de oude stad liggen singels met statige herenhuizen. In de binnenstad vind je oudere geschiedenis. Maar loop niet door de Heerestraat, die is totaal ‘verblokkerd’ en net zo lelijk als de Kalverstraat.

De lokale traktaties zijn de eierbal (naast de kroket uit een automaat in de binnenstad) ende Grunneger Kouke (Groningse koek), vooral lekker met roomboter. 

De meest markante toren is uiteraard de Martinitoren (spreek uit: ‘Martin’tor’n, het Gronings is een efficiënte taal). Hij wordt ook wel liefkozend D’n Olle Grieze genoemd (‘de oude grijze’). Groningers beweren dat het qua hoogte de tweede toor’n van Nederland is, maar dat is opschepperij. Maar hij torent met zijn 90 meter wel boven de stad uit. De toren heeft wel concurrentie gekregen van Forum Groningen, een indrukwekkend architectonisch ontwerp: een multifunctioneel gebouw met o.a. een prachtige bibliotheek en vanaf het dakterras een schitterend uitzicht over ‘Stad en Ommeland’.

Vroeger was Groningen een zeehaven. Hier legden de zeeschepen aan. De haven heeft grotendeels zijn authentieke karakter behouden.

De Martinitoren staat aan een plein dat ernstig is aangetast door naoorlogse nieuwbouw. Gelukkig is een deel van deze vernieuwbouw inmiddels weer afgebroken en is er meer passend bouwwerk voor in de plaats gekomen. De historische Korenbeurs is tegenwoordig een Albert Heijn waar je bonuspunten kunt verzamelen.

Groningen is een echte studentenstad. GroenLinks/PvdA haalde bij de verkiezingen voor de gemeenteraad veruit de meeste stemmen, gevolgd door D'66. Opmerkelijk is dat bijna alle mannelijke raadsleden een baard hebben (dat scheelt 's morgens tijd), maar ook dat er naar verhouding veel vrouwen in de raad zitten. Het geheel wordt in deze linkse raad in goede banen geleid door een rechtse vrouwelijke VVD-burgemeester. Lokalo's komen hier, in tegenstelling tot de rest van de provincie, nauwelijks aan bod. 

Als bijzondere kerkelijke gebouwen noem ik de Der Aakerk (mooier dan de Martinikerk), de Joodse Synagoge, de Noorderkerk, de Nieuwe Kerk en de Sint Jozef-kathedraal met een schitterend interieur en – net als in Den Bosch – een bisschop. En verder zijn er ook nog tal van aardige straatjes en hofjes in de binnenstad.

Groningen mag dan als stad nummer 6 zijn, ik vind het alleen nummer 6 als je de omgeving meetelt. Meer nog dan Friese platteland land is het Groningse Hoogeland en omgeving bij mij favoriet. Ik had er zelfs naar toe willen verhuizen. Naar het oosten zijn de veenkoloniën, volgens sommigen saai, voor mij een gebied met een eigen sfeer. Naar het zuiden toe fiets je al heel snel Drenthe binnen met bij Haren de uitlopers van de Hondsrug.

Met de trein kun je in Groningen alle kanten uit, maar allemaal met diesels: Leeuwarden, Roodeschool en de Eemshaven, Delfzijl en Weener in Duitsland. Alleen de Intercity naar Den Haag en de Sprinter naar Zwolle halen hun energie uit de bovenleiding.